SPIKESSS - de culturele internetkrant
home | favorieten | fotoalbum | stats | gelinkt door | beheer punt.nl

 

Herman van Veen - Carre 2011
Theater | Theater | 16 November 2011 | 22:59:41
 
Foto: Casper van Aggelen
 
 
Herman van Veen is  spelen.
In zijn nieuwe show, waarmee hij tot en met 10 december in Koninklijk Theater Carre staat, spat het speelplezier er vanaf. Vanaf de eerste vrolijke openingsmaten trekt Herman bij elke nieuwe scene een volgend register van zijn door de jaren heen zorgvuldig opgebouwd arsenaal aan theaterexpressiemogelijkheden open. Soms worden registers gelijktijdig open gezet, waarmee het vakmanschap van deze Nederlandse topentertainer bij voortduring wordt getoond.
 
Na het openingslied etaleert Van Veen waarnemend vermogen, creativiteit en interactiviteit in een speels  regenspel met het publiek. Door de mensen  vanaf hun pluche zetel beurtelings in hun handen te laten wrijven  of met hun vingers te laten knippen wordt stromend en klaterend water ten gehore gebracht, hetgeen juist in Carre in een  oorstrelend mooi akoestisch effect heeft.
Dan volgt een lied dat het hart direct binnenkomt, waar menigeen met een brok in de keel naar luistert over de mystiek en onbekendheid van hoe een klein meisje er later als jongedame uit komt te zien: "Ach, de tijd zal 't moeten leren, of 't appels zijn of peren."
 
Aangenaam verrassend in deze show zijn  de interpretaties die Herman van Veen  heeft gemaakt  op bekende klassiekers als Laat Me van Ramses Shaffy, Buena Sera en Bei mir bist du schon en die hij voor de pauze ten gehore brengt. Er wordt flink door hem geswingd en gerock 'n rolld, zijn fysieke conditie blijft gedurende de hele show verbazingwekkend en  geeft menige  zestig plusser de spirit om met huppelpasjes het theater aan het einde van de avond te verlaten.
 
 
Foto: Casper van Aggelen
 
De poetische kanten van deze allrouder zien en horen we op verschillende momenten in de voorstelling, zoals in het lied over de grapjesmama - zijn moeder - een vrouw die durfde dromen, maar daarbij zichzelf was en bleef. En in een lied over exen: "Wij zochten naar wat ons verlaten had."
Muzikante Edith Leerkes zingt een prachtig lied over het voorjaar, over zwaluwen die altijd terugkomen, en is subliem en hartverscheurend in haar warmbloedige, met Moorse invloeden doordrenkte gitaarspel in een door Herman gezongen lied over universeel geloof: "Allah, God, Jezus, Mohammed, Men bidt hetzelfde angstgebed".
 
De humor: "Mijn kleinzoon tekende een konijn zonder oren, en ik vroeg hem, een mooi konijn, maar waar zijn z'n oren? Opa die zitten nog in 't potlood." En: "Als ik geweten had hoe leuk het is  om kleinkinderen te hebben, dan had ik die eerst genomen."
Verder een vertrouwd recept dat Van Veen in shows hanteert: een terugkerend type dat in vaak Utrechts dialect de volkse  klank uit de samenleving weerspiegelt. In  dit geval een gezongen brief en daarna nog paar keer een mail van Max.
 
 
Foto: Amke
 
Gestileerde beelden. Een prachtig moment is als Herman piano speelt en alle muzikanten om hem en de vleugel heen staan en mee musiceren. Het doet denken aan de grove korrelfoto uit een ver verleden waarop de eerste  jazzmuzikanten uit de muziekgeschiedenis staan afgebeeld, Louis Armstrong met zijn Hot Five - daar werd muziek uitgevonden.
 
Relativering: een  bejaard stel is op zeer hoge leeftijd alsnog gescheiden. Waarom? Dat verklappen we niet, ga het zelf maar horen, Herman van Veen heeft er een ontwapenend humoristische verklaring voor.
 
De clown: hij speelt panfluit op zijn vingers, jongleert met hoedjes,  en bekertjes. Hij goochelt met balletjes.
 
Kolder: Freunde der Musik.
 
Hits: Zo vrolijk, Hilversum III en Ik hou van Jou, nieuwe versies: mooi!
 
Zijn vitaliteit: hij trekt een sprint op topsnelheid, zonder vooruit te komen.
 
Zijn toegiften:  veertig minuten  maar liefst deze avond, zevenmaal een hernieuwde opkomst. Terwijl de bezoekers die na de eerste toegift waren vertrokken, in de mening dat het afgelopen was, thuis al onder de douche stonden, zingfluisterde Herman - Carre inmiddels verkleind tot een  intieme huiskamer - op de rand van het podium een gedicht van  Simon Carmiggelt.  
 
Kort samengevat is dit het vergulde epos van een man die bijna een halve eeuw op het podium staat, met Erik van der Wurff als stille kracht op de achtergrond altijd aanwezig. Een zeventiende-eeuws schuttersstuk,  voor altijd actueel, resultaat van tientallen jaren techniek- en talentontwikkeling,  en wier glans je mag aanschouwen en  bewonderen. Een levend kunstwerk dat je stil doet worden.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
reageer | bewerk | verstuur | kopieer | bekeken x 46


Schudden - Noorderzon
Theater | 02 Oktober 2011 | 15:54:14
 
De voorstelling Noorderzon van het cabaretduo Schudden is genomineerd voor de Poelifinario 2011.  Terecht, kan ik zeggen na het zien van de show afgelopen week. Wat een vindingrijkheid en creativiteit tonen Emiel de Jong en Noël van Santen in hun achtste programma alweer!  Op 23 oktober a.s. weten beide heren of ze de prijs na twee eerdere nominaties nu wel binnenslepen. Het zal in mijn ogen een nipte strijd worden met Ronald Goedemondt...
 
Koffers spelen een centrale rol in Noorderzon: in alle soorten en maten staan en liggen ze opgestapeld, gekadreerd door een strak symmetrisch lopend staketsel dat als bouwwerk als een opbergkast dient en waarvan deurtjes bij tijd en wijle de koffers uit het zicht toveren. Wat er met die koffers allemaal gebeurt, zou een waslijst aan vondsten in enkele A4-tjes kunnen opsommen, maar de ware kunst zit hem in de snelle opeenvolging en het geraffineerd gemonteerde geheel van de sterk verschillende scenes en onderwerpen.
 
De rode draad is communicatie en miscommunicatie in momenten van ontmoeting en afscheid. Ontmoeting: op een zolderkamer van een vader met zijn zoontje, een basisschooljongetje dat hem in wijsheid en IQ ver vooruit lijkt. "Ik herken zoveel van mezelf in jou", zegt het jongetje als vader na een fikse ruzie met moeder wil weglopen. "Dat weglopen komt voort uit angsten uit je kindertijd", zegt het kleine mannetje en hij voegt eraan toe: "Dat weet ik, ik zit er middenin..."
Afscheid: tussen twee Italiaanse mannen, emotioneel, met tranen, geschreeuw, druk gedoe, elkaar loslaten, en dan meteen weer - verlatingsangst? - terugkeer met vette omhelzingen.
Ontmoeting: tussen een pessimistische dokter en waanzinnig optimistische, niet te krenken, uitbehandelde patient.
 
 
 
 
Een relationele laptop-ontmoeting op internet tussen een Nederlandse man en een uitheemse callgirl ergens in Azie. Veel misverstanden: "You are horny?", vraagt zij. "Hoor je me nie...?" repliceert hij. Veel scenes zijn leuker om te zien dan om na te vertellen, het blijft vooral visuele humor. De kracht van Schudden blijft lichaamstaal. Op het moment dat je deze inzet bij miscommunicatie ontstaan zeer grappige dingen. Bijvoorbeeld als een akelig dominante en met verwrongen ideeen rondlopende man een kop koffie drinkt en door een collega aan de zijkant wordt toe geknort, omdat hij aan de onderkant van zijn koffiemok een varkenssnuit opgeplakt heeft gekregen, hetgeen hij niet weet. Het is goed voor twee minuten hard gelach bij het publiek. Die humoristische aanzet wordt dan vakkundig uitgenut door de flauwe reactie te rekken van het uitlachen door de collega die de sticker geplakt heeft. Puberale humor, maar zo verfijnd gespeeld en in lagen verankerd dat het vileine ironie wordt.
 
 
 
 
De voorstelling verloopt filmisch, de beelden schakelen naadloos over met muziek als soepel smeermiddel. Onder veel scenes loopt de muziek door, soms heel zacht, een enkele keer wat prominenter aanwezig, maar altijd raak en toevoegend gekozen.
 
Ontmoeting op een Frans terras. De een ober, de ander klant. De kaart wordt gehaald, een opengeklapte koffer - uiteraard - wordt ingezien. Soep, biefstuk, een fles wijn, een wijnkoeler, een ijssorbet, alles uitgebeeld door valiezen. Chez Samsonite, heet de zaak.'
Afscheid van Martijn: hij heeft de boot gemist. "Terwijl jij thuis even aan de zijkant stond, keerde hier het schip. We gingen een andere kant uit." Een scherpe scene, met verlegde beeldspraak naar auto en vliegtuig en een steeds radelozer wordende Martijn.
 
Alle scenes blijven boeien, soms iets te lang uitgespeeld misschien, maar als geheel vormen ze een sterke voorstelling, in snelheid van deze tijd en met mimemiddelen van alle tijden. Geen diepe bedoelingen of veel om over na te denken, maar wel een mooie moraal als dialoog verpakt: "Mensen sjouwen met alle mogelijke koffers, maar de echt waardevolle bagage zit in je hoofd", uitgesproken in het Engels door een Arabische gids, die voorheen Antwerpenaar was, en nu rijkeluistoeristen beroofd terwijl ze blind geworden voor de realiteit nitwittend op zijn kameel zitten.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Mannen op schijf
DVD's | 28 September 2011 | 22:08:01
 
 
Deze dvd-box geeft in chronologische volgorde een compleet overzicht van alle theaterprogramma's van het cabaretduo Erik van Muiswinkel en Diederik van Vleuten en laat vooral de fascinerende ontwikkeling zien die zich vanaf Mannen met Vaste Lasten in 2002-2003 voordeed in de samenwerking tussen deze mannen en die, wat mij betreft, culmineerde in Antiquariaat Oblomow in 2004-2005. Voor laatstgenoemde voorstelling ontvingen zij een nominatie voor de Nationale cabaretprijs, de Poelifinario.
 
Veel hilarische momenten, al vanaf de eerste gezamenlijke stappen, nog aarzelend en zoekend, die zij vanaf 1998 zetten in hun voorstelling Mannen van de Wereld. De rake typeringen en imitaties van Van Muiswinkel als Marcel van Dam, Nelson Mandela, Willem van Hanegem, Anton Geesink en Harry van Raaij en de knotsgekke vertellingen, naar absurdisme a la Beckett, Monty Python en Hans Teeuwen neigend, van Van Vleuten als NRC-man die steeds buitensporigere vakantieaanbiedingen uit zijn avondblad te gelde maakte, en natuurlijk de Chinese Paul van Vliet-imitator op zoek naar een erkende vluchtelingenstatus.
Het staat er allemaal op, en het bekijken van dit in twaalf jaar tijd zorgvuldig opgebouwde unieke oeuvre is een feest op zich, en zal in de toekomst nog meermaals tot genot van de boxbezitter leiden, want de humoristische kracht van Erik van Muiswinkel en Diederik van Vleuten als koppel blijkt nu al verrassend tijdloos.
 
Om twee redenen is dit echter meer dan een document of verzameling cabaretprogramma's in een doos. Als eerste reden: Van Muiswinkel en Van Vleuten blijken een genre uitgevonden te hebben, een vorm van cabaret dat er nog niet was: het Mannen-cabaret. Er waren al Mannen op tv of film geweest, zoals Herenleed (overigens ook deels in theater, maar niet als cabaret), de Gebroeders Temmes (ook mannen, zij het ouder), en natuurlijk Cleese en consorten. Maar de Muis en Vleut Mannen zijn nog meer Mannen geworden en dat blijkt het best in de scenes waarop Dickensachtige musicaltypes elkaar op verschillende momenten in Antiquariaat Oblomow toezingen en waarvan terecht een foto op de voorhoes prijkt.
 
 
 
 
Na het terugzien van alle zes de theaterprogramma's, inclusief hun compilatie Mannen, het allerbeste!, gelden voor mij die korte, volkomen beheerste zangscenes waarin in 'Lord' Engels een loflied op Het Boek ten beste wordt gegeven, als de momenten waarop dit duo haar hoogste wolkentoppen heeft bereikt. Even mogen zij dan verbaasd neerkijken op wat ze ineens, bijna ongemerkt jaren stug doorklimmend sport voor sport, aan hoogte hebben bereikt.
Extra knap aan deze Mannenzang is de schakelsnelheid die zij inmiddels beheersen en waarmee een grote hoeveelheid aan korte ontmoetingen in elkaar schuift en klikt met een precisie van het uurwerk van de Big Ben. Ze zijn dan inmiddels echt Engels geworden, en zouden in een Londens theatertje absoluut niet misstaan.
 
En dat heeft weer te maken met de tweede reden die hen uittilt boven de enorme hoeveelheid cabaretduo's die in de afgelopen decennia Nederlandse podia hebben bestegen, en dat Antiquariaat Oblomow mogelijk tot een top 15 klassering in de Nederlandse Canon der Cabaretvoorstellingen zou brengen, mocht deze bestaan hebben, namelijk: de dramatische opbouw en vormgeving van hun samenspel.
Hoe het precies gegaan is en wat er voor te danken is, blijft fascinerend om uit te zoeken, maar vanaf hun vierde voorstelling kijken we opeens niet meer naar een stukje cabaret, maar is er vanaf het openingswoord een spanning voelbaar die triggert en de hele voorstelling doorsiddert. Het lachen blijft, glimlachjes afgewisseld met schaters, maar toch nooit zonder ook die strakke blik die je in een toptoneelstuk of aangrijpende filmscene overvalt. Hoe gaat Vleut nu reageren? Wat doet dit nu weer met Muis? Er zijn lagen af te pellen, en hoe weinig maken we dat in cabaret mee?
 
Waarschijnlijk heeft de professionele regiehand van Kees Prins veel betekend in de totstandkoming van deze sublieme Oblomow maar laten we vooral de credits blijven geven aan de bescheiden Mannen, die inmiddels weer elk huns weegs zijn gegaan in het theater. Wellicht dat ze elkaars pad ooit nog kruisen en zo niet dan kunnen we met deze box in ieder geval nog een heel stuk van die unieke theatersfeer op gewenst moment oproepen: een beetje gedempt licht, schoenen uit op de bank, whiskytje (sigaartje?) erbij en je bent ook Man.
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Oebele
DVD's | 16 Augustus 2011 | 21:01:06
Te gek om weer even terug te gaan in de tijd. De liedjes zing je zo weer mee en ze blijven de hele dag in je hoofd. Je wordt er vrolijk van. Mijn zoontje van vier snapt het nog allemaal niet, maar staat te springen en te dansen. Ook voor de wildwest uitzending gaat ie op zijn stoeltje zitten. Oebele was eind jaren zestig een grote hit op de televisie. Eindelijk een programma dat kinderen echt centraal stelde en vanuit hun leefwereld redeneerde, daarvoor was kinder tv vooral moralistisch. Door veel liedjes erin te stoppen en die ook nog eens door kinderen te laten zingen was Oebele een trendsetter en voorloper van veel goede navolgers als Hamelen, Stratemaker op Zee, JJ De Bom en Kinderen voor Kinderen.
 
 
 
 
 
Aan de basis van dit succes stond vooral de medewerking van het goud gevoicete duo Willem Nijholt en Wieteke van Dort, die nu, bij terugzien van de oude afleveringen en fragmenten opnieuw rillingen bezorgen, zoals in  het poetische Hoe gaat het eigenlijk met jou? of Waarheen vliegen de vogeltjes, en je vol energie en blijheid zetten in meezingers als Oe van Oebele, Honky Tonk en In de dierentuin van Oebele.
 
In samenwerking met de KRO brengt Music Action deze televisienostalgie nu op dvd uit, met twee schijven vol vele fragmenten en drie volledige uitzendingen: Vakantie in Oebele, Gegevens uit een roemrucht verleden en Een kouwe kermis.
Daarnaast nog een extra cd met twintig liedjes uit deze succesvolle serie die destijds verdeeld over vier grammofoonplaten verschenen maar nog niet eerder op cd.
Een prachtig, waardevol document, nog aangevuld met een documentaire van Han Peekel waarin hij spreekt met oud koorleden van Oebele, destijds kinderen, nu vijftigers. Leuk om iets van hun bevlogenheid van destijds nog steeds anno nu terug te zien. Ze geloven nog steeds in de droomplek die Oebele ooit was, een speeltuin waar niet nagedacht hoefde te worden en vrijuit gesprongen en gezongen kon worden en waar alles net even anders en fantasierijker verliep dan in het echte leven.
 
Op zaterdagmiddag 19 oktober 1968 was de eerste aflevering van Oebele te zien, waarbij de indruk werd gewekt dat de uitzendingen van de KRO werden verstoord door de OOOH, de Oebeler Omroep voor Ontspanning Hoera, die het saaie opvoedkundige programma dat werd aangekondigd verving door een "pretprogramma" voor de jeugd.

 
Oorspronkelijke lp, liedjes zijn nu voor het eerst op cd verschenen!
 

De uitzendingen werden gepresenteerd door Koen de Graaf (Willem Nijholt) en Aagje Ritsema (Wieteke van Dort) vanaf het Pretpleintje. Postbode Paulus (Ab Hofstee) bezorgde er de brieven van de kinderen die een onderwerp voor het programma hadden bedacht, en soms ook voor het programma werden uitgenodigd. Augustus Rozegeur (Herman Vinck) was zowel de regisseur als de burgemeester van Oebele. De kinderen van Oebele werden gespeeld door het Overdonderend Overfraai Oebeler Omroepkoor, de balletbuitelaars en de kinderen van het instituut voor doven uit St. Michielsgestel. 

Na een jaar was Oebele zo populair geworden, bij jong en oud, dat de uitzendingen niet langer als illegaal werden beschouwd. Er kwamen ook nieuwe bewoners bij, zoals Geesje Zoet (Marjan Berk) die een winkel begon in snoepgoed en topvoetballer Billy Biggelaar (Rob de Nijs) werd toegevoegd aan de selectie van FC Oebele. 

Lang is gedacht dat alle afleveringen waren gewist omdat de ampexbanden waarop de uitzendingen stonden werden hergebruikt. Er bestaat dus toch nog veel materiaal dat op film is opgenomen waaronder de voetbalwedstrijd tegen Feyenoord met Coen Moelijn en Willem van Hanegem, een reis naar Parijs en de cruise op de SS Rotterdam (Alleen een jongen wil naar Zee).
 
Voor iedereen die het toen heeft gezien, maar dus ook voor de jeugd van nu leuk, er zit iets universeels kinderlijks in, iets dat tijdloos is, en altijd zijn charme en aantrekkingskracht zal behouden. Laat je nog eens betoveren door dit vakkundig en met liefde gemaakt programma van weleer.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Illusie en werkelijkheid
Boek | Boeken | 26 Maart 2011 | 21:22:00
De recente kunstuitgave Illusie en werkelijkheid van uitgeverij Mercatorfonds en geschreven door Gabriel Weisberg geeft een overzicht van de naturalistische schilderkunst in relatie tot fotografie en film met werk van kunstenaars zoals Léon Lhermitte en Jules Bastien-Lepage (Frankrijk), Albert Edelfelt (Finland), Károly Ferenczy (Hongarije), Anders Zorn (Zweden) en Thomas Anschutz (Verenigde Staten).
 
 
 
 
 In het laatste kwart van de 19de eeuw was het naturalisme een van de dominante stromingen in de schilderkunst. Deze fotografische stijl was grensoverschrijdend en waaierde uit over heel Europa en de Verenigde Staten. In dit 224 pagina's tellende boek zijn 210 illustraties terug te vinden van schilderijen en foto's die deze kunststroming vertegenwoordigen.

Het naturalisme in de schilderkunst, destijds geliefd onder kunstenaars, kunstminnaars en het grote publiek, had betrekking op onderwerpen uit het dagelijks leven van de gewone mens. Kunstenaars trachtten de werkelijkheid zo dicht mogelijk te benaderen en maakten veelvuldig gebruik van fotografie. De composities, soms in opdracht van de overheid, werden geplaatst in museums en openbare ruimten zoals stadhuizen en scholen. Maar werden ook geëxposeerd op de Salon en meerdere Wereldtentoonstellingen.
 
De centrale thema’s binnen het naturalisme zijn onder meer arbeid (op het land, de stad en in de industrie), religie en jeugd. De schilders namen vaak eenvoudige boeren als onderwerp of het harde leven van de arbeiders in de steden. De stijl van schilderen was bijzonder gedetailleerd en de werken lijken haast momentopnamen uit het echte leven. De onderwerpen op deze schilderijen waren echter zorgvuldig gecomponeerd en bedoeld om een verhaal, al dan niet met een moralistische boodschap, over te brengen. Vaak waren het dezelfde thema’s die de schrijver Emile Zola in zijn naturalistische romans en toneelstukken al had beschreven.
 
 
 
 
Hyperrealistische afbeeldingen op groot formaat van het alledaagse leven van arbeiders en boeren kenmerken de naturalistische schilderkunst. Dit was een reactie op de economische, sociale en culturele veranderingen die optraden als gevolg van industrialisatie en verstedelijking waardoor veel individuen ontworteld raakten. De kunstenaars toonden de gevolgen: de armoede en het sociale onrecht, de politieke strubbelingen door de slechte arbeidsomstandigheden in de fabrieken, en daartegenover de opleving van het geloof en de opkomst van het onderwijs voor iedereen.
 
De auteurs leggen de verbanden bloot tussen de verschillende kunstvormen die doordrongen raakten van de naturalistische thematiek: de schilderkunst, de fotografie, de film, het theater en de literatuur. Illusie en werkelijkheid biedt een unieke en vaak onverwachte kijk op de wijze waarop naturalistische kunstenaars de snelle en ingrijpende veranderingen van hun tijd probeerden te begrijpen. Hun visies zouden naderhand de modernistische kunst diepgaand beïnvloeden.

De auteurs van Illusie en werkelijkheid. Naturalistische schilderijen, fotos en film, 1875-1918 onderzoeken in een aantal essays de internationale dimensie van het naturalisme aan de hand van met elkaar verweven themas. Het leven van de gewone mens staat centraal in alle naturalistische kunstvormen en de themas van deze werken geven dus een beeld van de gemeenschappelijke bekommernissen van stedelingen en plattelandsbewoners, zowel in Europa als in Noord-Amerika. Door de industrialisatie gecreëerde sociale wantoestanden zijn een vaak weerkerend thema, net als de sociale reactie op deze problemen in de vorm van openbaar onderwijs en de versterking van religieus geloof. Geconfronteerd met de door de industrialisatie teweeggebrachte veranderingen, begonnen veel kunstenaars de aandacht te richten op de teloorgang van de traditionele plattelandscultuur en op de sociale beroering die door de werkomstandigheden in de fabrieken ontstond. Kortom Illusie en werkelijkheid.
 
Eindredacteur en auteur Gabriel P. Weisberg is professor kunstgeschiedenis aan de University of Minnesota, Minneapolis.
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Toon Tellegen - Het wezen van de olifant
Boek | Luisterboek | 22 September 2010 | 22:23:42
Het gedachtenrijk van de dieren was al in vroegere tijden een rijke inspiratiebron voor fantasierijke schrijvers en gaf daarmee voeding aan de menselijke geest. Denk aan de fabels van Jean de La Fontaine of aan Van den Vos Reynaerde uit de dertiende eeuw welke weer navolging vonden tot aan de twintigste-eeuwse toepassing in Fabeltjeskranten en andere Dierenbossen. Maar geen Nederlandse auteur wist eerder zo consequent een filosofisch dierenoeuvre op te bouwen als de korte verhalenschrijver Toon Tellegen. Steeds weer weet hij aan een even eenvoudige als transparante basisgedachte een volledig epos te onttrekken. Zo ook nu weer in Het wezen van de olifant. En wat leest hij dat zelf mooi voor...
 
 
 
 
Tellegen begon zijn dierenstukjes te schrijven voor kinderen, als een voortvloeisel uit het zelf verzinnen en vertellen van verhalen aan zijn eigen kinderen. In toenemende mate, en dus ook in dit nieuwe werk, richt hij zich op volwassenen, al is de scheidslijn vaak dun.
 
Alle vierenegentig korte tot ultrakorte verhalen op deze drie luistercd's gaan over de olifant. De olifant wil altijd in de boom klimmen. Als hij boven is dan ziet hij de verte, dan wordt hij gelukkig, maakt hij een dans en valt uit de boom. Steeds weer herhaalt zich dit schouwspel. Hij blijft het doen terwijl hij weet dat hij gaat vallen. Aan alle dieren vraagt hij dan advies. Wat zouden zij doen als ze in een boom wilden klimmen, en wisten dat ze eruit zouden vallen?
 
De beer, de mus, de houtworm, de kikker, de pad, de wezel, de eensdagsvlieg, de snoek, de bladluis, het aardvarken, ga zo maar door, allemaal hebben ze iets te vertellen. De vlinder doet zelfs een poging om de olifant te zijn. Hij stapt rond alsof hij de omvang van de olifant heeft, beeldt zich in dat hij niet meer kan fladderen en meent zelfs als hij de hoogste tak van de linde heeft bereikt dat hij kan trompetteren. Hij doet een poging om te vallen, maar dit mislukt, zijn vleugels slaat hij automatisch uit. Hij wordt boos op zichzelf omdat hij niet de olifant kan zijn.
 
De dialogen zijn vaak kostelijk en ogenschijnlijk simpel van redenatie, maar bij iets nadere beschouwing valt altijd een diepere laag te ontdekken. Het gaat over onzekerheid, gespeelde zekerheid, afbluffen, machtspelletjes, jaloezie, verlangens, naiviteit, creativiteit enzovoort. Allemaal begippen waarmee de mens naarmate hij ouder wordt alleen maar meer mee te maken krijgt. Steeds onduidelijker lijkt het dan voor de olifant te worden en het begon allemaal zo simpel. De kindergeest is nog zo leeg en vrij te denken.
 
Toon Tellegen
 
 
En dan kom je weer terug bij het uitgangspunt van de olifant die steeds weer als een kind de boom in klimt, ondanks alle waarschuwingen en pijnervaringen, als hij daarna weer eens bont en blauw in de kreukels ligt. Waarom deed hij het? En hoe is die oerdrift te beteugelen?
Hoe meer advies hoe verder de olifant van het antwoord af komt en hoe meer vragen het voor hem oproept.
 
Het werkelijke antwoord op zijn vragen/ zoektocht zit wat mij betreft in de titel verscholen: het wezen van de olifant zelf. Het zit in hem, het is niet te verklaren. Het is zijn aard te klimmen om de verte te zien. Het vallen zal hij altijd op de koop toe blijven nemen. Hij is de olifant en de vlinder is de vlinder. Die kan niet hem zijn. 
 
Een mooi luisterboek voor hen die denken vanuit concepten, vanuit beleid, doelstellingen of richtlijnen. Het verfrist en laat een nieuwe wind stromen, daarmee schrijft Tellegen ook een soort nieuw Taoistisch werk. Laat je bijvoorbeeld eens na dit voorgelezen werk verleiden door de eveneens door Rubinstein uitgegeven Volledige geschriften van Zhuang Zi te beluisteren, voorgelezen door Kristofer Schipper en dan zal de waarde die wij Toon Tellegen dienen toe te kennen zich nog helderder openbaren dan de taal waarmee Tellegen schrijft, en dat is al haast onovertrefbaar! 
 
 
 
 
 
 
 
 

 
bewerk | verstuur | kopieer


Multatuli - Max Havelaar
Boek | Luisterboek | 22 September 2010 | 21:17:50
Na de heerlijke satires als Theo Thijssens Het Grijze Kind en Willem Elsschots Kaas en Lijmen/ Het Been heeft de voormalige burgemeester Job Cohen ditmaal een meer strijdvaardiger verhaal te vertellen. Op de bres voor de misstanden die in het toenmalige Nederlands-Indie ontstonden als gevolg van het Nederlandse bewind, schreef Eduard Douwes Dekker, onder de schuilnaam Multatuli, zijn later verworden klassieker Max Havelaar. En ook deze felle aanklacht past Cohen als voorlezer als een nauwsluitende jas; zijn socialistische roots vlammen op als hij de passages over de nobele strijd om een rechtvaardiger bewind voordraagt.
 
 
 
 
Havelaar is de nieuwe "assistent resident" te Lebak. Hij houdt een toespraak voor de hoofden te Lebak waarin hij vertelt dat hij op de hoogte is van al het onrecht dat de Javanen is aangedaan en dat hij zal proberen dat zo goed mogelijk te bestrijden. Hij weet van al deze zaken door zijn voorganger Slotering die alles heeft opgeschreven. Havelaar klaagt de regent aan wegens wanbeleid en afpersing van de Javaan. Maar in plaats van lof, wordt hij overgeplaatst naar Ngawi, een nietig dorpje waar hij een beetje weggemoffeld wordt. Havelaar besluit dan zijn ontslag in te dienen. Hij gaat naar Batavia om de gouverneur-generaal te spreken, maar die heeft geen tijd voor hem en Havelaar doolt arm en verlaten rond.
 
 
Veel negetiende-eeuwse romans hadden dubbele titels. Maar bij de Max Havelaar kan het ook zo bedoeld zijn dat je het of als Max Havelaar of als Koffieveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij opnam. Lezers in die tijd kwamen ook op de ondertitel af, omdat dat destijds de gewoonste zaak van de wereld was, net zo gewoon als Albert Heijn. Als men het boek dan las, met als uitgangspunt de ondertitel, dan las men ook het verhaal van Max Havelaar en kwam men tot de conclusie dat het boek eigenlijk helemaal niet over koffieveilingen gaat maar over mismanagement.
 
 
De Nederlanders hadden een doordachte bestuursinrichting in Nederlands-Indië geplaatst, waardoor ze de baas zouden blijven daar. Er werd onderscheid gemaakt tussen Nederlandse bestuurders en inlandse bestuurders. Aan het hoofd van de Nederlandse bestuursinrichting stond de gouverneur-generaal, die was rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de koning in Nederland. Nederlands-Indië was onderverdeeld in districten, aan het hoofd van een district stond een resident. De resident werd bijgestaan door een aantal assistent-residenten (Max Havelaar was assistent-resident in het district Lebak.)  Door ook inlandse vorsten aan te stellen bereikten de Nederlanders twee dingen, ten eerste zorgden ze ervoor dat ze geen weerstand ontvingen van de inlandse vorsten, die zorgden er zo juist voor dat de burgers harder gingen werken. En ten tweede had de inheemse bevolking het idee dat ze door 'hun' vorsten werden geregeerd, waardoor ze minder snel in opstand kwamen tegen de uitbuiting. Tegen deze doortrapte vorm van bestuur strijdt Max Havelaar.

Zo zag de eerste druk eruit in 1859

 
De invloed van Multatuli, wiens werk in verscheidene talen werd vertaald, is groot en veelomvattend geweest. Zijn Havelaar leidde tot grotere belangstelling voor de koloniën en op den duur tot een ethische politiek. Zijn afkeer van Kerk en godsdienst maakte hem tot een van de eerste Nederlandse verdedigers van het atheïsme, terwijl hij de mensen wees op hun morele plichten ( 'De roeping van de mens om mens te zijn').
 
Naast de eer aan Cohen die je opnieuw, zij het ditmaal met een wat andere ondertoon, maar wederom vastberaden en in uptempo het verhaal insleurt, mag de loftrompet nog meer gestoken worden. Het pleit voor durf en lef dat uitgeverij Rubinstein ook dergelijke titels als Max Havelaar in haar assortiment opneemt en daarmee een klassieker uit de Nederlandse literatuur - op het gevaar af dat de thematiek en beschreven situaties niet altijd direct aansprekend meer zijn - als verhaal levend houdt. Ja, zelfs nieuwe adem geeft, in de vorm van een prachtige door NRC-redacteur Gijsbert van Es geleverde hertaling die volledig recht doet aan Multatuli's stijl en opbouw en waarmee dit luisterboek nog voor vele jaren een zich daarvoor lenend oor zal boeien!
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Paul Vlaanderen en het Milbourne-Mysterie
Verhaal | Luisterboek | 05 Augustus 2010 | 17:12:34

Het tweede door uitgeverij Rubinstein uitgebrachte originele radiohoorspel in de serie van Paul Vlaanderen, Paul Vlaanderen en het Milbourne-Mysterie, is opnieuw een schot in de roos waar het de herleving van het hoorspel uit vroeger tijden betreft. Weggedoken onder de dekens met de oordopjes in en de cd-speler zacht ruisend naast je, komen de avonturen van Paul en Ina als nooit intiemer en dichter tot je. De oude Avro-geluidsbanden zijn zo mooi door Gerard Leeuw opgepoetst dat je de remmende bandensporen tussen de lakens vindt, de wind in de slaapkamer voelt gieren en de krakende voetstappen op je niet bestaande grindpad dreigend op je af hoort komen. Dat is nog eens iets anders dan de format tv-soap die de platte beeldbuis afloopt!

Paul Vlaanderen en zijn vrouw Ina worden tijdens een etentje aangesproken door de zakenman Morris Lonsdale. Lonsdale waarschuwt Vlaanderen voor zijn zuster, Margret Milborne, die er van overtuigt schijnt te zijn dat haar man, Carl Milborne, tegen de eerder vermelde krantenkoppen in, niet zou zijn omgekomen bij een verkeersongeval in Zwitserland. Dit alles leidt tot de diefstal van de wagen van de Vlaanderens, chantage, mishandeling en moord. Paul en Ina besluiten zelfs naar Zwitserland af te reizen om dit raadsel op te lossen en tot een goed einde te brengen. Alles blijkt te draaien om het script van de nog niet uitgegeven roman Te jong om te sterven. Wie is de mysterieuze auteur - Richard Randolph? En welke rol spelen de filmdiva, Julia Carrington en haar vertrouweling en privésecretaris - Danny Clayton? Dat zijn maar een paar van de raadsels die Paul Vlaanderen moet oplossen.

  
Opnieuw glansrollen voor de acteurs Jan van Ees (die later in het jaar van eerste uitzending, 1966, zou komen te overlijden), Eva Janssen en Donald de Marcas (als butler Charlie). Paul Vlaanderen en het Milbourne-mysterie  is een hoorspelserie naar Paul Temple and the Geneva Mystery van Francis Durbridge. Dat werd in Engeland door de BBC vanaf 11 april 1965 uitgezonden. Hoofdrolspeler Jan van Ees vertaalde het zelf onder het pseudoniem Johan Bennik. De regisseur was Dick van Putten.
Paul Vlaanderen was een hoorspelserie die vanaf eind dertiger jaren van de vorige eeuw tot ver in de zestiger jaren werd uitgezonden door de AVRO. De oorspronkelijke verhalen werden dus geschreven door Durbridge. In 1938 creëerde hij, samen met de journalist Steve Trent, de figuur Paul Temple. Een detectiveschrijver die zelf ook voor detective speelde. Alle series werden naar het buitenland verkocht en ook zijn boeken zijn in vele talen vertaald.   

 
Francis Durbridge
 
 
Zo werd de radioserie Paul Temple ook verkocht aan de AVRO in Nederland. En in 1939 volgde de eerste uitzending. De hoofdpersoon heette in Nederland niet Paul Temple maar Paul Vlaanderen. Deze naam werd aan de persoon in de hoofdrol gegeven door de toenmalige directeur van de AVRO, Willem Vogt. Er zijn verschillende lezingen over hoe hij aan de achternaam gekomen is. De een zegt dat het de naam van de tuinman van Vogt was, de ander zegt dat het de naam van de jongste bediende van de AVRO was.

Veel van de muziek werd gecomponeerd door Koos van de Griend. Gedurende de Tweede Wereldoorlog werden er geen afleveringen van Paul Vlaanderen uitgezonden, maar al snel daarna weer wel. Achtergrondgeluiden werden in de studio gemaakt. Als er over kiezels gelopen werd, liep iemand in de studio in een grindbak. De gememoreerde wind werd gemaakt met een houten draaitrommel voorzien van latten die bespannen waren met linnen dat tegen een zware lap aanschuurde. Naarmate men harder draaide werd de wind krachtiger. Onweer werd gemaakt met een dun stuk aluminiumplaat dat aan beide zijden vastgehouden werd en op en neer geschud werd. Paardengetrappel werd gemaakt met halve kokosnotenbasten.

Al deze effecten werden gebruikt om het hoorspel nog spannender te maken. Paul Vlaanderen hield miljoenen gezinnen rond kachel en radio gekluisterd. En wat mij betreft geldt dat nu dus weer: wel wat minder massaal en individueler, maar met nog steeds hetzelfde spannende thrillereffect. En dat bewijst de klasse waarmee deze destijds geroemde hoorspelkern aan de slag was, namelijk dat dit hoorspel in vijfenveertig jaar tijd aan kracht niets ingeleverd heeft. Hopelijk trakteert Rubinstein ons de komende jaren op meer van deze heerlijkheden! Het volgende nieuwe gebakje is reeds aangekondigd, in het komende najaar verschijnt Het Alex-Mysterie.
 
 
 
 
 
 
 

 

bewerk | verstuur | kopieer


Peter van Straaten, Zo gaan die dingen
Verhaal | Luisterboek | 05 Augustus 2010 | 15:57:08
Peter van Straaten is een gevierd cartoonist en striptekenaar, al jaren. Hij maakt zowel politieke prenten als  getekende grappen over het leven in al zijn rijke facetten. Dit jaar werd 75 jaar. Het is daarom een treffend en origineel cadeau dat hem een luisterboek ten deel viel met voorgelezen verhalen en schetsen die hij in de loop der jaren schreef en waarmee juist zijn literaire werk eens de waardering krijgt die het verdient.
 
Uit drie verhalenbundels Luxeverdriet, Leuk is anders en Dames en heren zijn verhalen geselecteerd die voldoen aan het criterium tijdloos. De verhalen op Zo gaan die dingen worden met verve voorgelezen door een illuster gezelschap, namelijk vrienden van Peter van Straaten: Jenny Arean, Rinus Ferdinandusse, Youp van 't Hek, Annet Malherbe, Beppie Melissen, Michiel Romeyn en door Peter van Straaten zelf.
 

  
De verhalen portretteren op vrolijke wijze de wat treurige conditione humaine. Velen zullen zich herkennen in de sullige helden en heldinnen, die er zelden in slagen het lot naar hun hand te zetten. Het zijn originele korte verhalen in de traditie van Carmiggelt, die kort voor Van Straatens intree bij Het Parool vertrok. Over mensen, hun omstandigheden en onderlinge relaties. Rare en rake typeringen van het wel en wee van de hedendaagse samenleving.
  

Met groot plezier heb ik de 27 korte verhalen beluisterd. Wat zijn ze levendig en innemend, stuk voor stuk een kleurrijk cachet meegegeven door dit arsenaal aan verschillende stemmen. Ieder geeft met zijn of haar eigenheid en accentverschillen een andere pointe of karakterstijl mee, maar het blijft Peter van Straaten. Van Straaten verstaat de kunst om alledaagse situaties om te zetten in buitengewoon interessante stukjes leven, die nu dus ook een oraal leven geschapen wordt.
  
Michiel Romeyn dompelt je onder een ijskoude en nuchter douche in Slaan en Doorlopen, Youp van ’t Hek biedt je de speelse ondeugendheid van het leven in Onderhandelen en Karwei, in De Lening van Annet Malherbe zit iets prettig zakelijks en kernachtigs. Het leven is een schouwtoneel en ieder speelt zijn deel. En zo ook de vrienden van Van Straaten. Rinus Ferdinandusse vertrouwenwekkend, geruststellend. Jenny Arean gedreven op weg. En Beppie Melissen relativerend. Allemaal, dat is te horen, lezen ze uit liefde - of liever vertellen. Fijn dat deze stemmen allemaal meewerkten, samen een kleurrijk palet, een volle verjaardagsruiker waar we als luisteraar van mogen meegenieten.
 
   

 

Het belangrijkste kenmerk van het werk van Van Straaten- zelf groot bewonderaar van Simon Carmiggelt en Willem Elsschot - is dat hij het menselijk onvermogen feilloos weet te tonen. ‘Het moet wringen’ zegt Van Straaten zelf over zijn werk. Van particuliere dingen weet hij iets algemeens te maken. Het gaat over échte mensen. Ook zijn geschreven oeuvre is een langlopende strip, getiteld: De mens.’

Dit alles is Peter van Straaten. Altijd beeldend, maar nu met korte, soms losse zinnen, in plaats van pennenlijnen. En als hij dan zelf te horen is, met een prettig innemende stem, zoals in Vijftien jaar later, dan blijkt ook dat talent hem niet bespaard gebleven te zijn, namelijk fonetisch kunnen boeien. Als de cabaretier wiens teksten, ondanks vele interpreteurs, toch het beste door hem zelf vertolkt worden, omdat hij de nuance nu eenmaal ook zelf heeft aangebracht.

 
 
 
   
bewerk | verstuur | kopieer


Thomas Rosenboom, verhalen uit Hoog aan de Wind
Verhaal | Luisterboek | 04 Augustus 2010 | 17:25:00

Peter Blok leest Thomas Rosenboom. Wat mij betreft is dat dubbel raak, want de krachtige acteursstem van Blok laat zich op natuurlijke wijze personifiëren met de volhardende en eigenzinnige verhaalfiguren van Rosenboom. De verteller vertelt, maar onwillekeurig beelden we ons de hoofdpersonen uit de diverse verhalen daarbij in, die hun eigen levens, zei het met afstand, stem geven.

Zoals in De onderhandelaar, een van de zeven door Blok voorgelezen verhalen op het luisterboek Hoog aan de Wind, genoemd naar de oorspronkelijke verhalenbundel, en tevens een voorstudie voor een nieuwe roman-in-wording. Het verhaal schetst een bijna woordloze relatie tussen een fietser en een oude veerman. Een prachtige beschrijving van een activiteit waar alle personages in Rosenbooms romans aan verknocht zijn: het bespieden van het doen en laten van anderen en daarbij de fantasie vrij spel geven. De oude veerman vaart de pont van de stadskant naar de landelijke kant van de rivier en raakt geïntrigeerd door een passagier die hij in stilte de ‘onderhandelaar’ noemt.

De veerman hoort bij de verdwijnende wereld, de fietser bij de stad en zijn technologische toekomst. De schrijver laat zien hoe de veerman met zijn melancholische mijmeringen de onbekende steeds dichter naar zich toe haalt. Dan kan het op een beslissende dag gebeuren dat een plotseling klein toeval - in dit geval een briefje dat is komen aanwaaien - twee werelden op een wonderlijke manier samenbrengt.

Ook De behangzaak uit 1987, dat hier als openingsverhaal ons voor de komende twee luisteruren volledig meezuigt in de wonderlijke werkelijkheid van Rosenboom, is een sterk stuk. Het handelt over de eigenaar van een behangzaak die het ‘zwaar te moede is’, als een jonge klant zijn poëzie en schilderijen niet begrijpt. De taal wordt lang gerekt, de scene vertraagt, hetgeen een prachtige dieptewerking aan het luisteren ernaar geeft. De dialoog is gelaagd en bij herhaalde beluistering biedt dit verhaal telkens nieuwe ontdekkingen.
  
 

Thomas Rosenboom

 
Dan is er een hilarisch gelegenheidsstuk als Mechanica over een sukkelige redacteur en het erotisch avontuur dat hij beleeft met de administratieve medewerkster die zich een paar kunstborsten heeft laten aanmeten.

Sukkelige mannen, Rosenboom nam er patent op. Ze hebben last van uitgeputte zenuwen, inbeelding, sadistische verlangens maar kunnen ook overvallen worden door ‘een gejaagde daadkracht’. Ze lopen ‘hoog aan de wind’ en volharden in het nastreven van hun doelen. En zoals gezegd wordt dit kracht bijgezet door de zich hier uitstekend voor lenende stem van Peter Blok.

Een luisterboek waarmee je even twee uur in een andere wereld verkeert. Nou ja, dezelfde misschien, maar anders beleefd en bezien.

 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Het Godfried Bomans Luisterboek
Luisterboek | 06 April 2010 | 22:48:30
Rubinstein heeft veel luisterlezers een groot plezier gedaan door liefst vijftig radiocolumns van Godfried Bomans, waaronder ook een paar van zijn befaamde sprookjes, op zes cd's uit te geven, verzameld in een fraai luisterboek.
Vanwege zijn grote gevoel voor humor, zijn welbespraaktheid en zijn typische, markante stemgeluid was Bomans erg populair en veelgevraagd als radio en televisiegast. Al eerder werden op luisterboeken zijn causerieën en speeches uitgegeven, ditmaal is er een veel minder bekende verzameling als bron aangeboord, namelijk die van de Volkskrant en Elsevierstukken uit de periode 1960-1968.
 
 
 
 
 
Dat Godfried Bomans nog altijd - hij overleed in 1971 - gelezen (en beluisterd!) wordt, toont aan dat hij een van de zuiverste en veelzijdigste representanten van zijn tijd was. Door de trefzekerheid van zijn woordkeuze, door zijn ongeëvenaard stijlgevoel en het talent waarmee hij in kort bestek een redenering niet alleen kon opbouwen, maar met een verrassende tournure ook weer wist af te breken, was hij de meeste van zijn vakbroeders met gemak de baas.

De techniek van de uitvergroting beheerste hij met dezelfde vanzelfsprekendheid als het kunstje van de kleinmaking. Er zat altijd retorica in zijn betoogtrant - een eigenschap die hem zeer te pas kwam als spreker en later als televisiefiguur. En hij had daarbij een Angelsaksisch soort hang naar het absurde, die verder in Nederland niet erg ontwikkeld was. Als columnist van de Volkskrant - hij schreef overigens met regelmaat ook voor Elsevier - stond hij onbetwist op eenzame hoogte.

Hij had stokpaardjes, die we ook nu terugvinden op dit luisterboek: literatuur (Ontmoeting met Herman Teirlinck, Avontuur in Antwerpen en Jacob Grimm), het rijke roomse leven (De wereld vergaat, Een bedevaart naar Heiloo, Roomsche Herinneringen etcetera, cd 6 is er helemaal mee gevuld!), de sport (Schaken in Beverwijk en De Olympische Spelen), carnaval (Agge maar leut het en Carnaval in Kleef; het laatste is een bizarre scherts over een treinreis in een opblaasbaar druivenpak waarmee Bomans klem komt te zitten op het toilet).
 
Natuurlijk behoren tot de juweeltjes op deze luistercd's ook zijn waarnemingen en verslaglegging van de typisch Nederlandse volksaard, zoals in de beschouwing over het vakantiegedrag van Nederlanders die 's zomers massaal naar het Italiaanse Lugano trekken, over het eetgedrag van Nederlanders op vakantie, de schoonmaakdrift van de Nederlandse huisvoruw en over het Nederlandse interieur: kamerplanten, honden en katten.
 
 
 
 
Verder is Bomans een meester in het beschouwen van problemen en weet hij deze tot de kern terug te brengen, zoals over de collectieve onbeschoftheid van jongeren, over nieuwe ruimtevaart (Wat er uit te voorschijn kwam) en over het nozemvraagstuk.
Het is Nederland in de jaren vijftig en zestig, dat moeten we goed voor ogen houden. Langzaamaan kwam Bomans in conflict met de tijdgeest. Nieuwe generaties vochten zijn schrijfstijl en denkwijzen aan. Bomans nam met stille trom eind jaren zestig afscheid van de Volkskrant. Er kwamen nieuwe namen.
 
Onbewust van wat de gevolgen zouden zijn, publiceert hij als column in de Volkskrant op 18 juni 1966 een stukje, getiteld 'De raddraaiers', n.a.v. een pamflet dat leden van De Rode Jeugd hadden uitgereikt. Drie dagen later werden vier jongeren, die het pamflet hadden verspreid, gearresteerd. Enige collega-schrijvers sturen hem dan een afkeurend telegram, waarin ze hem van 'aanbrengen bij de politie' beschuldigen. Dit gebeuren heeft in die tijd bij sommigen de opvatting versterkt dat Bomans een behoudend en rooms schrijver was, een grapjas die geen oog had voor maatschappelijke ontwikkelingen.
Inderdaad zijn Bomans' stukjes in de Volkskrant bijv. zelden maatschappijkritisch: hij was nu eenmaal niet een politiek geëngageerd schrijver, al heeft hij 'de politicus' satirisch weergegeven in De man met de witte das (1971). Van andere, literaire, kant - o.a. Jeroen Brouwers - is Bomans wel verweten dat hij door zijn vele bezigheden tot oppervlakkigheid en herhaling verviel en zijn talenten door versnippering en overhaasting verspilde. Dit verwijt is misschien begrijpelijk, maar daartegenover staat dat Bomans bijzonder veelzijdig was.
 
Het is een tijdsbeeld. Maar een warm, mooi en rijk tijdsbeeld. Uren luisterplezier, en fascinerend hoe die stem je na ruim veertig jaar nog naar binnen, het geluidsboxje in trekt,
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Het Indische Geluid (Luisterboek)
Luisterboek | 12 Juli 2008 | 00:28:47
Heeft u zich ooit afgevraagd hoe de stemmen van Maria Dermout en Vincent Mahieu klonken?
Het Indisch geluid, een luisterboek van uitgeverij Rubinstein met verhalen en herinneringen uit Nederlands Indië heeft ze aan de vergetelheid onttrokken en voor eeuwig vastgelegd. Het betreft oorspronkelijke, vroege opnamen die echter nog goed klinken en in hun authenticiteit de sfeer van het oude Indie prachtig weergeven. Op vier cd’s (met een speelduur van in totaal 3,5 uur) komen de korte verhalen voorbij van Maria Dermout, Vincent Mahieu, Hella Haase, en A. Alberts. Voorgelezen door de auteurs zelf en door Willem Nijholt en Maria Kist, de kleindochter van Maria Dermout.
 

De opnames van Dermout en Mahieu dateren uit de zomer van 1961. Vastgelegd in de vermaarde Bovema studio’s in Heemstede voor de grammofoonplatenreeks Stemmen van schrijvers. Maria Dermout vulde de A-kant en haar vriend Tjalie Robinson, droeg als Vincent Mahieu (een andere schrijversnaam van Jan Boon), een fragment uit eigen werk voor.
 "Maria Dermout kon prachtig voorlezen en vertellen, met een echte Indische en gevoileerde stem. Je voelde en rook het oosten”, aldus vertelt haar kleindochter, nu decennia later op deze uitgave.
En het is waar, het gesproken woord van Maria Dermout neemt je mee naar haar geliefde geboortegrond. Dermoût, geboren op de suikerfabriek Tirto op Midden-Java, behoorde als vrouw van de president van het Indische Hooggerechtshof tot de upper class. Zij debuteerde pas op haar drieënzestigste jaar met de roman ‘Nog pas gisteren’. Toen woonde ze al weer twintig jaar in Nederland. In haar Indische tijd maakte ze notities, kladschriften en schreef opstellen en impressies, door haar man getypeerd als ‘lieve dingen’. Het verhaal De olifanten is doortrokken van een Indische sfeer. De ‘slepende’, ‘melodieuze’ stijl, de lange beschrijvingen en de zich langzaam ontwikkelende intriges zijn daar de oorzaak van. Ook de stem van Vincent Mahieu klinkt bij het voorlezen van De muis Indisch vertrouwd, compleet met rollende, brouwende r.
 
Hella Haasse ontbreekt eveneens niet op dit luisterboek. De korte verhalen van Haasse hebben nooit erg in de belangstelling gestaan. Ze schreef ze wel, en af en toe werd er eens een gepubliceerd, maar de schrijfster wordt toch vooral geroemd om haar romans. Nu eindelijk enkele van haar korte verhalen op dit luisterboek zijn verschenen, blijken de kenmerkende eigenschappen van Haasses oeuvre in het genre van het korte verhaal bijzonder goed tot hun recht te komen. Ze leidt haar eigen verhalen in én uit. En neemt zelf De lidah boeaja voor haar rekening, terwijl Willem Nijholt Een perkara voordraagt.
 
      
Hella Haasse                                                                                    Maria Dermout
 
Een perkara betekent zoveel als een schande en het verhaal is een uitgebreide, vermakelijke vertelling over de minnares van haar vader die ze in haar jeugd dagelijks meemaakte. Ze komt de vrouw vele jaren naar de dood van haar vader, in Nederland per toeval in de schouwburg bij een voorstelling tegen. De oude beelden worden als bij toverslag weer opgeroepen en zovele jaren later kan ze er ook een betekenis aan geven. Echter zij niet alleen, de inmiddels oude vrouw ook, zoals haar verheerlijking destijds van de tienerster Tino Rossi. "Ja, wel zoet natuurlijk," zegt ze nu, "maar ach dat was toen zo". Willem Nijholt hanteert deze dialogen treffend, met lijzig, slepende stem. 
 
Haasses minutieus beschrijvende schrijfstijl is direct herkenbaar. Waar dat in haar romans nog wel eens saai wordt, gebruikt ze die techniek in de korte verhalen juist om aandacht te schenken aan momenten of motieven die een verhaal boeiend maken. Zo zet ze de minnaar van haar vader treffend neer: ‘De vrouw op de ligstoel, met haar kleine borsten, de diepe kuil tussen haar sleutelbeenderen, haar bleekbruine, van zonneolie glimmende huid. Ik vond haar lelijk.’
Daarna volgt echter niet, zoals we van Haasse zouden verwachten, nóg een reeks beschrijvingen van personages of de omgeving, maar het beeld wordt gebruikt als basis voor de gebeurtenissen in de rest van het verhaal en daardoor blijft de spanningsboog gehandhaafd.
 
Willem Nijholt sluit het luisterboek af met een mooi verhaal van A. Alberts. In zijn nawoord vertelt hij bovendien een aardige anekdote over de ontmoeting die zijn ouders met Alberts hebben gehad op Madura.
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Maarten 't Hart - Het Psalmenoproer
Luisterboek | 11 Juli 2008 | 23:40:15
Het Psalmenoproer gaat over veel meer dan het oproer dat in de achttiende eeuw het dorp Maassluis op zijn kop zette. Het is ook een verhaal over de controverse tussen patriotten en prinsgezinden, de neergang van de visserij, een vader-en-zoonrelatie en de wrange gevoelstegenstelling van een verstandshuwelijk tegenover een hartstochtelijk echte, maar onmogelijke, liefde. Door dit alles krijgt de roman een gelaagd karakter dat we van Maarten 't Hart gewend zijn. De voorleestrant van Jeroen Willems is vlot, geinspireerd en zo natuurlijk vertellend dat je de tijd letterlijk vergeet. Willems weet daarbij het veelvuldig gebruikte oud-Nederlands haast modern uit te spreken, zodat het ons in betekenis en duiding nergens hindert bij het volgen van deze vertelling. 
 
 
Hoofdpersoon is Roemer Stroombreker, reder te Maassluis, die we van zijn kindertijd tot en met zijn oude dag volgen. Wie met het werk van 't Hart vertrouwd is, voelt meteen de parallel tussen Stroombreker en de schrijver. Ze komen allebei uit Maassluis, delen de liefde voor de muziek en de natuur en bovendien valt Stroombreker reeds in zijn jeugd van het geloof, waardoor hij het perfecte alter ego van de schrijver wordt. Een belangrijke aanleiding tot zijn ongeloof is voor de jonge Roemer het verhaal van Noach: hoe konden al die diersoorten in de ark komen? Moesten zeehonden zover over land schuiven om er in te kunnen?
 
Roemer is iemand die graag mag rekenen en hij rekent zich feitelijk van het geloof af. Dit leidt tot spanningen met het geestelijke gezag. Mede daarom lijken de beschrijvingen van predikanten in het boek voornamelijk op spotprenten. Dit tekent de sfeer, het is de prelude tot het psalmenoproer, waarin de gelovigen van toen zich echt van hun belachelijke kant laten zien, een feit dat door gelovigen van nu niet weersproken zal worden.
Ondanks de spottende kant van het boek, welke door lichte nuance- en timbreverschillen van Jeroen Willems extra ingekleurd wordt,  geeft 't Hart ook blijk van een zekere liefde voor de ouderwetse geborgenheid van geloof. Als hij de schrift citeert, dan doet hij dat altijd uit de Statenvertaling, iets wat in een historische roman goed van pas komt. Bij dit alles is alleen de muziek (vooral Bach) een soort van troost. Het koraalvoorspel 'Ich ruf' zu Dir, Herr Jesu Christ' slaat bij de hoofdpersoon in als een bom. Zo is het contrast weer compleet: wel Bach maar niet het geloof van Bach en zeker niet op de wijze van Maassluis.
 
 
Maarten 't Hart beschrijft in Het Psalmenoproer de karakters van de
predikanten en gelovigen als ware sportprenten.
 
Het historische psalmenoproer ontstond toen men de gangbare "oude" berijming verving door een nieuwe, een altijd gevoelige kwestie in Protestants Nederland. Wanneer je beseft, dat de "nieuwe berijming" uit 't Harts roman in onze tijd weer te boek staat als de traditionele "oude berijming", dan krijgt het verhaal een quasi komische ondertoon. In de 18e eeuw wilde men naast een nieuwe tekst ook een nieuwe wijze van zingen invoeren. Het werd zo de lange zingtrant versus de korte. Deze invoering liep uit op rellen, een strijd tussen "kleine luyden" en de "machtigen", de aristocraten. Kerkdiensten werden verstoord, dominees kregen letterlijk dingen naar hun hoofd geslingerd.
 
Roemer Stroombreker behoort door zijn positie in de Maassluise gemeenschap tot de aristocratie, al wil hij eigenlijk geen partij kiezen. Hij gaat slechts formeel af en toe ter kerke. Toch wordt het probleem prangend voor hem, vooral omdat Gilles Heldenwier, zijn onwettige zoon, verwekt bij Anna, bij het oproer een belangrijke rol speelt. Gilles hoort bij de "kleine luyden" en is een van de felste raddraaiers. Het oproer en de daarmee gepaard gaande vernielingen worden uiteindelijk tot staan gebracht door de baljuw van Delft. De aanvoerders gaan achter slot en grendel en een aantal van hen wordt uiteindelijk verbannen, waaronder Gilles Heldenwier, voor twaalf jaar.
 
Zo wordt Roemer Stroombreker persoonlijk geraakt. Van jongsaf aan hield hij immers van de arme Anna Kortsweyl, maar zijn moeder dwong hem tot een verstandshuwelijk met Diderica Croockewerff, om zo een nog grotere reder te kunnen worden. Hij was verliefd op de geur van Anna, terwijl hij de omgang met Diderica meed, omdat zij stonk naar een "onmiskenbaar heilbot-aroma". Diderica en hij sliepen al snel voorgoed apart en waren daar alletwee tevreden mee. De met valse erotiek doordrenkte, quasi tersluiks geplaatste opmerkingen van Maarten 't Hart in de rol van Roemer ten aanzien van deze traumatische ervaringen leveren haast cabaretske volzinnen op. De voordracht van zulke venijnige teksten is de getalenteerde Jeroen Willems op het lijf geschreven.
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Theo Thijssen - Het Grijze Kind (Luisterboek)
Luisterboek | 22 Juni 2008 | 14:13:26
Henricus is een grijs kind, dat wil zeggen een kind dat eigenlijk geen kind is, te wijs, te volwassen. Hij heeft als kleuter al het inzicht van een volwassene. Volgens de verklaring die de auteur Theo Thijssen in deze vertelling - uitgegeven op luisterboek door Rubinstein Media - bij monde van Job Cohen ervoor geeft, heeft dat te maken met het vermogen om zich voorgaande levens te herinneren.
 
Het verhaal komt met veel inleiding en uitleg op gang, door de auteur ook zo extra aangeven, maar dan wordt het smullen. Het is een prachtige, geraffineerde filering van het kleinburgerlijke milieu dat aan het einde van de negentiende, begin twintigste eeuw zo kenmerkend was in Nederland. Er mocht bijna niets, er moest van alles. Theo Thijssen heeft deze sfeer in Het Grijze Kind echter meesterlijk humoristisch spottend en gemeen schurend opgetekend, met zelfs in deze tijd nog modern aandoende dialogen en situaties.

De story begint vanaf dat Henricus ongeveer naar de kleuterschool gaat, en het eindigt als hij op de hbs zit. Hij woont thuis met zijn vader, moeder en zus Nel die al volwassen is als hij nog maar vier jaar oud is. Zijn zus speelt samen met zijn moeder ook een beetje de baas over hem, wat hij niet leuk vindt. Hij is ver voor bij de rest van de kinderen. Niet op het gebied van school, want daar moet hij best veel voor doen, maar meer in zijn denken. Als hij iets ziet of doet herinnert hij dat nog. Zo loopt hij soms naar school, de basisschool, en wil hij een sigaar uit zijn zak halen en opsteken. Maar die zitten helemaal niet in zijn zak, maar in een vorig leven rookte hij altijd een sigaar onderweg naar zijn werk. Zo komt hij vele situaties tegen.

Theo Thijssen
 
Heerlijke beschrijvingen uit deze jeugdjaren zijn de scènes waarin het bekrompen leven thuis aan de Nassaukade wordt afgezet tegen het vrolijke licht in het huishouden van tante Neeltje, een zus van moeder. Moeder verafschuwt en gruwelt van de losbandigheid van die familie en schrikt steeds weer als Henricus allerlei nieuwigheden van daar thuis introduceert. Stilaan ontstaat er een verwijdering van zoonlief en de rest van het gezin. Henricus ziet al vroeg in dat de angst die thuis steeds maar weer wordt ingeboezemd uiteindelijk zeer belemmerend en verstikkend werkt op zijn ontwikkeling. Verder is de kostelijke zwerftocht van Henricus door het vondelpark op zoek naar zijn opa die zich daar dagelijks in het geheim schijnt op te houden zeer amusant. En de onderkoelde ironie die voortdurend uit de taal en handelingen van moeder spreekt, vooral als ze zich in allerlei bochten wringt om mooi weer te kunnen blijven spelen tegen haar vriendinnen. Met het breken van zijn schoolopleiding op de HBS en het in dienst treden bij zijn vader op kantoor sluit hij een episode af en begint zijn stap naar volwassenheid.

Job Cohen betekent voor de vertelling van dit boek een geweldige meerwaarde. Hij lees het voor alsof hij het zelf heeft meegemaakt en uit zijn geheugen voordraagt. Trefzeker en standvastig in de vele ondertonen die de dialogen zo’n mooie spanning en humor meegeven. Het boek heeft voor de burgemeester van Amsterdam een grote symbolische betekenis en hij heeft er zelfs destijds een spreekbeurt over gehouden op school. Dit alles vertelt Cohen in een extra toelichtende track op de laatste schijf. Het Grijze Kind toont Theo Thijssen als een modern schrijver die op de bres durfde te staan voor modernisering en het doorbreken van geijkte, vastgeroeste patronen en opvattingen. Wat dat betreft is de adoratie door Job Cohen geheel verklaarbaar. Fijn dat zo'n roman ook eens als luisterboek verschijnt.

 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Arsenicum en oude kant (Het Thriller Theater)
Theater | Theater | 25 Oktober 2007 | 20:43:49
 
Het Thriller Theater is er wederom in geslaagd om een rake, en ditmaal komische, thriller op de planken te brengen: Arsenicum en oude kant. Door het zeer levendige en geestige spel van de acteurs raakt de toeschouwer in een ontspannen toestand en wordt op die manier listig meegevoerd in een sinistere wereld waarin doorlopend de grenzen van afwijkend gedrag en krankzinnigheid met een lach worden verkend.
 
 
 
 
Er zijn bizarre personages zoals dokter Einstein (heerlijk gebracht door Marnix Kappers) en Brigadier O'Hara (Wouter ten Pas) waarvan het gekke afstraalt, maar ook ogenschijnlijk normale karakters - zoals de twee hoofdpersonen van het stuk: de oudere dames Abby en Martha Brewster - die door hun vanzelfsprekendheid echter het gevaarlijkst in hun gekte zijn.
 
De actrices Hetty Heyting en Truus te Selle weten op een betoverende manier deze rollen tot leven te brengen. Precies in balans en met een zuivere natuurlijkheid worden de twee oudjes opgevoerd. Ze geloven oprecht met hun duistere vergiftigingspraktijken goede daden te verrichten om zodoende eenzame vrijgezellen uit hun lijden te verlossen. Tegelijk wordt dat idee vakkundig uitgedikt en aangezet, zodat er een grote humoristische ontlading ontstaat. Iets waarmee met name Hetty Heyting, een specialist in het uitbeelden van types, het stuk in deze uitvoering tot hoogtepunten brengt. Haar Abby heeft geen enkel oma Knots-element geabsorbeerd, hetgeen misschien voor de hand had gelegen, en daaruit blijkt de grote acteerkracht van deze actrice. Ze weet steeds weer een karakter een sterke eigenheid mee te geven waardoor haar rollen altijd fris zijn en nieuwsgierig maken.
 
 
Hetty Heyting
 
 
Met onderlinge toespelingen wekken de oude dames de lach op, als ze weer in het geweer dreigen te komen met potjes en pannetjes soep en vlierbessenwijn. Wie tevens geniaal komisch speelt is Marnix Kappers, ook al vele jaren door de wol geverfd in dit genre. Net als bij de familie Knots speelt hij een kinds personage - volkomen onberekenbaar - op een uiterst serieuze wijze. Naast dokter Einstein, een plastisch chirurg die de slechte broer Jonathan in alles volgt, krijgt Kappers ook nog de ruimte in twee andere rollen: als dominee en adjudant.
 
Arsenicum en oude kant is een zalig stuk van toneelschrijver Joseph Kesselring, en al bij haar doop in 1941 werd het hilarisch gevonden en liefdevol omarmd door een naar ontspanning snakkend Amerikaans publiek dat haar natie betrokken zag raken bij een oorlog op het oude continent. Nog regelmatig wordt het overal ter wereld op het repertoire gezet, hetgeen het succes van dit blijspel onderstreept. Een filmversie uit 1944 met Cary Grant werd een klassieker.
 
De plot is zo veelomvattend dat het geen doen is deze samen te vatten. Maar ondanks de vele voorvallen op het toneel oogt alles als een sterk samenhangend geheel en is de rode draad gemakkelijk te volgen en zien we een aantal wendingen van verre aankomen. Dit veroorzaakt voorpret bij de kijker en maakt onder andere die relaxte sfeer in de zaal.
 
 
Marnix Kappers
 
 
Het Thriller Theater heeft wat mij betreft nu driemaal in de roos geschoten, want alle drie hun producties - sinds de oprichting in 2004 - onderscheidden zich in kwaliteit; zowel in een prachtige speluitvoering alsook schitterende decor- en lichtontwerpen. Niet voor niets worden Jan Klatter (decor), Maarten Verheggen (licht) en Regina Rorije (kostuums) in het voorwoord door producenten Lex Passchier en Rieneke van Nunen geroemd als het visitekaartje van hun theaterbedrijf.
 
Maar even zozeer mag het succes toegekend worden aan de perfecte en fijnzinnige neus waarmee Het Thriller Theater haar stukken uitzoekt. Driemaal waren het zeer karakteristieke en geslaagde spelen die allen verschillend waren in opzet. Ditmaal stond de humor centraal, de vorige keer het psychologische thrillerelement en de eerste maal het ouderwetse detectivespel. 
 
Deze steeds verschuivende insteek mag, gezien elke geslaagde aanpak, als gedurfd worden beschouwd. Het succes wordt opzij gelegd en er wordt weer iets nieuws geprobeerd. Ook telkens met andere acteurs. Een bijzonder fenomeen daarom, dat Thriller Theater. We mogen hopen dat er nog vele van deze kwaliteitsproducties de komende jaren gemaakt gaan worden.  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Lage Landen Tournee - Boudewijn de Groot
Theater | Theater | 14 Oktober 2007 | 20:36:47
Boudewijn de Groot trekt momenteel door de lage landen met een gelijknamige toernee. "Omdat ik ben opgegroeid in de lage landen, en er mijn successen heb behaald," vertelt Boudewijn zijn publiek tijdens de voorstelling. Als een soort ode dus aan de oergrond waarmee hij verbonden is.

 
 
 
Voor de pauze staan de nummers van zijn recent verschenen cd Lage Landen centraal. Die liedjes blijken een samenhangend geheel te vormen, waar vooral kalmte en rust van af straalt. Het past bij De Groot, een icoon van de Nederlandstalige muziek. Op 62-jarige leeftijd is het in de herfst van zijn leven tijd voor bezinning. De Groot, die altijd door een vaste tekstschrijver werd bediend, blijkt zelf - na de dood van Lennert Nijgh - ook ter zake doende teksten te kunnen schrijven. De teksten zijn minder poetisch dan die van Nijgh, meer rechttoe rechtaan. Maar herkenbaar en sfeervol.
 
De Groot kijkt vooruit en ziet Magere Hein naderen, blikt terug in het overpeinzende Zelden Kunnen Praten - een tekst die hij samen met Jack Poels schreef - twijfelt over het bestaan van God in Achter De Hemelpoort en ziet de multiculturele toekomst in Spelende Meisjes. Het laatste lied is een lang in een la verstopt gebleven tekst van de in 2003 overleden Willem Wilmink.

 
Van Willem Wilmink wordt Spelende meisjes
vertolkt
 
 
Van de beminnelijk wiegende cadans van zijn nieuwste materiaal bleek live een vitale kracht uit te gaan. Ook wist De Groot met zijn beschouwende woorden op meesterlijke wijze een warme melancholieke sfeer op te roepen. Dat zijn lappen tekst zo mooi gedijen was ook de verdienste van de knap ingetogen spelende begeleidende muzikanten. Een fraai stel bij elkaar trouwens met Jan de Hont, Nick Bult, Monique Lansdorp en zijn zoon Marcel als kopstukken. Vorig seizoen speelden Ernst Jansz en Jan Hendriks mee, maar deze waren niet meer beschikbaar voor deze toernee.

Na de pauze werd een andere sfeer getekend en gekleurd met een greep uit de oude doos, zij het met geen al te voor de hand liggende hits. Natuurlijk waren daar Tante Julia en Jimmy en de neo-klassieke publieksfavoriet Avond. Maar De Groot koos ook voor nummers als Tegenland en Cinderella. Psychedelische teksten, in de hippietijd geschreven door zijn compagnon Nijgh en met verve en veel plezier gebracht door Boudewijn.
 
En het tekstuele hoogstandje Strand uit 1964, nu op turbosnelheid vertolkt.
Dat het meest indrukwekkende deel van deze theatervoorstelling bestond uit het nieuwste werk, moet De Groot goed doen. Het betekent dat de éminance grise van de Nederlandstalige pop niet hoeft te teren op eens behaalde resultaten en waardig van zijn oude dag kan genieten.
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Pans Schomper - Indië Vaarwel
Boek | Luisterboek | 31 Augustus 2007 | 14:31:22
Indië Vaarwel  is een autobiografische luisterboek en begint met een reeks vrolijke en smeuïge herinneringen van Pans Schomper - die eigenlijk Frans heet, maar omdat de inlanders de f niet kunnen zeggen, wordt het Pans - aan zijn vroegste jeugd in Indië.
 
 
 
 
Het verhaal wordt verteld door Coen Pronk die dit op een levendige en inlevende manier doet. Pans zelf komt in het begin nog even aan het woord en maakt meteen duidelijk dat zijn stem dusdanig is aangetast dat dit een verder luisteren onprettig zou maken. Normaal gesproken worden de luisterboeken van Uitgeverij Rubinstein zoveel mogelijk door de auteurs zelf voorgelezen, maar in dit geval is er dus een goede reden om dat niet te doen. En gezegd moet worden dat Coen Pronk kan voordragen alsof hij alles zelf heeft meegemaakt.
 
Pans Schomper is geboren in Indië en blijft er twintig jaar wonen, tot na de Tweede Wereldoorlog. Van deze gehele periode wordt in dit boek op een optimistische manier verslag gegeven. Als Pans ter wereld komt drijven vader en moeder een hotel. Eerst in de wijk Weltevreden, later verhuizen zij naar Lembang, een rijk natuurgebied onder de heuvels van Bandung. Samen met z’n twee jaar oudere broer trekken ze er vaak op uit om op vurige Indische paardjes te rijden, op slangen te jagen of hutten te bouwen.
 

 

De auteur: Pans Schomper
 
Hilarisch zijn de taferelen aan de eettafel met de twee schildpadden die mee mogen eten, en als vader het genoeg vindt zich van tafel laten vallen en dan met verwoede pogingen proberen zich weer om te draaien. Verder verhalen over hoe hij en z’n broer met lucifers speelden en de klamboe in brand staken, hoe de honden verstrikt raakten in een greppel en hoe Pans piemelnaakt op een hotelkamer werd aangetroffen, na een urenlange zoektocht door pa en ma en toen simpelweg mededeelde dat hij en een vriendinnetje vadertje en moedertje speelden en op het punt stonden om naar bed te gaan en of ze hun met rust wilden laten.
 
Weer later verhuist het gezin naar Bandung. Pans maakte veel zelf: bamboemolentjes, vliegers en vuurwerkbommen van een groenteblik met een zakdoek als parachute. Hij beschrijft enthousiast over het vieren van feesten, zoals het Sinterklaasfeest, waarbij drie sinterklazen met elkaar een persoonlijke vete uitvochten en elkaar baarden, mijters en kleren afrukten.
 
Dan breekt , vanaf cd 3, langzaam de oorlogstijd aan. Van de verduisteringcontroles tot verscherpte regels – vader mag alleen nog vrouwelijk personeel in dienst hebben. De Japanners en Koreanen die het hotel bezetten zijn plompe, boerse types die zich wreed misdragen. Van het sjieke hotel blijft niets over.
Er komen kampementen, waarvoor Pans in eerste instantie als chauffeur gaat werken, maar later moet hij zich zelf ook melden als kamplid en wordt opgesloten. Zonder al te zwaarmoedig te worden wordt de oorlogstijd beschreven, waarbij het gevoel van lotsverbondenheid de overhand heeft.
 

 

Strijd in Indië, Japanners en Koreanen misdroegen zich als wrede,
plompe boeren

De vader van Pans leidt op een bepaald ogenblik aan dysenterie en de manier waarop de zoon met listen aan medicijnen weet te komen, krijgt zelfs weer iets avontuurlijks. In het laatste kamp van Pans wordt gewerkt aan de beruchte Birma spoorlijn. In die laatste maand voor de capitulatie gebeuren rare dingen waaruit de naderende overgave blijkt. Pans wordt bijvoorbeeld gevraagd een mand met goud te leveren in ruil voor voedsel.

Na de capitulatie volgde al snel de Besiap-tijd. ‘We vielen van de regen in de drup’, luidt Pans conclusie. Uiteindelijk resten hem en zijn familie niet veel anders te doen dan terug te keren naar Nederland. Vaarwel Indie! 
Een  heerlijk luisterboek, sfeervol en sappig verteld. Je waant je in Indië.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


K. Schippers - Waar was je nou
Boek | Luisterboek | 31 Augustus 2007 | 14:31:19
Waar was je nou is een intrigerende roman die als luisterboek een meerwaarde heeft gekregen door de voordracht van de auteur zelf, K. Schippers. Het is een spel van heden en verleden, van waarnemingen, perspectief en werkelijkheid.
 
 
 
 
Ruud heeft zichzelf buitengesloten na een nacht met ex-vriendin Slim. Wanneer hij terugkomt met twee net gekochte ontbijtjes ontdekt hij dat Slim is weggegaan, of in ieder geval de deur niet open doet. Ruud gaat naar het huis van zijn overleden moeder, waar oude spullen klaarliggen om bewaard of weggegooid te worden.
Zijn moeder was een enthousiaste fotografe en wanneer Ruud een foto opraapt en deze intensief bekijkt, gebeurt het wonderlijke. Net als de kleine Erik in Godfried Bomans Insectenboek is Ruud in staat via de foto’s de ruimte aan de andere kant te betreden.
 
Hij is buitengesloten in zijn eigen huis maar kan wel de wereld van het verleden in. Hij blijkt fysiek tot die wereld te kunnen toetreden, want later blijkt dat zijn zus Trudy en Slim naar hem op zoek zijn geweest en hebben hem fysiek niet in de kamer van zijn moeder aangetroffen. Ruud is aan de andere kant geweest, want hij heeft in de tram gezeten en is naar de beurs gegaan waar zijn vader heeft gewerkt.
 
Nadat hij ook zijn zus heeft meegenomen op een 'foto-tijdreis', ontstaat bij Ruud het plan om een broche van zijn moeder mee te nemen naar het heden. Hij leent de broche, laat hem namaken en wanneer alles klaar is, wil hij weer naar het heden ontsnappen. Maar dan gaat er iets niet helemaal goed.
 
 
De auteur en voorlezer: K. Schippers
 
 
Vooral de stijl valt op aan Waar was je nou. Al vanaf de eerste bladzijde word je meegevoerd in een soort stream of consciousness: alle gedachten van Ruud passeren de revue en ze worden allemaal opgeschreven alsof ze even belangrijk zijn. Dat heeft een voordeel en een nadeel. Het mooie van een gedachtenstroom is dat je jezelf als lezer heerlijk kunt laten meevoeren. Het nadeel is dat je heel goed op moet letten om te ontdekken waar het verhaal nu precies over gaat: in de overdaad aan details verlies je het overzicht gemakkelijk. Daar komt nog bij dat Schippers soms zonder waarschuwing of aanwijzing overstapt naar de gedachten van een ander personage.
 
De beschreven sfeer is dromerig en dat wordt door de vertellende stem van de auteur K. Schippers extra bevordert. Wat heeft die man een stem! Warm, diep, rustgevend, vertrouwen opwekkend en je meevoerend op zijn gemengde wolken van fantasie en realiteit, van heden en verleden. Dit boek is in zijn luistervorm makkelijker te doorgronden dan in zijn leesversie, aangezien de schrijver in de tekst nergens aanwijzingen geeft over wie er aan het woord is, en op welke manier. Door de natuurlijk voordracht van Schippers, die zelf uiteraard exact weet wie spreekt en op welke intonatie dat gedaan wordt, valt het verhaal beter te volgen. Weer een voorbeeld dus waarbij het luisterboek te verkiezen is boven het geschreven boek.

K. Schippers door tekenaar Siegfried Woldhek

Het is zo’n roman die je zeker twee keer moet luisterlezen, omdat pas bij de tweede keer de puzzelstukjes van de constructie in elkaar vallen. En dan nog is er flinke portie verbeelding nodig om mee te kunnen gaan in de gedachtegang van de auteur. In het heden is het decor de grote stad (Amsterdam, er is een dierentuin waarin de Argentijnse muzikant zijn contract met Slim tekent, er is de bioscoop West End, waar de films van George Formby draaien) De strandscènes spelen zich af in het gehuurde vakantiehuis in Zandvoort en het Empire Hotel. Tussen deze twee plaatsen beweegt Ruud zich via de foto’s van zijn moeder heen en weer.

 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Americana - Putumayo
Muziek | CD's | 01 Augustus 2007 | 21:07:02
 
 
Een voltreffer van Putumayo, dit zomerse Americana-album dat eind juli is verschenen.
Twaalf heerlijke songs die allemaal uit het Amerikaanse country-roots repertoire komen, en samen een zeer divers album vormen.
 
Deze rootsmuziek is voortgekomen uit de invloeden van de Ierse en Schotse immigranten die zich destijds in de oostelijke landelijke gebieden van de Verenigde Staten vestigden. Ze brachten hun ruwe plattelandsfolk met veel vioolwerk de grote plas over. Daar werd begin twintigste eeuw een interessante component aan toegevoegd door de rondtrekkende medicine shows en door string bands, die vaak weer een oost-Europese achtergrond hadden. De melting pot deed vervolgens zijn werk, en onder invloed van ragtime, country en jazz ontstonden die specifieke jug bands, Texas swinggroepen en bluegrassformaties die heden ten dage nog steeds vertegenwoordigers kennen die met hun moderne vormen een groot publiek blijven aanspreken.
 
Op deze verzamel-cd treffen we een aantal van die representanten van de zogenaamde Americana - zoals de stijlvorm is gaan heten,  aan. The Little Willies is een New Yorkse band die met een hang naar de Texas swing is beïnvloed door mensen als Hank Williams, Willie Nelson en Kris Kristofferson. Met zangeres Norah Jones (inmiddels een grote, eigen carrière opgebouwd!) in de gelederen vertolken zij het nummer It's not you, It's me, een Texas honkytonk-nummer geschreven door Richard Julian.
 
 
The Little Willies, met zangeres Norah Jones
 
 
Ander hoogtepunt dat genoemd dient te worden is Wagon Wheel van de Old Crow Medicine Show. Met als inspiratie de country string bands uit het verleden, weet deze formatie een nieuwe funky touch aan die oude jugbandsmuziek te geven. Een vrolijk optimisme straalt daarin door te vergelijken met een folk troubadour als Woody Guthrie.
 
Chip Taylor is in een duet met Carrie Rodriguez te horen in Sweet Tequila Blues. Taylor was al de tekstschrijver van hits als Wild Thing en Angel of the Morning maar bewijst de laatste jaren ook een voortreffelijk vertolker van het country-genre te zijn, met een fijne, zachte stem. Carrie Rodriguez vult hier feilloos op aan met haar zoete zang en rijke vioolklank. Het arrangement brengt ons in een Texas dancehall stemming.
 
 
Carrie Rodriguez en Chip Taylor
 
 
Een andere aanvoerder van de eigentijdse Americana beweging is Tim O'Brien, die vroeger deel uit maakte van de bluegrass-formatie Hot Rize, en die tegenwoordig vooral de nieuwe generatie stringbands produceert. Op deze cd is van hem een alleraardigste folkblues uitvoering van The Animals-klassieker House of the Risin' Sun te beluisteren.
 
Verder zijn de tracks van de zangeressen Alison Brown, Terri Hendrix en Eliza Lynn lovenswaardig te noemen, alsook de singer/ songwriter Josh Ritter.
Concluderend mag deze cd van Putumayo mijns inziens als een sterk staaltje compilatie gezien worden, met vrijwel allemaal krachtige, in hun genre relevante tracks, mooi thematisch vastgehouden door een sterke rode draad die de muziekgeschiedenis van de Verenigde Staten meer dan recht doet.
Maar vooral: een uurtje lekkere, relaxte muziek voor in de zwoele uren!
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


We zijn er bijna!
Vakantie | Luisterboek | 11 Juli 2007 | 13:45:49
Met dit nieuwe concept van het vakantieluisterboek We zijn er bijna! heeft Uitgeverij Rubinstein een verrassende en wat mij betreft naar meer smakend oeuvre opgezet.
Een verrijkende aanvulling op de al omvangrijke catalogus van deze uitgever, welke tot heden bestond uit voorgelezen romans en verhalen, en de heruitgave van hoorspelen en oude radioproducties.
 
Voor het eerst is er nu ook de gevarieerde luisterbloemlezing: een mix van verhalen, bijzondere radiofragmenten, bekende Nederlandse stemmen en in herinnering gebleven amusementsliedjes.
 
 
 
 
Het thema is dus vakantie en dat is in deze tijd van het jaar uitstekend gepland.
Om het vakantiegevoel extra luister bij te zetten en in de sfeer te komen van het erop uit trekken, de vrijheid, en vooral ook de gebruikelijke wissewasjes, de kleine irritaties en ongemakken die bij het kamperen horen, is deze dubbel-cd een aanrader.
 
Godfried Bomans opent met een soort sketch uit het Avro-programma Mijmeringen, zoals dat in 1966 op de Nederlandse radio te beluisteren viel. Bomans in zijn bekende satire, met een opbouwende hilarie over Nederlanders in een bus op vakantie naar Oostenrijk.
 
Dan horen we Willem Drees, oud minister-president, over de waarden en normen die op het strand in Scheveningen in acht gehouden dienen te worden. Deze aflevering uit de Vara-radioserie Zestig jaar levenservaring uit 1961, geeft een mooi tijdsbeeld over hoe men toen over bloot op het strand dacht. 'En rommel maken. Dat soort dingen deed je niet', aldus Drees.
De brave, nette jaren vijftig zitten er zojuist op, en je hoort aan de vooravond van de roerige jaren zestig de vrees dat  het allemaal de verkeerde kant op gaat in Drees' stem doorklinken. Rita Reys ziet het allemaal positiever in en zingt Zon in Scheveningen.
 
 
Willem Drees op de bres voor waarden
en normen op het Scheveningse strand.
 
 
Middas Dekkers komt tweemaal op dit luisterboek voor, met de door hem zelf voorgelezen verhalen/ columns De luiaard en Het Zonnedier. Beide verhalen zijn met wat verbeelding en associatief vermogen illustratief voor de vakantiethematiek. Het betreft fabels, want in de karaktertrekken van deze beschreven dieren herkent de mens zichzelf.
Tijd voor luchtige, lekkere muziek, want we zijn inmiddels het land uit en zien al meer zonnestralen tegemoet komen!  Willy en Willeke Alberti zingen Het hutje bij de zee en Conny Vandenbos Drie zomers lang.
 
En dan het echte werk voor de lange rechte, onophoudelijke wegen... Kluivige, maar sfeervolle en treffende verhalen van Nelleke Noordervliet en Roald Dahl. Noordervliets In Verona geeft de zuidelijke levensvreugde en cultuur goed weer, en haar komische verhaal In de trein brengt onherroepelijk een glimlach op het gelaat. Ze vertelt over het fantaseren over medepassagiers, en voor de treinreiziger die dit verhaal op zijn walkman meeluistert zal dat een dubbele sensatie geven!
 
Na Dahls De Hospita, zijn we inmiddels zover van huis dat we graag de weerberichten in Nederland vernemen... Hoe kan dat beter dan door het markante stemgeluid van Jan Pelleboer, destijds Nederlands bekendste weerman, Piet Paulusma avant-la-lettre. We horen een radioweerpraatje uit 1976. Het is in Nederland dan ook lekker weer.
 
 
            
 
Jan Pelleboer te horen met een radioweerpraatje uit 1976. Piet Paulusma avant-la-lettre.
 
 
Bijzonder geluidsmateriaal en een feest om te horen is verder het verslag over de Zandvoortse politie, die met man en macht uitrukt om zoekgeraakte kinderen bij hun ouders terug af te leveren, een reportage van de NRU uit 1968, en de Kampeerinformatiedienst van de ANWB uit 1964. Dat laatste gaat over de bouwvakdrukte.
Een meewarige glimlach die de vakantieganger anno nu even onthaast, en terugbrengt naar de rust en stilte uit vroeger tijden. Zoals ook Wim Sonneveld zingt in De zomer van 1910.
 
Een prachtig luisterboek en te hopen valt dat Uitgeverij Rubinstein met deze opzet een nieuwe lotus aan hun prachtige boom kweekt, en in de toekomst meer van deze zeer gevarieerde, thematische luisterbloemlezingen uitgeeft!
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Roald Dahl - Op weg naar de hemel
Verhaal | Luisterboek | 10 Juli 2007 | 14:02:13
 
Roald Dahl toont zich in het nieuwe Rubinstein-luisterboek Op weg naar de hemel weer de grootmeester van het korte verhaal. De luisteraar wordt gevangen in een web van eigenaardige personages en bizarre intriges. Pas in de laatste minuten wordt de verassende of macabere clou prijsgegeven.
 
De Britse schrijver met Noorse ouders treft in zijn verhalen altijd een karakteristieke humoristische en tegelijkertijd donkere kant die voortreffelijk wordt gecreëerd door de voorleesstem van Jan Donkers.

 

 
Op dit luisterboek staan de verhalen: Op weg naar de hemel, De hospita, Dominees hobby, William en Mary, Genesis en catastrofe,  en het stijlvol verrassende Mevrouw Bixby en de mantel van de Kolonel. In zijn verhalen grijpt Dahl geregeld naar bizarre, vreemde en soms ook wel een tikje sadistische uitgangspunten met onverwachte plots.
 
Je zinkt weg in een wereld van absurdistische, lugubere en soms ontroerende plots. Hoewel vaak in dezelfde eenvoudige, hypnotiserende stijl geschreven, bezit elk verhaal een apart karakter. Het ene verhaal prikkelt de verbeelding, het andere zet aan het denken. Als geheim ingrediënt gebruikt Dahl subtiele humor die de lezer in een staat van ontspanning brengt.
 
Een hospita zit in het gelijknamige verhaal De Hospita al jaren achter het raam te wachten tot juist die ene, die betreffende argeloze avondwandelaar bij haar onderdak komt zoeken. Tot het einde toe blijft dit door Donkers in de juiste toon gevangen verhaal een sinistere spanning behouden. Je voelt als luisteraar mee met de hoofpersoon, maar hoopt tegelijk op meer demoonachtige invloeden. Sadisme maakt de vertelling bij Dahl alleen maar sappiger.
 
Een prachtig staaltje meeslependheid wordt in het verhaal Op weg naar de hemel getoond. Je raakt volledig in de ban van een excentrieke en puissant inschikkelijke dame die graag naar Parijs wil, naar haar zus. Haar man verzint list op list om haar telkens weer te laat op het vliegveld te doen komen, zodat ze haar vlucht mist.
Wat zit daar achter? Van waar dit onverklaarbaar gedrag? Vreemde snoeshanen doen ons keer op keer vastbijten in deze fantasierijke verhalen.
Een piepend, roestend geluid bezorgt de dame in kwestie bij haar afscheid naar Parijs - gekluisterd met haar oor aan de voordeur - uiteindelijk een opgelucht gevoel.
 
 
Jan Donkers leest verhalen van Roald Dahl op het
luisterboek Op weg naar de Hemel
 
 
Jan Donkers was naast zelf schrijver van literaire verhalen en medewerker aan muziekprogramma's als Gonzo's Last Stand, ook radioreporter voor onder meer de VPRO. De stem van Jan Donkers leent zich bij uitstek voor de bijzondere verhalen van Roald Dahl.
De volledig objectieve en onpartijdige stem van Jan Donkers maakt de stories alleen maar fascinerender.  
 
De personages komen in enkele minuten volledig tot leven. Je linkt ze meteen aan bestaande personen, de kracht die Dahl bezat om hen herkenbare en realistische karaktereigenschappen toe te schrijven.
Dahl bezit het talent om de meest nuchtere mens in het vreemdste verhaal te laten geloven. Zelf zei hij: ‘Zij die niet in de magie geloven,  zullen haar ook nooit vinden.’ 
Donkers doet ons er vanaf de aftrap voor honderd procent in geloven!
 
 
 
 

 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Godfried Bomans: de humor & ernst
Humor | Luisterboek | 25 Juni 2007 | 23:01:53
Naarmate Godfried Bomans beroemder werd in Nederland verdween zijn schrijfwerk meer en meer naar de achtergrond. Gretig aanvaardde hij daarentegen opdrachten van uiteenlopende aard die hem buiten de werkkamer en ook steeds meer buiten de grenzen van het schrijven brachten. Er waren ontelbare lezingen in het land, verplichtingen die hij aanging voor de radio en televisie, en er was ook veel werk voor reclamedoeleinden.
 
 


 
Met name voor de media van radio en televisie bleek hij een opvallende en overtuigende persoonlijkheid te zijn die uitzonderlijk begaafd was in improvisatie vol verrassende wendingen tussen ernst en humor. Steeds vaker in het publiek optredend, verwierf hij zich, naarmate hij ouder werd, een werkelijk nationale populariteit.

Voor velen bracht hij gereserveerde bedenkingen ten aanzien van raadselachtige verschijnselen in de zich snel wijzigende samenleving treffend onder woorden. Hij groeide daarmee uit tot de vaderlandse huiskamermoralist. Op het luisterboek Godfried Bomans, De humor & ernst, uitgegeven door Uitgeverij Rubinstein, vind je een heerlijke hoeveelheid lezingen en toespraken van Bomans terug, waarbij wisselend de serieuze inhoud en dan weer de humor prevaleert.
 
Zeer komisch en nog steeds scherp zijn de beschouwingen van Bomans over het studentenleven, waarbij hij uit zijn rijke ervaringen als zelf student zijn, kon putten. De lezingen Groenen, De Delftse dag en Student op Kamers blijven amuseren. Ook nog steeds erg herkenbaar is De Kunst van het Verkopen, waarin Bomans uitvoerig uitlegt hoe een goede verkoper zou moeten functioneren, en ook dat een verkoper te goed kan zijn, en dat dat niet werkt. Zijn toenmalige gehoor is talrijk in gelach.
 
 
 
 
Serieus van aard is met name cd 2, waarop Bomans zijn waardering uitspreekt over collega's in causeriën over onder andere Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Henri Knap. Ronduit hilarisch is zijn beroemde verhaal over Sinterklaas op Reis. Op cd 3 vind je een bonte verzameling korte bijdragen aan met name radioprogramma's uit de jaren zestig. Op de vraag Wat geef ik m'n man op zijn brood? weet Bomans een schertsend antwoord te geven. Over Maskers en de clown Grock is weer serieuzer van aard en de grenzeloze bewondering die Bomans aan 'zijn' grootheden aan de dag kon leggen is enorm. Met uiterst gedetailleerde precisie tekent hij dit soort bijzondere mensen voor ons uit.
 
Alles bij elkaar weer een aangename hoeveelheid bijzondere voordrachten van Bomans, uitgebracht door Rubinstein.
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Gerard Reve - De Avonden
Boek | Luisterboek | 25 Juni 2007 | 22:41:13
In 1991 slaagde Wim Noordhoek van de VPRO-radio erin om Gerard Reve zijn bestseller De Avonden integraal te laten voorlezen. De door Reve voorgelezen roman nam een totaaltijd van 8,5 uur in beslag en de sessie is destijds compleet op de radio uitgezonden. Voor wie deze historische gebeurtenis toen gemist heeft en voor wie dit unieke stuk voorleescultuur graag wil bewaren, is er het luisterboek van De Avonden beschikbaar, uitgebracht door Uitgeverij Rubinstein.
 
 
 
 
De stem van de inmiddels overleden Reve doet meteen zijn hele persoon herleven. Je ziet hem zitten, de cynische, intelligente en rust en overwicht uitstralende volksschrijver. Hij weet zijn teksten de preciese lading mee te geven die het moet hebben en de gedragen, wat zeurderige voordracht tekent de direct naoorlogse sfeer van De Avonden wonderwel.
 
De hoofdpersoon, Frits van Egters, is nogal pesterig van aard, een ‘zwarte humorist’, en hij is nogal zwaarmoedig. Hij vult zijn bestaan met scherpe zelfanalyses en ontluisterende observaties van zijn omgeving, onder andere zijn ouders. Hij voelt zich verlaten, kan zijn gevoelens niet uiten, en hij is bang voor dood en verval. Hij probeert zijn eigen angsten van zich af te praten door ze anderen aan te praten.
 
Frits ervaart de werkelijkheid - van vlak na de oorlog - als een zinloze reeks details en zoekt naar samenhang en zin. Bijna elke nacht heeft Frits nogal vreemde dromen wat duidt op zijn neurotische persoonlijkheid. Deze dromen hebben ook te maken met zijn angsten, met name voor de dood.
Hij bekijkt zijn ouders met gemengde gevoelens.
Meestal overheerst ergernis. Die betreft van alles: de slordige, smakeloze kleding, wratten, beharing. Verder ergert hij zich aan een gebrek aan manieren, aan zijn vaders hardhorendheid, het vage, huisbakken gepraat van zijn moeder. En dit zijn dan nog min of meer uiterlijke dingen. Wezenlijker is hun manier van omgaan met elkaar. Zijn moeder benadert zijn vader vaak erg negatief, verwijtend, en vader reageert daarop met een houding van zwijgzaamheid en teruggetrokkenheid. Frits’ ouders vertegenwoordigen in zijn ogen kortom de mislukking.
 
 
Gerard Reve, auteur van De Avonden
 
Een andere tegenstelling bestaat er tussen Viktor en Maurits Duivenis. Met Viktor heeft Frits misschien het beste contact. Dit blijkt uit de gesprekken die hij heeft met Viktor. Frits uit tegenover hem wel enkele gevoelens en praat met hem over zijn ouders. Viktor begrijpt een hoop van zijn neurose.
Het betreft de laatste tien dagen van 1946, koude, mistige decemberdagen. Die sfeer weet Reve extra op te roepen met zijn stemgeluid. Een ideaal luisterboek om in die winterdagen weer eens te draaien, maar ook bij warme dagen krijgt het beluisteren iets betoverends en hallucinerends.
Reve neemt je echt mee terug naar zestig jaar geleden.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Kees van Kooten - Greatest Bits
Humor | Luisterboek | 08 Mei 2007 | 18:02:54
De schrijver Kees van Kooten heeft sinds 1976 een indrukwekkende hoeveelheid humoristische, korte verhalen gepubliceerd. Hij begon met bundels als De Ergste Treitertrends en Koot droomt zich af, en binnenkort verschijnt Epi's Centrum.
 
Daartussen ligt een scala aan bundels en boekjes, met als een hoogtepunt de beroemde modernismen, een rijkgeschakeerde verzameling observaties van het moderne leven met al zijn gemakken en ongemakken.
 
 
 
 
In het dit jaar verschenen luisterboek Greatest Bits!, dat bij uitgeverij De Bezige Bij onder het Zoem-label verscheen, leest Van Kooten verschillende hoogtepunten uit die ruim dertig jaar publicaties voor. Het blijft altijd boeiend om een auteur uit eigen werk te horen voordragen, juist omdat niemand zo goed de intonaties en accenten kan leggen dan hij of zij die de tekst bedacht heeft, en die elke nuance exact afgewogen als ingrediënt kan toedienen.
 
Maar in het geval van Kees van Kooten is het een extra tractatie, omdat we met een meester in de voordrachtskunst te maken hebben. Vele honderden voordrachten in combinatie met de aanwezige acteertalenten en -ervaring (vanuit het televisiewerk) hebben ertoe geleid dat Van Kooten zeer lichtvoetig, als een zuchtje wind, door de bladzijden bladert en het timbre steeds precies weet te treffen, en daarnaast de humor, die ongetwijfeld Haags te noemen is, goed weet te brengen. Onderkoeld, maar toch met een accent erop - uit welk verhaal kom jij Bob? is zo'n terloopse opmerking die meteen een glimlach op je gezicht tovert. Humor lezen is niet gemakkelijk. Carmiggelt was een meester erin, Van Kooten mag zich die kwalificatie onderhand ook toe-eigenen.
 
Met veel plezier heb ik de twee cd's beluisterd waarin uit de vele diverse fasen van het schrijversschap van Van Kooten wordt voorgelezen. Opvallend is dat zijn schrijfstijl al die jaren hetzelfde is gebleven, licht poëtisch en zo gedetailleerd dat je er helemaal in opgaat. En de verhalen duren gemiddeld zo’n vijf minuten, een prima lengte.
 

 

 
 
Een koffer met poep, De Kick van het niks  waarin hij vertelt over de lol van niks, zoals een bezoekje aan de slager dat hij tot een hilarisch schouwspel maakt. In die jaren is hij nog losbandig en jong. Maar langzamerhand hoor je in zijn verhalen dat andere dingen een belangrijkere rol gaan spelen.
 
In het verhaal Naalden uit Annie dat in 2000 verscheen, blijft het komische op de voorgrond maar wordt toch schrijnend duidelijk gemaakt hoe de intredende ouderdom en dementie bij Van Kootens moeder en tijdgenoten het einde van het leven aankondigt. De laatste jaren weet Van Kooten meer diepgang en gelaagdheid aan te brengen in zijn korte verhalen zoals in zijn laatst voorgedragen verhaal Yvonne, uit het boek Epi’s Centrum dat in 2007 verschijnt. Hij schrijft daarin vol passie en liefde over zijn kleinzoon Roman, en diens gedachtenwereld als hij hem van school haalt.

 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Sprong in het Heelal - Het Marsmysterie
Luisterboek | 26 April 2007 | 18:05:55
Sprong in het heelal was het succesvolle science fiction-hoorspel dat in de jaren vijftig op de Nederlandse radio door de KRO werd uitgezonden. Het feuilleton was gebaseerd op het BBC-hoorspel Journey into space van de Engelse schrijver Charles Chilton. In Nederland werd het hoorspel, vertaald door Eddy Franquinet en geregisseerd door Léon Povel, uitgezonden vanaf 1955. Dat was vlak voordat de space-race tussen de VS en de Sovjet Unie op het punt stond los te barsten. De NASA werd opgericht en de Sovjet Unie zou weldra de kunstmaan Sputnik in een baan rond de aarde brengen. Over wat er zich in de ruimte af zou spelen gingen de wildste geruchten.
 
 
 
 
Nu heeft Uitgeverij Rubinstein de tweede serie, van de in totaal drie series die er van dit hoorspel zijn verschenen, als luisterboek uitgegeven. De serie heet: Het Marsmysterie.
Een spannende, futuristische science-fictionserie, die de luisteraars in de jaren vijftig met rode oortjes aan het toestel gekluisterd deed zitten. De muziek is afkomstig uit de Medea van Samuel Barber. Dit hoorspel was zijn tijd ver vooruit, en het frappante is dat het na meer dan vijftig jaar nog steeds buitengewoon spannend, mooi gemaakt en een feest voor het oor is.
 
In Sprong in het heelal. Het Marsmysterie wagen kapitein Jeff Morgan, ingenieur Steve Mitchell, telegrafist Jimmy Barnett, dokter –Doc- Matthews in hun ruimteschip Discovery de sprong van de maan naar de geheimzinnige rode planeet Mars. Het verhaal speelt zich af begin jaren zeventig, hoewel dus in de tweede helft  van de jaren vijftig opgenomen. De maanlanding in 1969 zat dus dicht tegen dit futuristische verhaal aan.
 
 
 
 
De reis naar Mars verloopt vol hindernissen en rare wendingen. Zo blijkt er een vreemde man schuil te gaan achter bemanningslid Whitaker, een rol van Peter Aryans, die met een huiveringwekkend ijzige en onderkoelde stem gestalte aan dit personage geeft. Die Whitaker jaagt iedereen de stuipen op het lijf. Er gaan twee vrachtvaarders, zoals de ruimteschepen in de serie worden genoemd, verloren. De eerste door de inslag van een meteoriet, de tweede is op een geheimzinnig manier uit het zich verloren, met Whitaker aan boord! Dit is gebeurd toen de luchtvloot in zijn geheel in een onduidelijk, niet nader te verklaren zwerm terecht kwam, waarbij elk electronisch contact aan boord verloren ging. Als de zwerm is opgetrokken, komt er opeens een vreemd bericht van het hoofdstation vanuit de aarde. "Onmiddellijk omkeren en de expeditie stoppen!" luidt het bericht.
 
Echter de bemanning ontdekt dat de signalen vanuit de aarde met een te korte tussenpoze worden doorgegeven, conclusie: deze berichten kunnen niet vanaf de aarde worden doorgegeven. Maar van waar dan? Een spannend avontuur ontpopt zich. Uiteindelijk op Mars aangekomen wordt de bemanning in een pyramidevormige stad geconfronteerd met ondermeer onverklaarbare slaapaanvallen, mysterieuze ruimtemuziek, maar ook met vreemde wezens.
 
 
Om een radiohoorspel dat zich afspeelt in een omgeving die nog niet werkelijk bestond, toch beeldend en geloofwaardig te maken, moesten allerlei nieuwe geluiden worden uitgevonden.
Regisseur Leon Povel heeft daartoe in de jaren vijftig wekenlang met geluidstechnici geëxperimenteerd om de meest vreemde omschrijvingen van een klank te voorzien, zoals een zaagtandgenerator, een ringmodulator en een blokbandgenerator.
 
Het spel klinkt anno nu nog fris, scherp en spannend. Hier en daar is de plot door ons iets vlotter te doorzien wellicht dan destijds, aangezien we aan veel verhaallijnen en ingewikkelde plots gewend zijn geraakt, maar het geheel heeft een strak tempo en is nog heel eigentijds. Heerlijk om die professionele hoorspelacteurs van de toenmalige hoorspelkern aan het werk te horen. Grote acteurs als John de Freese, Jan van Ees en Jan Borkus brengen diepte in hun rollen. Het succes van deze vertaalde hoorspelserie uit de jaren vijftig zou ertoe leiden dat begin jaren zestig onder wederom regie van Leon Povel een Nederlands ruimtevaarthoorspel werd gemaakt: Testbemanning.
Wellicht een idee, mits daarvan het geluidsmateriaal enigszins compleet is terug te vinden, om dat  later ook eens uit te geven. Deze unieke radiospelen verdienen het!
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Alleen op een Eiland
Luisterboek | 18 April 2007 | 22:45:53
In 1971 werd een uniek experiment uitgevoerd.
Lang voordat de meeblikcamera's van Big Brother en dergelijke programma's ongegeneerd het wel en wee van mensen in het dagelijks leven vastlegden, of mobiele telefoons contact op elke afgelegen plek mogelijk maakten, werd door de radioproducent Gé Goudswaard, een prachtig als even baanbrekend concept bedacht.
 
 
 
Stuur twee gerenommeerde schrijvers naar een onbewoond eiland en laat hen daar een week in absolute stilte verblijven met enkel de natuurgeluiden om hen heen. En leg een dagelijks radiocontact om de luisteraars er getuige van te laten zijn wat er in deze personen omgaat, en hoe zijn die totale afzondering ervaren.
 
De gelukkige schrijvers waren Godfried Bomans en Jan Wolkers. En hoewel misschien vooraf niet geheel ingecalculeerd, bleek deze keuze gaande het experiment de meest gelukkige en interessante te zijn, die maar gedaan kon worden. Hoewel vasteland-contacpersoon Willem Ruis in het begin van de tweede week, wanneer Wolkers de plek van Bomans heeft ingenomen, nog erg moet wennen aan de totaal andere persoonlijkheid met wie hij nu driemaal per dag zonder beeld van gedachten wisselt, blijkt al spoedig dat dit een extra dimensie geeft.
 
 
 
 
Juist zijn we gewend aan de innemende, krakerige, bedeesde en bedachtzame stem van Bomans die ergens uit een verlaten oord opklinkt, en bij wie de verbeelding van een man alleen vechtend tegen de elementen tot grote hoogten toeneemt, net dan komt opeens die voortratelende kakefonie van een nog jonge Wolkers die de wereld allang tot op het bot gefileerd schijnt te hebben en nu die diertjes er nog wel even bij neemt. Hij sjouwt en is druk in de weer met een dode aangespoelde zeehond en verzorgt later zelfs een levende zeehond die hij met kunst en vliegwerk en zeer beperkte middelen weet te voeden.
Als luisteraar raak je zo betrokken bij zijn epistels dat de vraag wat er in Wolkers zelf omgaat niet naar voren komt. Een man in het nu, die het schijnbaar veel gemakkelijker heeft, dan de man die zijn twijfels uit verleden en toekomst onder woorden probeerde te brengen.
 
Ook anno 2007 is dit fantastische radiospektakel nog steeds een boeiend psychologisch fenomeen en kan er lering uit getrokken worden. Maar vooral is het historisch radiomateriaal dat op het luisterboek Alleen op een Eiland bij uitgeverij Rubinstein is verschenen, verslavend spannend en fris. Vooral het feit dat al het materiaal bewaard is gebleven, dus ook de voor- en nagesprekken die de jonge Willem Ruis, toen nog geen kwismaster, met de auteurs voert op de van te voren afgesproken contactmomenten.
 
 
 
 
Deze gesprekjes geven nog meer inzicht in wat er zich werkelijk afspeelde op dat eiland, dan dat wat de luisteraars in de dagelijkse uitzending hoorden. Met name bij Bomans is het fascinerend te constateren hoeveel moeite Godfried doet om zijn koortsachtigheid die plots opgekomen is, te verbloemen voor de luisteraars en met name zijn vrouw, die anders ongerust kan worden. Op sympathieke wijze probeert hij vanaf het verlaten eiland de regie te behouden over wat hij gaat mededelen in  de radiopraatjes, maar Ruis weet er doorheen te prikken en krijgt Bomans in de loop van de week om. De wat ijdele 'heer uit Haarlem', zoals hij zichzelf op het laatst schertsend typeert, breekt en wordt kwetsbaar. Een fascinerend gebeuren om te volgen.
 
Over dit luisterboek kan ik alleen maar zeer lovend spreken, want er wordt hier iets unieks gepresenteerd. Zowel het radiomateriaal, dat volledig en in heldere staat is vastgelegd, alsook de vorm en layout van het luisterboek zijn schitterend en trekken als een magneet aan om de liefst zes cd's in stille afgezonderheid te beluisteren. Het avontuur zelf meemaken, heerlijk.
Hopelijk kan uitgeverij Rubinstein in de toekomst meer van dit soort unieke radiodocumenten beschikbaar maken voor het grote publiek. Alom hulde!
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Snip en Snap Souvenirs
Luisterboek | 18 April 2007 | 22:05:55
Het illustere duo Snip en Snap was een komisch duo bestaande uit Willy Walden en Piet Muyselaar. Met hun eigen revue trokken ze in de periode tussen 1937 4n 1977, liefst veerig jaar dus, volle zalen.
De act werd bedacht door de later omstreden Jacques van Tol die zich vermoedelijk liet inspireren door een act van het duo Solser en Hesse: "Wip en Snip".
 
 
 
 
Walden en Muyselaar voerden hem voor het eerst op in 1937 in een uitzending van het AVRO-radioprogramma De Bonte Dinsdagavondtrein. Het duo had aanvankelijk geen zin om in vrouwendracht oubollige grapjes uit te wisselen, maar op aandringen van theaterproducent René Sleeswijk wilde men voor een eenmalige radio-uitzending wel een uitzondering maken. Het optreden werd door het publiek zo leuk gevonden dat de AVRO een promotietour bij Sleeswijk bestelde waarin Snip en Snap als publiekstrekkers moesten fungeren. Na een jaar zette Sleeswijk de tour los van de AVRO voort onder de titel De Snip & Snap Revue. De eenmalige uitzondering werd daardoor veertig jaar lang voortgezet.
 
Willy Walden in een interview: "Ik was zelf helemaal niet dol op die jurken. We vonden het eigenlijk allebei vreselijk. Maar ja, het hoorde erbij. De mensen bleven erom vragen. En dan doe je die jurk toch maar weer aan."
 
 
 
 
Ophet cd-luisterboek Snip en Snap Souvenirs van Rubinstein Media, tref je op twee cd's een groot aantal hoogtepunten uit hun omvangrijke thaterrepertoire aan, zowel liedjes als, hoofdzakelijk conférences. het betreft opnamen uit hun latere jaren, met name de jaren zeventig shows.
Hier zitten de klassiek geworden acts bij als De Mop, De Som, Het Doktersspreekuur en De Wisseltruck. Het blijft amusant en onderhoudend om de twee heren, want in deze conférences spelen Walden en Muyselaar voornamelijk mannenrollen, aan het stoeien te horen in de kleinburgerlijke denkwereld van het boutje, het nippeltje en het moertje.
 
Met hun meesterlijke weergaven van deze burgertypes hebben ze eigenlijk de eerste stappen gezet van het satirisch amusement dat met Hadimassa, Van Kooten en De Bie en Jiskefet inmiddels in Nederland onmisbaar is geworden. Het is niet mijn broer, en toch is het een zoon van mijn vader, is zeker net zo'n beruchte oneliner geworden als Van die dingen, ja.
Een leuke surprise op dit luisterboek is de aanwezigheid van twee minder bekende liedjes van de hand van Van Tol, namelijk Ode aan Amsterdam en Een koffer vol met Souvenirs. Vol verve en met een voor hun doen ongekend vitaal orkest als begeleiding klinken Walden en Muyselaar dynamischer als ooit tevoren. Een levendig duo, dat -  hun bijdrage aan het Nederlands amusement totaal overziend - weleens te weinig waardering heden ten dage te beurt valt. Men schuift dit duo weleens te gemakkelijk aan de kant als flauw en gedateerd. Dit luisterboek daagt uit om die mening te herzien.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
reageer | bewerk | verstuur | kopieer | bekeken x 381


Ja Zuster, Nee Zuster
Muziek | Luisterboek | 18 April 2007 | 21:38:43
De serie Ja Zuster, Nee Zuster heeft de afgelopen jaren een ware revival ondergaan, eerst met een theatermusical, toen een film en recentelijk zijn ook alle liedjes weer beschikbaar gekomen voor het Nederlandse publiek.
 
 
 
 
In 1965 werd televisiegeschiedenis geschreven door Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink, de schrijvers van de serie. De straten waren leeg en de mensen aan de buis gekluisterd om de belevenissen van zuster Klivia en de rusthuisbewoners te kunnen volgen. Het verhaal is ook nagenoeg bekend bij het hedendaagse Nederlandse publiek na het uitkomen van de succesvolle bioscoopfilm met Loes Luca in de rol van zuster Klivia. Het heeft de vraag naar en de roep om oorspronkelijk materiaal alleen maar aangewakkerd. Helaas is er op het gebied van beeldmateriaal niet veel meer voorhanden om destijds in de jaren zestig de omroepen door bezuinigingen gedwongen de opgenomen uitzendbanden weer hergebruikten en de beelden dus wisten.
 
Een troost in deze is dat de muziekbanden met alle oorspronkelijke liedjes wel bewaard zijn gebleven en aangezien de liedjes destijds een belangrijke rol speelden in de musicalachtige comedy is dat een aardige compensatie. De liedjes waren stuk voor stuk pareltjes en velen werden gevestigde hits, zoals De kat van Ome Willem, M'n Opa, Wilt u een Stekkie, Met u onder een Paraplu om er een paar te noemen.
Dat de liedjes destijds al zo succesvol waren bewijst het feit dat het beeldmateriaal dat wel bewaard is gebleven in de omroeparchieven vrijwel allemaal liedfragmenten betreffen, een aardige compilatie daarvan is reeds op de dvd van de gememoreerde recente speelfilm verschenen. Maar nu heeft Uitgeverij Rubinstein een prachtig document het licht doen zien, middels de complete serie liedjes op vier cd's verzameld in een luisterboek.
 
 
 
Bijna zestig liedjes betreft de verzameling, een koninklijke verdienste van het schrijverskoppel Schmidt/ Bannink omdat het zulke rotsvaste eenheden zijn, de onvergetelijke en pakkende deuntjes
met de simpele maar zo fantasieprikkelende teksten. Het was een tijd dat er over Bello de hond en Hendrik Haan gezongen kon worden. Een heel epistel over Hendrik Haan die de kraan open had laten staan, het hele dorp bemoeide zich ermee, het werd almaar erger, terwijl er eigenlijk niets aan de hand was. Een prachtige symboliek voor een oer-Hollands fenomeen, in een grappig onschuldig liedje verpakt. Juist die onschuld en gevaarloosheid van de teksten heeft ervoor gezorgd dat heden ten dage nog steeds veel mensen de teksten kunnen meezingen en de liedjes geliefd zijn. In een verharde maatschappij waarin teksten steeds schraler, soberder en to the point zijn, is deze bonte woordenstoet een verademing.
 
Verrassend is te ontdekken hoeveel liedmateriaal er in de serie geschreven is, en hoeveel bekende, maar ook nog eens hoeveel onbekende nummers deel uit maken van deze verzameling. Geheel nieuw voor uw scribent waren titels als Lorre is ziek, Elektrieke deken, Twee Bescherm-engeltjes van Opa, Er was eens een stoere zeeman, Knibbel ons Konijn en nog zo'n dozijn aan pareltjes, die alleen al om de titel je doen verstillen.
De voordrachten van het vaste acteurs/ actricesteam hebben na al die jaren niets aan kracht verloren, de stemmen van Hetty Blok, Leen Jongewaard, Carla Lipp en Wim Sonneveld blijven vertederend en zijn weer de exact juiste vertolkers voor dit repertoire. 
In huidige termen gezegd: de ideale match. En dat zal het grote succes van weleer hebben bewerkstelligd. 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


De geschiedenis van de familie Avenier
Theater | Toneel | 04 April 2007 | 21:34:27
recensie
 
Alle personages in De geschiedenis van de familie Avenier  van Het Toneel Speelt zijn, als we ze in 1955 ontmoeten, op een bepaalde manier op zoek naar vrijheid of naar zelfverwezenlijking, al weet geen van hen precies waarom en hoe. Kroeghouder Christ (Gijs Scholten van Asschat) en zijn vrouw Pieternel (Carine Crutzen) willen naar Australië, neef Janus wil niet bij zijn vader in de zaak, maar liever naar Parijs om zichzelf te vinden.
De vaste familieverbanden raken los en langzaam lijkt individualisme zijn intrede te doen. “Alles raakt los”, verzucht één van de personages.
 
 

Het tableau de la troupe van de Familie Avenier
 
 
Vijftien jaar later blijkt dat individualisme stevig te zijn doorgezet. Christ en Pieternel zijn alweer terug uit Australië en zijn op sekscursus bij de NVSH, schoonzus Toos is een ambitieuze zakenvrouw geworden en kleine Janus heeft zichzelf niet gevonden, maar is in Parijs een egoïstische junk geworden.
Maar zoals de jonge generatie zich in 1955 afzette tegen het collectivistische, zo zet de nieuwe generatie zich af tegen de nieuwe individualistische en kapitalistische trends. Jonge dochter Anneke legt het aan met gastarbeider Mohammed, omdat ze hem zielig vindt en zoon Bert is hippie geworden. Eén ding is duidelijk: hoe een maatschappij ook verandert, een nieuwe generatie doet het weer anders dan de vorige. En daar hobbelen de oudere generaties dan weer zo´n beetje achteraan. En lukt het niemand uiteindelijk echt om zichzelf te zijn.
Nieuw in de aanpak van Goos is dat niet op één ogenblik wordt teruggekeken naar het half voorbije leven, zoals in Familie en Cloaca. Dit stuk speelt in vier decennia en wordt dan ook in vier delen gespeeld, dit jaar deel 1 en 2 en volgend jaar deel 3 en 4. Dat betekent dat je de familie Avenier 's middags meemaakt midden jaren vijftig en na een etenspauze van twee uur een sprong maakt naar eind jaren zestig.
 
 
Deel 1: de jaren vijftig, eenvoud en simpelheid, weinig prikkels  
 
 
Op die manier leef je met de personages mee en krijg je tegelijkertijd een beeld van de maatschappelijke ontwikkelingen. In de jaren vijftig is het kleinburgerlijkheid troef. Alleen de lepe broer Janus doorziet wat de trends zullen zijn op consumentengebied. Hij voorziet een levendige handel van witgoed in zijn keten van "Modern"-winkels. De suggestie dat kruideniers verdwijnen en er supermarkten komen, doet broer Jan als onzinnig van de hand. Want wie moet de klant dan helpen bij het kiezen tussen de drie soorten koffie? En wie moet in zo'n onpersoonlijke supermarkt dan alle dorpsroddels aanhoren?
In deel 2 is de vooruitziende blik van Janus bewaarheid. Jan is failliet gegaan en Janus een rijke eigenaar van een moderne keten van winkels. De hippietijd komt voorbij in deel twee, maar meer onderhuids speelt er meer. De personages zijn meer bezig met zichzelf, met hun ontwikkeling, met hun innerlijke gevoelens. Broer Jan schrijft zijn familie in het buitenland openhartige brieven over ziel en persoonlijkheid. Het is een manier van denken waarvoor een decennium terug nog geen plek was.
 
 
Deel 2: de jaren zeventig: hippietijd en andere inzichten
 
 
Het stuk is zeer humoristisch en krijgt door de sterke typeringen van Peter Blok, Gijs Scholten van Asschat en Carine Crutzen hier en daar iets van een satire, maar steeds is er weer genoeg spanningsopbouw en gelaagdheid om het stuk wel toneel te laten zijn. Met een schitterende Gijs Scholten van Aschat als cafébaas Christ (zijn grafrede voor zijn zwager Jan is een hoogtepunt), een mooi verbeten Carine Crutzen als zijn vrouw, een tragikomische Peter Blok als kruidenier, en een excellerende Tjitske Reidinga als de verpersoonlijking van de harde, ambitieuze en gretige, moderne vrouw anno 1970.
Het is uitkijken naar de vervolgdelen die volgend jaar zullen worden opgevoerd door Het Toneel Speelt.
 
 
 
 
 
 
 
 

bewerk | verstuur | kopieer


Istanbul Oriental Ensemble
Muziek | CD's | 23 Februari 2007 | 21:53:25
 
 
Een betoverende plaat, deze Grand Bazaar, die het Instanbul Oriental Ensemble heeft uitgebracht. Alle nummers zijn rondom het marktthema, de grote bazaar die in Instanbul dagelijks een half miljoen bezoekers trekt en daarmee als 's werelds grootste overdekte markt kan worden aangemerkt, gecentraliseerd en het martkleven komt op een unieke muzikale manier tot leven.
 
In de stijl van het muzikale sprookje van Peter en de Wolf van de klassieke Russische componist Serge Prokofiev worden een aantal momenten van de dag muzikaal uitgetekend door dit enerverende Turkse gezelschap onder leiding van percussionist Burhan Ocal. Opvallend aan deze muzikale groep is het gebruik van de kanun, de Arabische citer die dat typische oosterse geluid produceert, die zowel door bandlid Savas Ozkok alsook door gastmuzikant Mehmed Celiksu wordt bespeeld. in het nummer Kanun-Name wordt hierop een prachtige, langdurige improvisatie gegeven.
 
Maar dan zijn we al even op weg. Het openingsnummer Elden Ele, vertaling: Van hand tot hand, geeft een fantastische sfeer weer van de vroege ochtenduren op zo'n bazaar. Je hoort letterlijk alles op gang komen: het arriveren van de eerste marktkoopmannen die de beste plekjes innemen, de opgewektheid, ze hebben er zin in, de eerste geldstukken die rollen, het uitslaan van de opgerolde matten met goederen. Een prachtige solo van klarinettist Savas Zurnaci. En het opengaan van de nissen, vertolkt door liefst tien violen!
 
 
 
 
Een prachtig bellydance stuk is Rakkase waarin een typisch gypsie, zigeunersfeer wordt opgeroepen. Ook in Turkije wonen gypsies, niet alleen op de balkan. Het Istanbul Oriental Ensemble is bij uitstek de vertegenwoordiger van dit Turkse zigeunergevoel. Verder is in dit nummer de geïnspireerde invloed van Charlie Parker hoorbaar bij de klarinettist.
 
Het nummer Gece Yarisinda Pazar geeft de sfeer van de bazaar in de nachtelijke uren perfect weer. Er is bijna geen criminaliteit op deze markt, volgende de organisatie, en er heerst een grote mate van sociale tolerantie. Dat is in het betreffende stuk goed weergegeven: vredig, rustig, bijkomend van een woelige en uitgeleefde dag. Op een kort moment is alles even helemaal stil, een meditatief moment op de bazaar haast, goed vertolkt door een virtuoze, intieme solo van Emre Demir op de oud; een Turkse gitaar.
 
Alles bij elkaar veel lof voor deze prachtige uitgave van Network Medien, die dit Turkse gezelschap ruim baan heeft gegeven om creatief aan het werk te gaan. Die vrijheid heeft een geweldige cd opgeleverd!
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Women of the World - Acoustic
Muziek | CD's | 13 Februari 2007 | 15:08:08
 
 
 
Een nieuwe productie van Putumayo, en meteen pakt deze maatschappij in 2007 uit met een sterke compilatie. Een verzameling van elf tracks waarop diverse dames hun vocale kwaliteiten ten gehore brengen. Als hoogtepunten wil ik aanmerken: de Kaapverdische Lura, die graag in de voetsporen treedt van haar illustere voorbeeld Cesaria Evora, al richt Lura zich meer op sensuele upbeat dansstijlen als de batuku en funana, waar Evora meer bekend om haar rustige ballads is geworden, de zogenaamde morna. Lura's nummer Bida Mariadu is een heerlijke mix van Afrikaanse en Portugese invloeden.
 
Een ander juweel op dit album is de IJslandse Emiliana Torrini, met Italiaanse voorouders, te horen met haar koele song Sunnyroad. En dan is er het Canadese damestrio The Wailin' Jennys met One Voice. De dames leerden elkaar in een gitaarwinkel in Winnipeg kennen en besloten meteen, na elkaar te hebben horen spelen, een band te vormen. Mooi verhaal. Hun stemmen zijn breekbaar, dun en gevoelig en hun performance doet aan Jewel denken.
 
Verder is er een breed scala aan herkomsten op de cd terug te vinden: Sandrine Kiberlain uit Frankrijk, de Afrikaanse zangeressen Kaïssa (Kameroen), Lura dus en Mona Boutchenak (Algerije), en de Zuid-Amerikaanse singer-songwriters Marta Gomez uit Colombia en Luca Mundaca uit Brazilië. Verder is ook de Griekse Anastasia Moutsatsou, de Tsjechische Marta Topferova en de Kroatische Tamara Obrovac vertegenwoordigd. En zoals de titel van de cd aangeeft: allemaal akoestisch. Een aantal stemmen is ook in films te horen geweest, zoals Torrini in The Lord of the Rings en Kiberlain in meer dan twintig Franse films, waarin ze ook acteerde. Het lied Paula Ausente van Marta Gomez is geïnspireerd op de gelijknamige roman Paula van de Chileense schrijver Isabel Allende. Alles bij elkaar dus veel culturele invloeden en een gevarieerde cd die niet zozeer commercieel van opzet is, maar bedacht vanuit een hechte structuur.
 
 
Women of the World: Acoustic - Putumayo World Music
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Ongehoord: 1940-1945
Humor | CD's | 31 Januari 2007 | 21:52:40
 
 
 
Een geweldige aanwinst in het Nederlands oorlogsamusement is de uitgave Ongehoord: 1940-1945 van het Theater Instituut Nederland. Tot op heden waren in dit genre voor de verzamelaar slechts wat fragmenten beschikbaar die op compilatie-cd's of elpees verschenen, dan wel op oorlogsgeluidsdocumenten tussen politieke redes en veel schietlawaai.
Deze uitgave doet recht aan de bijzonder grote hoeveelheid amusementrepertoire die in de Tweede Wereldoorlog in Nederland is geschreven en gemaakt.
 
Die grote hoeveelheid amusementmateriaal kwam tot stand doordat aanvankelijk de eerste oorlogsjaren ' vriendelijk ' verliepen. Men had nog geen idee tot wat voor verschrikkingen het Duitse regime later in staat zou zijn. En na de eerste schrik van de bezetting leek alles zich snel te herstellen. Dat hoor je ook terug op de eerste twee cd's van dit vierdelige document, waarin de toon nog volop licht en luchtig is en zelfs pesterig en cynisch ten aanzien van de bezetter.
 
' We gaan verduisteren', zingt Herman Broekhuizen, en Lou Bandy houdt de moed erin: Koppen Op!
Verder verplaatst de setting en de stijl van de Nederlandse amusementsliederen zich al snel naar zonniger en zuidelijker oorden. Veel droombeelden worden opgeroepen om vooral maar het moreel op te krikken. Als op Capri, de grote hit van Eddy Christiani, is hier in een versie van Tino Hetty en zijn Hawaiians te horen. De Kilima Hawaiians werden erg populair. Er is een uitzending bewaard gebleven onder de titel: Zonnige en zorgelooze zomerklanken, gepresenteerd door de jonge Wim Ibo - ook hier geheel te horen. Er kwamen meer hawaiian ensembles, zoals de Puka-Puka's.
 
 
Paulus de Ruiter himself,
Jacques van Tol
 
 
De sfeer werd grimmiger naarmate de oorlog vorderde. Alle teksten moesten vooraf ter goedkeuring worden ingeleverd bij het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten, dat vooral door NSB'ers werd bevolkt. "Amusement betekende al snel een paar uur vergetelheid en saamhorigheid in het donker van een theaterzaal. Een hart onder de riem, ook", aldus Eddy Christiani.
 
Toen Amerika zich met de oorlog ging bemoeien werd het spelen van jazz uit den boze. Het sinds eind jaren dertig opgerichte jongensduo Johnny and Jones zong Neder landse teksten met quasi Engelse accent en bracht liedjes op het randje, zoals: Maak het donker in het donker. Verder speelden veel orkesten toch nog steeds Engelse muziek maar voortaan met Nederlandse teksten die soms letterlijk vertalingen waren uit het Engels, dat niet meer gezongen mocht worden. Het is de tijd waarin The Ramblers bijvoorbeeld Nederlandstalige hits maakten als Onze harmonie heeft de eerste prijs en Dag schatteboutje. Het is allemaal terug te vinden op cd 1 en 2.
 
Op cd 3 en 4 worden de contouren van de grimmige strijd die inmiddels aan de oorlogsfronten woedde duidelijker. Er kwamen twee cabaretkampen: het door de trouwe Nederlanders fel gehate Paulus de Ruiter-cabaret, waaraan cd 3 geheel is gewijd, en de verzetszender Radio Oranje die met cabaret De Watergeus een actieve tegenhanger creëerde.
Beide radiocabarets blijven wat betreft niveau ver onder bij datgene wat aan amusementsniveau op de eerste twee cd's wordt geboden en dat was evident. Alle grote namen uit het Nederlands amusement doken onder of hielden zich gedeisd en namen zeker geen pro-Duitse houding aan, met één uitzondering: Jacques van Tol, de gevierde tekstschrijver van Louis Davids en Snip en Snap, om maar wat van zijn broodheren te noemen.
 
 
Jetty Paerl, van cabaret De Watergeus
 
 
Van Tol werd, in de gedaante van de onbekende Paulus de Ruiter, de grote leverancier van gehate teksten, die gebracht werden door ' foute ' Nederlanders als Tummers, Jan Brink, Bartoes en Ceesje Speenhoff, de dochter van voormalige vedette Koos Speenhoff.
Als je de nummers op de cd voorbij hoort komen trekt het schaamrood je soms nog op de kaken, nu meer dan zestig jaar later. Dat er Nederlanders bestonden die zo hun land, geschiedenis en afkomst wisten te verkwanselen, beledigen en verloochenen. Van Tol wist daarbij ook nog eens met zijn geniale schrijftechniek verfijnde satire toe te passen, waardoor het dubbelgemeen aankwam.
Hij wist bepaalde waarheden op vermakelijke wijze te verdraaien waardoor de boodschap minder heftig en erg leek, maar ondertussen waren het zeer bedenkelijke bedoelingen die deze cabaretgroep had.
 
Cabaret De Watergeus moest het met minder schrijftalent doen en dat is terug te horen. Ze brachten vanuit Londen voornamelijk parodieën en vernieuwde teksten op bestaande amusementshits van voor de oorlog. Maar bij nummers als Telegrammen, de Kleine Man, en Mussert en zijn tante (de Fransche gouvernante) mis je duidelijk de stem van Louis Davids. Eigenlijk maakten dit soort nummers het schreiende gemis aan de goeie tijd en het goeie amusement alleen maar duidelijker.
Desaltniettemin betekende dit cabaret, waarin Jetty Paerl uitblonk met nummers als Kindervragen, Gloria Victoria en Lied van de Watergeus, een vertrouwd geluid van overzee dat in de donkere dagen troost en hoop bood.
 
Hoewel het beluisteren van cd 3 en 4 soms nog steeds pijnlijke beelden en gedachten van onbegrip oproept, heeft misschien wel juist daarom dit geluidsdocument - naast dat het een bijzonder stuk amusementsgeschiedenis is - ook  historische waarde om het besef van wat toen speelde concreet te kunnen maken. Een bijzonder stuk oral history. Nee, mondelinge geschiedenis!
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


J. Bernlef - Hersenschimmen
Boek | Luisterboek | 13 Januari 2007 | 18:39:41
 
 
In het zesdelige cd-luisterboek Hersenschimmen  van Uitgeverij Rubinstein leest de auteur J. Bernlef zijn aangrijpende en veelgeprezen roman uit 1984 zelf voor. Het is een roman over dementie, over de dood: over vergankelijkheid, over een nietsvermoedend sterven.

Het proces wordt verteld vanuit het perspectief van een oudere man, die aan het begin van het verhaal voor het raam staat. Hij staat te wachten op de schoolkinderen die altijd voor zijn huis de bus nemen. De openingszin vat de dramatiek van de situatie al treffend samen, maar dat heb je nog niet in de gaten als je het boek voor het eerst openslaat: ‘Misschien komt het door de sneeuw dat ik me ’s morgens al zo moe voel.’De schoolkinderen komen niet. Veel later blijkt dat het zondag is en bovendien al ver in de middag.

Bernlef vertelt het ingetogen, laat passende stiltes vallen die zeer effectief werken bij de beeldende dialogen en gebeurtenissen die nauwlettend het proces van dementie vastleggen. Zijn soms krakende stem verhoogt de geloofwaardigheid van een man die aan het aftakelen is. Het begint met verstrooidheden. Ze zijn vervelend, maar meer nog zijn ze verontrustend. Het zijn iets te grote vergissingen om verstrooidheden te kunnen blijven noemen. En dit soort vergissingen stapelen zich op. Er is iets aan de hand, hij weet niet wat, hij moet dat uit zien te vinden.
 
 
  
J. Bernlef, auteur en voorlezer
van Hersenschimmen
 
 
Je merkt dat de hoofdfiguur langzaam alle houvast verliest. Je volgt een schijnbaar samenhangende mijmering over een potlodendoos, tot zijn vrouw Vera hem gebiedt van de stoel af te komen waar hij op was gaan staan om die doos te zoeken.  Zijn vrouw, altijd zijn steun en toeverlaat, wordt langzamerhand degene die hem telkens op de vergissingen wijst, degene tegenover wie hij zijn toestand moet verbergen. Dat zij zijn ware toestand niet in de gaten heeft, wordt steeds gevaarlijker. Bijvoorbeeld als ze een pizza in de oven doet en hem vraagt even op te letten terwijl ze zelf even een douche neemt. Hij moet zich tot het uiterste inspannen om op te blijven letten tot die tien minuten voorbij zijn, en vergeet wat hij dan moet doen.
 
Maar langzamerhand raakt hij steeds meer het besef van zijn toestand kwijt. Hij vergeet situaties, vergeet gezichten, raakt steeds meer verdwaald in zijn eigen verleden - denkt dikwijls dat hij in dat verleden leeft, wat hem in de meest schrijnende situaties brengt. Tenslotte herkent hij zijn eigen vrouw niet meer. Wat in het begin nog als verstrooidheid begint, eindigt in de volkomen wartaal als hij inmiddels in een tehuis is opgenomen - met af en toe een helder moment.
 
 Het knappe aan dit verhaal is dat het de lezer niet alleen getuige maakt van het verval, maar ook deel laat nemen in dat proces. Het is het portret van een man die ongemerkt wegglipt uit zijn leven.
 
 Deze manier van doodgaan is misschien wel de ergste. De man zelf heeft niet meer in de gaten dat zijn geest uitdooft, maar het moet een bittere ervaring zijn je geliefde op deze manier te moeten verliezen. De manier waarop Bernlef deze schrijnende situatie, die dagelijkser is dan we ons dikwijls realiseren, invoelbaar maakt is confronterend en aangrijpend. Dat deze prachtige roman nu als luisterboek beschikbaar is, en dan ook nog door de auteur zelf voorgelezen is een verrijking en maakt het tot een historisch document.  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Hoe God verdween uit Jorwerd - Luisterboek (CD)
Boek | Luisterboek | 13 Januari 2007 | 18:39:37
 
 
Op het luisterboek van de roman Hoe God verdween uit Jorwerd horen we meesterverteller Jan Meng in alle nuances het dorp Jorwerd, zoals door Geert Mak uitvoerig beschreven, tot leven laten komen. Het boek was een groot succes, maar het luisterboek verdient dat, wat mij betreft, ook. Met zeer groot gevoel voor de vele dorpstypen die in het verhaal van Mak een rol spelen weet Meng deze mensen beeldend op te roepen. Met kleine stemverdraaiingen, en een geraffineerde techniek wordt het verhaal één ingehouden ademtocht om dat grootvadersdorp zo snel mogelijk helemaal uitgeschilderd te krijgen. Het zijn liefst tien cd’s, maar dit boek wil je helemaal gehoord hebben. Van schijf naar schijf. 
 
Het verhaal gaat natuurlijk niet alleen over Jorwerd. Mak beschrijft de teloorgang van de boerencultuur in al zijn facetten, en dat is een universeel gegeven. Kennelijk raakt het een gevoelige snaar, wekt het een soort Aha-erlebnis, die ook na veertig jaar stadsleven zó oproepbaar is. Nog sterker geldt dat voor de Friezen zelf: op het platteland werd het boek letterlijk opgevreten. Vooral van ouderen kreeg Mak regelmatig te horen: 'Ja jonge, sa wie it'.
 
 Het boek luistert als een spannende roman en is doorspekt met prachtige anekdotes. Geert Mak is een verteller en ging te werk volgens de principes van de oral history: hij nam een klein halfjaar zijn intrek in het dorp en legde zijn oor te luisteren. Dat hij, opgegroeid in Friesland, de Friese taal beheerst, was een onmiskenbaar voordeel. Hij verhaalt over hoe dit dorp onder de rook van Leeuwarden de afgelopen vijftig jaar een stille revolutie beleefde. Schaalvergroting in het boerenbedrijf, automatisering, superheffingen en melkquota: Jorwerd stoomde mee op in de vaart der volkeren. Met de modernisering verdween ook het eeuwenoude economische en sociale fundament onder de dorpsgemeenschap. 
 
 
Geert Mak, auteur van:
Hoe God verdween uit Jorwerd
 
 
De prijs van de 'vooruitgang' is hoog. Meer dan de helft van de boeren is op de fles, alle winkels zijn verdwenen. Alleen het schooltje, de kroeg, de notaris en de dominee hebben nog plaatselijke clientèle. Het merendeel van de inwoners - krap 330, inclusief nogal wat import - verdient zijn brood in de stad. 
 
Dat klinkt alsof het dorp op sterven na dood is. Het tegendeel is waar. De economische banden mogen zijn verdwenen, de huidige Jorwerders hebben de culturele banden flink aangetrokken. Het verenigingsleven bloeit, de jaarlijkse kermis is nog een echt dorpsfeest en het traditionele openluchtspel trekt duizenden bezoekers.
 
 Een 'overleveringscultuur' noemt Geert Mak dat. Sociaal-economisch gezien kan een dorp als Jorwerd vergeleken worden met een probleembuurt in een grote stad. Maar Mak vindt dorpsbewoners veel creatiever, ook wanneer het een tijdje minder goed gaat en allerlei sociale voorzieningen, zoals het openbaar vervoer, wegvallen. Dat wordt opgelost via een informeel netwerk: ``Zo van: 'Moet jij naar de stad? Oh, nou, dan kun je wel meerijden met die en die'.''  Voor Mak een bewijs dat het platteland nog wel degelijk bestaat. Het stoort hem, dat de politieke belangstelling ervoor vrijwel nihil is. Zo rekenen beleidsmakers Friesland in de vijfde nota ruimtelijke ordening tot de perifere zones. Het is gewoon niet-stad, meer niet.
 
 Dit luisterboek is een fraaie aanwinst voor wie zich eens lekker voorgelezen laat worden. Jan Meng kan zich volledig uitleven in dit verhaal dat regelmatig doet herinneren aan het lagere schoolgevoel en het voorleesuurtje: de meester laat weer eens iets horen over de gebeurtenissen in het dorp. Smakelijk en vlot gebracht, met inachtneming van de degelijkheid in feitenkennis die deze roman ook behelst.
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Asian Dreamland
Muziek | CD's | 10 Januari 2007 | 21:17:27
 
 
Afgelopen oktober verscheen het nieuwste album in de Putumayo-reeks.
De plaat heet Asian Dreamland en zoals de titel doet vermoeden betreft het een reeks lekkere rustgevende nummers, liederen en muziekjes om bij weg te dromen.
 
Daar waar Aziatische muziek nog weleens minder toegankelijk klinkt voor Westerse oren, weet Putumayo compilaties samen te stellen die gemakkelijk in het gehoor liggen en toch ook in traditioneel opzicht de Aziatische muziek alle recht doet die het toekomt.
 
Hoogtepunten op deze cd vond ik Lei Qiang's Lullaby, Qiang op de Chinese viool - de erhu genaamd. Dit instrument kleurt meteen de typische eigenheid van Chinese muziek. Verder ook zeker Takashi Hirayasu die samen met Chuei Yoshikawa het stuk Asadoya Yunta ten gehore brengt. Takashi die afkomstig is van het Japanse eiland Okinawa bespeelt de shamisen, een driesnarig instrument dat veel weg heeft van de banjo. Op Okinawa leeft de vocale folkmuziek gigantisch en dit is er een bijzonder fraai voorbeeld van.
 
Ook de Japanse Rikki is een naam die genoemd moet worden. Deze zangeres komt van een ander eiland dat tot Japan gerekend moet worden, een eiland in het zuiden, Amami genoemd. Daar is Amami erg bekend vanwege de manier waarop ze de traditionele muziek zingt. Haar lied Amami No Komori Uta is een wiegelied dat Japanse moeders doorgaans voor hun kleine zoons ten gehore brengen en dat hen gerust moet stellen, het doorklinkende geluid van de golven wiegt het kind verder in slaap.
 
Verder op dit album de band Shang Shang Typhoon (Japan), Emme, een Japanse die in het nummer Dokokade Yoruga Naita twee oude culturen samen brengt: de Japanse en de Keltische, een gewaagde, maar geslaagde poging en Zulya Kamalova uit de republiek Tatarstan, gelegen in Centraal Rusland, aan de oevers van de Wolga.
Ook is er een Tibetaanse artiest op deze dromerige cd te beluisteren: Chukie Tethong. Zijn lied klinkt als een mantra, een religieuze, Boeddhistische rite die tot kalmte en relaxtheid oproept.
En daarmee is dit album gekarakteriseerd.
Een lekkere schijf om ook jezelf mee in slaap te wiegen na een drukke, hectische dag, en tevens prima te gebruiken bij meditaties!
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Theater Instituut Nederland
CD's | 29 December 2006 | 22:38:54
Nederlands amusement van voor 1950:
 
 
 
 
Kees Pruis gold voor de tweede wereldoorlog samen met Lou Bandy en Willy Derby als de grote drie van het Nederlands amusement. Tot aan deze cd-uitgave was er echter weinig geluidsmateriaal van deze zanger-humorist voorhanden.
Op deze cd die door het Theater Instituut Nederland is uitgegeven, is een ruime hoeveelheid - 23 nummers - van Pruis' bekendste liedjes terug te vinden.
 
Die liedjes schreef Kees Pruis voor het merendeel zelf. Voor de composities deed hij een beroep op mensen als Willem Ciere, of Louis Metz en ook maakte hij veelvuldig gebruik van schlagers uit het buitenland (zoals nummers van Willi Ostermann of Milton Ager).
Zijn liedjes werden een onderdeel van onze volkscultuur. Konstantinopel, Heb Meelij Jet (na de oorlog is die titel nog tot een speelfilm verheven) en zeker De populaire feestmars, kende iedereen. Van dat laatste nummer werd in het buitenland weleens gedacht dat het ons volkslied was, want elk feest werd ermee geopend en afgesloten.
 
Pruis was geen flamboyante persoonlijkheid, maar iemand die door hard werken erin slaagde een naam te vestigen in het amusementsvak. Hij was als jongen van negen als appelventer in de buurt van Haarlem actief, en moest met vrolijk gezang en gefluit zijn clientèle lokken en vasthouden. Zijn zangtalent werd zo snel ontdekt en al vroeg stond hij op het podium.
Dat kunstig fluiten is op een aantal opnamen nog terug te horen: Pruis fluit de melodie voluit mee.
 
Het merendeel van de liedjes waren vrolijke, niets-aan-de-hand nummers, maar hij kon ook overweg met het serieuzere werk, zoals in het sociaal bewogen Zij die niet slapen op deze cd is terug te horen. Pruis was een bevlogen Vara-socialist.
Ook de sociaal-feministische versie van Louis Davids De kleine man, nu als De kleine vrouw valt in die categorie in te delen. Teksten waar geen hedendaags schrijver zich voor zou hoeven te schamen.
 
Ook een aantal boemelaars komt in zijn liedjes voor, zoals in Waar woon ik? en in Ik zou wel eens willen weten wie mij thuis heeft gebracht. Maar Pruis zelf was dus geen caféklant. Het resultaat van zijn harde en serieuze werken, een grote hoeveelheid kwalitatief sterke nummers, verdiende een verzamel-cd van kaliber. Daaraan is deze uitgave zeker tegemoet gekomen.
 
 
 
 
 
 
Op deze cd wordt de geschiedenis van de Nederlandse luchtvaart aan de hand van een groot aantal liedjes en sketches verteld. Het aardige hierbij is dat de opnamen in een aantal gevallen ook direct refereren aan de historische gebeurtenissen die de twintigste eeuw met betrekking tot de vliegkunst in Nederland heeft gekend.
 
Zoals bijvoorbeeld de eerste gemotoriseerde vlucht in Nederland die in 1909 boven het West-Brabantse Leur plaatsvond. Graaf de Lambert, pionier van het eerste uur, vloog, als publiciteitsstunt van de jubilerende suikerfabrieksdirecteur Heerma van Voss, drieeneenhalve minuut met een echte Wrightmachine in de lucht.
 
Dit gedenkwaardige moment sprak ook in de Nederlandse amusementswereld tot de verbeelding. Nederlands eerste cabaretier Eduard Jacobs spendeerde er een paar maanden later het lied Als de menschen kunnen vliegen aan.
De jaren die volgden brachten successen voor de luchtvaart, maar ook dramatische gebeurtenissen. Het bleef een hachelijke zaak als vlieger de lucht in te gaan, en er werden dus al snel parodieën en andere bespottingen in het amusement gemaakt. Te horen is bijvoorbeeld Maurice Dumas in 1914 met Leve de Vliegsport en Albert Bol in 1920 in de gedaante van zijn Groningse boerentypetje Hannes (als vliegenier).
 
Ook bijzonder gedocumenteerd is de aandacht voor de ELTA in 1919, de Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam, destijds een mega-gebeuren, waar gedurende 42 dagen maar liefst een half miljoen mensen op af kwam. Voor veertig gulden kon je mee een luchttoertje maken, onder andere met Anthony Fokker. De eerste keer dat Nederlandse burgers mee het luchtruim in konden; dat moet sensationeel geweest zijn! Het verslag van zo'n vlucht wordt op deze geluidsdrager door dichter-zanger Clinge Doornbosch verwoord in Vliegverslag van Moos aan Saar. Albert Bol zingt het ELTA-vlieglied, dat vooraf was opgenomen en waarschijnlijk tijdens de tentoonstelling meerdere keren over het terrein heeft geklonken.
 
Verdere hoogtepunten op deze cd: Dat gaat nu met de Pelikaan door het Avro-orkest van Kovacs Lajos met zang van Bob Scholte, 't Is alweer de KLM door dezelfde Bob Scholte en Daar komt een Uiver gevlogen van Louis Davids, allen uit 1934.
 
 
 
 
 
 
De titel van dit album verwijst naar het legendarische reclamelied dat Louis Davids in 1932 in Berlijn opnam voor de wasmiddelenfabrikant Persil.
Eerder, in 1931, had hij toen al een plaatje gemaakt voor Primagaz, onder de titel 't Is prima.
Ook nam hij nog voor een electriciteitsmaatschappij het nummer Doe het electrisch op.
Alle drie de nummers zijn te vinden op deze reclamecompilatie-cd van het Theater Instituut Nederland.
 
Reclame in een tijd dat dat nog niet op de radio mocht, tv was er uiteraard niet.
Dus werd de grammofoonplaat hiertoe benut. Dat Davids liefst driemaal op deze verzameling aan te treffen is, heeft uiteraard te maken met zijn populariteit in die dagen. Artiesten die een groot publiek trokken werden veel vaker en eerder gevraagd om zo'n publiciteitssong uit te voeren, dan de mindere goden.
 
Dus vinden we veel grote en bekende namen uit de jaren dertig terug op deze schijf: Lou Bandy (Calvé's Wondervoer), Tholen & Van Lier (Kup-Koy lied), Bob Scholte (Amstellied), Piet Muyselaar (Het Heinekens Bierlied) en Bert van Dongen (Van Nelle's Koffielied).
 
Een curiositeit is verder de aanwezigheid van Een ontmoeting met Toon Hermans uit 1948 voor het kledingbedrijf Goed en Goedkoop, omdat het geen echte reclameplaat betreft maar gewoon een lekker liedje van Toon, in zijn bekende stijl, toen al!, en Uw gezellige reisgenoot. Dat laatste is een reclame uit 1950 voor de Philips autoradio, die heden ten dage nog modern aandoet door het gebruik van korte geluidsfragmenten.
 
Alles bij elkaar een bijzonder geluidsdocument uit de eerste periode van de geluidsreclame in Nederland. In de jaren zestig zouden er zelfs reclamerevues en shows ons land door gaan trekken, waar ook leuke, bijzondere singles van zijn gemaakt. Wellicht is de uitgave hiervan een idee voor een toekomstig project in het kader van deze Reclame Klassieken?
 
 
 
 
 
 
Een grote hoeveelheid brievenliederen en krontjongmuziek karakteriseren hoe het Nederlands amusement ten aanzien van Indië vooral sentimenteel en meegaand is geweest. Ons hart is bij de jongens zingt Kees Pruis in 1947 na een toernee door Indië, samen met zijn zoon Jan.
'Er worden schepen vol leugens verteld' geeft hij in een reactie op de eerste kritische verhalen over de mindere daden van de Nederlandse troepen. De meerderheid van het Nederlandse volk kon over onze jongens in de Oost geen kwaad horen.
 
Overigens is het wel aan dit, zij het dan niet kritische, Nederlands amusement te danken dat er over Indië werd gezongen en gesproken. Want klassiek repertoir en serieuze liederen over onze kolonie waren er niet, aldus de inleidende tekst van de bijgevoegde linernotes in deze cd-productie.
Het cabaret en het licht amusement brachten in ieder geval een cultuur op gang die aan de oost refereerde, al was het dan via krontjongmuziek en sentimentele brieven die al zingend werden gedicteerd.
De authentieke, oorspronkelijke gamelan bleek al snel voor Nederlandse oren te controversieel. De orkesten deden er niets aan, en opnamen waren in Nederland net na de oorlog nauwelijks hiervan te verkrijgen.
 
Maar het amusement bloeide als nooit te voren. De Kilima Hawaiians werden het beroemdste Hawaiian-ensemble dat Nederland ooit heeft gekend. Ook zij maakten een tournee door Nederlands Indië. Het beroemde Sarina, een kind uit de dessa, een original uit de oost, zal ook daarbij beslist hebben geklonken.
Lou Bandy  was er ook in 1947, en zong bij terugkomst: Breng een aapje voor me mee.
Bandy's broer Willy Derby kwam met het legendarische Hallo Bandoeng, waarin een telefoongesprek tussen moeder en zoon in Nederland en Indië wordt bezongen. Dit Indische amusementsverzamelalbum werd hiernaar genoemd en alle voorgaand genoemde titels zijn er op terug te vinden, samen met Duo Hofmanns Krontjong-Marsch, Duo Speenhoffs Een baboe die je nooit vergeet en Bandy's Als ik in m'n klamboe lig te dromen, maar ditmaal gezongen door Marcel Thielemans met The Ramblers.
 
Verder veel echte Krontjongmuziek dus, de romantische, zoetgevooisde gitaarvariant van de Indische gamelan, met uitvoeringen van de Amsterdamse Krontjongband van de Indische Club, ensemble Widjaya, de Kilima Hawaiians dus en het Bintang Sinar Ensemble met Eddy Christiani in de gelederen.
Alles bij elkaar een zeer gevarieerde cd die de door het Nederlandse amusement geromantiseerd gecreëerde sfeer van de oost treffend weergeeft.
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Traditional Crossroads
Muziek | CD's | 05 December 2006 | 15:04:34
 
 
 
Na ruim tien jaar apart te hebben geopereerd, zijn de steunpilaren van de Bulgaarse band Trakiya opnieuw verenigd, ditmaal onder de naam 'Legends of Bulgarian Wedding Music'.
Met name de interactie tussen de sax van Yuri Yunakov en Ivo Papasovs klarinet werd al die tijd node gemist.
 
De plaat opent een beetje obligaat, maar met de inzet van Filips Kyuchek - een heuse ode aan de Nederlandse elektronicagigant - gaan de trossen los en begint de duizelingwekkende rondedans langs ongepaste maatsoorten. Ook harmonisch valt er meer spannends te beleven dan gebruikelijk in dit genre.
 
Gelukkig zijn er momenten van bedachtzaam gekweel, zoals Na Trapeza, een stuk dat bestaat uit drie aaneengeregen soli op klarinet, sax en accordeon. Dan bewijst Papasov dat hij op het punt van subtiliteit nog altijd ongeslagen is. Het enige dat op de plaat valt af te dingen, is de net iets te ruimtelijke en daardoor wat afstandelijke registratie.

 

Een prachtige verzameling traditionele dansen uit Armenië, zoals de titel al aangeeft.
Er wordt gebruik gemaakt van traditionele instrumenten, waaronder de kamantja (snaar instrument), tar (langhalsluit), kanoun, ud, de doudouk met haar zo typisch melancholische klank en de dhol (percussie).
Het programma grijpt terug naar de zeventiende eeuw, het moment waarop de eerste Armeniërs zich in Nederland vestigden. De muziek die deze immigranten meenamen, melancholiek maar soms ook vrolijk, is geworteld in de eeuwenoude, karakteristieke muziektraditie die reikt van middeleeuwse liturgische zang en traditionele volksmuziek van Oost-Anatolië en de Transkaukasus, tot aan de Armeense klassieke muziek.
 
De Armeense ziel is sterk vertegenwoordigd in de verfijnde, eeuwenoude Achough liedkunst (troubadourachtige liederen), in de muziek voor feestdagen en volksfeesten, maar ook in de Charagans (wisselgezangen) die per religieuze feestdagen verschillen.
De zang van Hasmik en Aleksan is uitbundig en hartverscheurend.
Een nummer als Zangezuri Par is een vrouwendans uit de zuidelijke Armeense regio Zangezur. Terwijl ze dansen mimen de vrouwen met hun gezicht en handen en maken de mannen duidelijk wat er van hen verlangd wordt.
 
Ook zulke typische vrouwendansen zijn Tsamerov Par en Naz par waarbij solo geïmproviseerd wordt en dat als een huwelijksritueel doorgang vindt.
 
 
 
 
Het merendeel van de sterk traditionele liedjes op dit album is afkomstig uit de eerste helft van de vorige eeuw;  ze waren lange tijd bij iedereen bekend.
De Afghaanse muziek is sterk beïnvloed door de muziek uit de regio en met name India; dat komt doordat het land vroeger aan de beroemde Zijderoute lag.
 
Een fraai gearrangeerd liefdesliedje als Ghori staat onbekommerd naast bijna sufi-achtige mystieke liedjes. Ze zijn onveranderlijk fraai gearrangeerd en voorzien van complexe ritmes. Tegelijk hebben ze het prettig ongecompliceerde van de volksmuziek behouden.
 
Uit Tajik en Oezbekistan komt een verzameling nummers, zoals Kataghani Tune en de Felak Song die regionaal bepaald zijn door de bergen. Een traditioneel bepaald soort vingerzetting laat een unieke klank horen, die bijvoorbeeld refereert aan de Landai songs in het noordoosten, en waarvan de invloed zich uitstrekt tot Kabul.
 
Muziek en identiteit zijn op verschillende manieren aan elkaar gelinkt.
Wie goed luistert hoort zowel in ritmiek als melodie een brede combinatie van stijlen die door het hele land met elkaar verweven zijn.
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


ARC Music
Muziek | CD's | 24 November 2006 | 16:28:43
 
 
 
Techung is de artiestennaam van de Tibetaanse singer/ songwriter Tashi Dhondup Sharzur.
In het verleden heeft hij vaak zijn diensten verleend aan producties in dans en operavoorstellingen.
Hij groeide op in India gedurende de Chinese dictatoriale bezetting en kon zich daardoor niet bekwamen en opleiden tot een volleerd musicus, hetgeen hij wel graag had gedaan.
 
Nadat hij echter halverwege de jaren zeventig de kans kreeg om naar Amerika te emigreren, ging het snel bergopwaarts met zijn muzikale carrière en werd hij in San Francisco lid van een Tibetaanse dansgroep waarmee hij optrad met grote namen als Philip Glass, REM en Trey Anastasio.
 
Al snel ging Techung zich toeleggen op de Tibetaanse muzikale tradities en ontwikkelde een solocarrière waarin hij vooral ook componeerde voor filmproducties. Hij was succesvol en schreef muziek voor de IMAX-film Everest, de documentairefilms Stranger in my native land, Tibets stolen child en Three days for Tibet.
Ook ging Techung de ware volksmuziek uit zijn geboorteland bewerken en zelfs op basis van die tradities nieuw repertoire schrijven.
 
Het resultaat hiervan is deze cd, waarop authentieke instrumenten zijn te horen, zoals de damnyen (luit), piwang (spijkerviool) en lingbu (fluit). Dit soort muziek is erg sfeerrijk en roept vrijwel direct beelden op van natuurschoon, lieflijke landschappen en grillige, reusachtige bergpieken, kortom de Himalaya. De muziek laat zich al snel tot filmisch luisteren verleiden en is daardoor begrijpelijkerwijs door de cinemawerleld veel lof toegezwaaid.
 
 
 
 
 
 
Taiko is de trommeltraditie van Japan, met knoestige, dikke trommelstokken, wordt op uiteenlopende formaten trommels geslagen, oplopend tot de gigantische megadrums waar met twee muzikanten tegelijk op gespeeld kan worden.
 
Joji Hirota is in Noord-Japan geboren en begon op zijn elfde al aan een levenslange percussie-studie. In de jaren zeventig realiseerde hij zijn eerste soloalbums. Zijn persoonlijk speelstijl ontwikkelde zich voornamelijk onder invloed van de Japanse grootmeester Itto Ohba die het taikospel met name in Hokkaido bijzondere impulsen had gegeven.
 
Een bijzonder project realiseerde Hirota samen met multi-percussionist Peter Lockett, genaamd Taiko to Tabla dat op het Brugge-festival in 1998 werd opgenomen en onder die naam als cd werd uitgebracht.
Ook aan diverse televisieproducties, zoals het wildlife programma Survival, heeft Joji meegwerkt.
Maar bovenal is hij een groot solist en een zeer innemende eigen speelstijl welke hij hier op dit album tot volle uitdrukking kan laten komen.
 
Hij speelt vooral met vele nuances en schakeringen. Het is niet louter hard en luid, maar minutenlang weet hij spanning op te bouwen, de roffels zwellen langzaam aan en het geluid wordt volumenieuzer, zoals in de openingstrack Harvest. Hirota heeft al nummers zelf gecomponeerd, en de meeste duren tussen de zes en acht minuten.
Het zijn echte muziekwerkjes, waarin meerdere spanningsbogen worden opgebouwd, en je voortdurend betrokken blijft bij de zoektocht die de muzikant aflegt, zoals in Musashi Mai Uchi en in het langere Heart Beat, dat over de tien minuten strijkt.
 
Er kan tijdens het beluisteren een gevoel van iets teveel van hetzelfde ontstaan, doordat dit een zeer specifieke muziekvorm is die vooral speelt met kracht, energie en spanning en niet met melodie en lieflijke songs, maar wie eenmaal het gevoel van de percussionist en zijn levensritme te pakken heeft, laat het niet meer los.
  
 
 
 
 
 
Deze cd biedt de warme en intense flamencoklanken in een Arabische volbloedjasje gestoken. De Moorse invloeden zijn in het Zuid-Spaanse Andalusië altijd zeer voelbaar geweest en deze muziek klinkt daardoor erg natuurgetrouw. Hoewel twee uiteenlopende culturen samengekomen zijn - en dat beslist niet zonder slag of stoot is gebeurd - is deze muziek een bezegeling van een nieuw ontstane cultuur, namelijk die van het moderne Andalusië.
 
De Spaanse gitarist José Luis Monton en de Arabische tabla-bespeler Hossam Ramzy weten deze fusie fantastisch vorm te geven. De jazzinvloeden die de Egyptische Ramzy onderging zijn ook terug te vinden, zodat er muzikaal een complex geheel is ontstaan en de samenwerking een rijkelijk gevulde muziek tot resultaat heeft gehad.
 
De stukken betreffen voornamelijk eigen composities van Monton en Ramzy.
Hier en daar worden de tracks op gang gebracht door afzondelijke passende intro's, zoals bij A Caballo en La Casa de Barry. Monton heeft inmiddels ook veel verdiensten als theatercomponist geleverd, maar met deze productie voegt hij absoluut iets nieuws en iets belangwekkends toe aan de reeds bestaande hoeveelheid wereldmuziek.
 
Hier zijn twee gerijpte topmuzikanten bezig om iets te scheppen, een nieuwe muziekvorm te creëren die de tijdmentaliteit van nu uitdrukt, met een duidelijk op traditie gebaseerde achtergrond.
Flamenco is zeer indringende en intieme muziek maar met de Arabische slag erin komt deze muziekstijl tot een haast opera-achtige hoogte en betekenis.
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Putumayo CD's
Muziek | CD's | 07 November 2006 | 18:23:33
 
 
 
Een album waarin de blues nu eens van een andere kant wordt bezien en beluisterd.
Hoewel we vertrouwd zijn met vele verschijningsvormen van de blues is deze muzieksoort toch in westerse sferen altijd elektronisch uitgevoerd, en vaak met rockelementen verrijkt.
Van oorsprong is het echter akoestische, trage, zachte muziek, die het verdriet, het gemis en het tekort van de oorspronkelijke slavenbevolking uit Afrika in Amerika bezong.
Van die gehele ontwikkeling van de Memphis Blues, de Mississippi Delta Blues en Afrikaanse Blues is op het album Blues around the World veel terug te vinden.
 
Die blueshistorie is een reis die zo'n beetje naar elke hoek en elk uiteinde op de wereld voert.
Van de sloppenwijken in Rio de Janeiro (Blues Etilicos) naar de zandwoestijnen in de Noord-Afrikaanse Sahara, van Argentinië (Botafogo) naar Mauritanië (Amar Sundy) en Mali (Habib Koité) naar Taiwan (Long-ge).
Blues uit Taiwan? Jazeker, Long-ge zingt en speelt over de strijd voor onafhankelijkheid en culturele ontwikkeling van zijn land. Hij zingt in het Mandarijns en Amis, plaatselijke talen en dit geeft de blues het mondiale karakter dat het al die tijd al in zich had.
 
Want overal in de wereld is verdriet, tekort en gemis. En dus refereert deze weemoedige, emotievolle muziek in al die culturen aan een herkenbare uitingsvorm voor dat gevoel.
Zelf de Tuaregstammen in de Sahara kunnen met de blues overweg, getuige het prachtige Ouallache van Amar Sundy.
 
Door zijn eenheid in thematiek en sterke inhoudelijk verhaal is dit album een schoolvoorbeeld van hoe muziekstromen elkaar overal in de wereld beïnvloed hebben.
Ontdek het avontuur dat de blues onderging tijdens zijn lange reis over de wereld!
 
 
 
 
 
 
De cd French Café neemt de luisteraar mee naar de romantische straten in Parijs, met een bonte verzameling grote namen uit de historie van de Franse muziek.
Zowel het klassieke chanson, de gipsy jazz, als de musette komen puur of in mengvormen aan bod. Artiesten als Georges Brassens, Brigitte Bardot en Jane Birkin zijn echte publiekstrekkers, maar ook Paris Combo, Enzo Enzo en Coralie Clément zetten de onvervalst lichte, Franse toon weg.
 
De Franse muziek is altijd gelinkt geweest aan cafés en music halls, soms onder invloed van immigranten, zoals de Italianen die met hun accordeons de musettestijl mede ontwikkelden.
De meest legendarische vertolker van het Franse chanson is Edith Piaf geweest, hoewel niet vertegenwoordigd op deze verzamelaar waart haar geest beslist rond door de hoofden van de vele vertolkers die na haar zijn gekomen.
 
De gipsy jazz vond een enorme toevlucht dankzij de Parijse aanwezigheid van Django Reinhardt, die de Amerikaanse swing en bebop een Frans tintje gaf. Navolgers horen we terug op de cd zoals Paris Combo, waarbij gitarist Potzi zelfs uiterlijk een reïncarnatie van Django lijkt, en in de late jaren vijftig, begin jaren zestig van de vorige eeuw kwam een grote omwenteling in de aanpak van chansons en hun instrumentatie en arrangementen. Dit uiteraard onder invloed van de rock en popmuziek. Troubadours als Brassens en Barbara met hun ingetogen en intieme vertolkingen - op deze cd te horen in de nummers Je M'suis Fait Tout Petit en Si la Photo est Bonne - werden al snel overvleugeld in populariteit door megasterren als Brigitte Bardot, hier te horen met Un Jour Comme un Autre, en Serge Gainsbourg.
 
Die ontwikkelingen zijn allemaal terug te vinden op deze cd, en daarmee geeft het album een mooie dwarsdoorsnede en overzicht van pakweg zestig jaar Franse muziek.
Een aantrekkelijke verzamelaar!
 
 
 
 
 
 
Ja, wat is folkmuziek nou precies?
Volgens de liner notes in het album Folk Playground, is het vooral muziek die mensen voor hun plezier maakten en waarbij, gezamenlijk gezeten om het haardvuur werd gespeeld en gezongen.
Het hoefde dus geen grote muzikale artiesten te zijn die de oneindige reeks traditionals leven in bliezen.
Nog steeds spreken deze songs ons aan, zowel volwassenen als kinderen.
Op dit album een twaalftal songs die ons zeer bekend in de oren klinken, iedereen kent immers het deuntje van This Old Man en Roller in the Coaster, maar ze hebben verrassende arrangementen gekregen, met veel speelse, leuke invallen, waardoor het soms totaal andere nummers zijn geworden.
 
Dus niet louter kinderliedjes. Echte folkmuziek waar een mens vrolijk en blij van wordt.
Het is muziek die door de jaren heen is doorgegeven, en de artiesten, zoals Victor Johnson, Brady Rymer, Justin Roberts en Leon Redbone hebben dan ook hun voorgangers gekend, waar ze door beïnvloed zijn en goed naar geluisterd hebben.
Denk daarbij aan Woody Guthrie, Leadbelly, Pete Seeger en Odetta, zangers die in de jaren vijftig en zestig grote populariteit verwierven en waar echte folkinstrumenten als gitaar, tamboerijn of zelfs een paar lepels aan te pas kwamen.
 
Veel piano, gitaar, ukelele, accordeon, folkinstrumenten bij uitstek op deze cd.
Uitschieters waren voor mij: This Old Man van Victor Johnson, door zijn frisheid; Sheep van Zoe Lewis; Hop Up Ladies, lekker nonchalant weggezongen door Dan Zanes (een van Amerika's meest geliefde ' family music' performers) en Polly Wolly Doodle door Leon Redbone, een man die er een beetje uitziet als Groucho Marx en teruggrijpt naar de Amerikaanse oerbasis van amusementsmuziek als de ragtime en early jazz.
Laatstgenoemd nummer komt uit 1975, een oudje dus, voor de rest zijn het voornamelijk recente nummers van de afgelopen vijf jaar op deze vrolijke compilatie.
 
 
 
 
 
 
Het beeld van hagelwitte stranden, wuivende palmbomen, lagunes en kraakhelder blauw zeewater komt absoluut wel een keer voor ogen, tijdens het beluisteren van South Pacific Islands. Maar is zeker ook dat andere Oceanië, dat van een multiculturele mengeling dat in moderne tijden hard moet knokken om alle neuzen dezelfde kant op te houden en zodoende het gebied te kunnen blijven ontwikkelen.
In de muziek hoor je dat terug door moderne invloeden die de traditionele songs gladder en strakker hebben gemaakt.
 
Op deze cd zijn van een paar groepen meerdere nummers terug te vinden, hetgeen een goed beeld schept van de kwaliteit en authenticiteit van die groepen. Te Vaka bijvoorbeeld brengt maori-muziek uit Nieuw-Zeeland, Samoa en Tokelau - wat weer heel anders klinkt dan de muziek van OK! Ryos uit Nieuw Caledonië. Ook zijn er nummers uit Papua Nieuw-Guinea te horen, zoals Abebe van Telek en O-shen van Siasi.
 
Intrigerend is ook de muziek van Matato'a, een groep afkomstig van het eiland Rapa Nui, beter bekend als Paaseiland, daar waar een enorme reeks stenen standbeelden het eiland bevolkt, genaamd Moai.
Tegenwoordig maakt het eiland officieel onderdeel uit van Chili, maar oorspronkelijk is het bevolkt door Polynesiërs die er nog steeds hun landelijk leven leiden.
De muziek klinkt puur, rauw en absoluut strijdlustig, zoals te horen in Mana Ma'Ohi.
 
Hoewel de teksten voor westerlingen niet te verstaan zijn, voel je uit de vertolkingen een stuk van de puurheid en isolatie van deze eilanden, daar waar hooguit wat ecologische of standtoeristen een stempel drukten op de inrichting van het land, maar de cultuur nog vrij puur is, en de tegengestelde belangen van de vele stammen en afzonderlijke groepen groot.
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Guy Clark - Workbench Songs
Muziek | CD's | 13 Oktober 2006 | 17:12:48
   
 
 
Guy Clark is net als Townes Van Zandt en Steve Earle, met wie hij meestal in een adem wordt genoemd, een man die country maakt maar zich tegelijk als een outsider in het genre opstelt. Erg productief is hij de voorbije dertig jaar niet geweest, maar Workbench Songs, zijn elfde plaat, illustreert alleszins dat hij als songschrijver nog steeds tot de allerbeste moet worden gerekend.

 Bovenal is Clark een begenadigd verteller, en vooral wanneer hij sombere, ingetogen songs als Magdalene of Out In The Parkin' Lot zingt hang je aan zijn lippen. Ook mooi: de uitgebeende cover van No Lonesome Tune, een nummer dat eigenlijk aan zijn gezworen drinkebroer Townes Van Zandt toebehoort.

In het parlando voorgedragen Funny Bone ontplooit Clark zich op indrukwekkende wijze als een observator die vanuit de hoek van het café de andere klanten in de kroeg gade slaat en er meteen een hele geschiedenis bij verzint.

Clark werkt de laatste jaren steeds vaker met andere songwriters om zijn materiaal tot stand te brengen. En dat gaat hem goed af. Ditmaal zat hij rond de schrijftafel met vrienden als Steve Nelson, Ray Stephenson, Verlon Thompson.
 

 


Het ingetogen Magdalene is er nog zo één. Daarin laat Clark een man een vrouw op passionele wijze smeken om samen met hem naar Mexico te vluchten. Bijzonder mooie tekst en bijzonder mooie harmony vocals ook van Morgan Hayes. En wat te denken van het met Verlon Thompson gepende en qua thema wel heel erg actuele Tornado Time In Texas, daarbij geassisteerd door Verlon Thompson (akoestische gitaar, harmonica), Shawn Camp (mandoline) en Bryn Bright (bas, cello). 
 
En dan het liefdesperikelen van een rodeoclown bezingende Funny Bone, en het zonnige, nauwelijks anders dan als pure honky-tonk te omschrijven Exposé, van het met Chuck Mead gepende Cinco De Mayo in Memphis over Mexicanen op bezoek in Graceland naar een gewoon leven in de digitaal georiënteerde wereld van vandaag in Analog Girl?
  
Stuk voor stuk kanjers van songs, ontstaan op de werkbank van een echte grootmeester.


 
 
 
 
 
 
 
         
bewerk | verstuur | kopieer


80 Years London Jewish Male Choir (CD)
Muziek | CD's | 12 Oktober 2006 | 09:19:35
 
 
 
Het Joods Londens Mannenkoor bestaat dit jaar tachtig jaar en dit wordt gevierd met het uitbrengen van een verzamel-cd door ARC Music waarop twintig originele uitvoeringen zijn terug te horen die werden opgenomen tussen 1928 en 2005.
Dit koor werd opgericht in 1926 door Isadore R. Berman, die bekend stond als een vooraanstaand musicus binnen de Joodse gemeenschap.
 
Voordat Berman het koor oprichtte maakte hij verschillende arrangementen van Joodse muziek die in 1910 werden gepubliceerd.
Veel Londense synagogekoren zongen zijn gearrangeerde nummers en van daaruit kwam het tot een achttien man sterk joods koor. Het repertoir bestond voornamelijk uit lithurgische gezangen en joodse volksmuziek.
 
In 1945 stierf Berman en werd bariton Martin White zijn natuurlijke opvolger als leider van het koor.
Na de oorlog hield het koor wekelijkse audities, en dat was nodig want er hadden slechts vijf oorspronkelijke koorleden de oorlog overleefd.
In 1948 was het Joods Londens Mannenkoor al uitgegroeid tot liefst 45 zangers.
De cd opent met vijf muziekstukken die vorig jaar zijn opgenomen, het koor wordt geleid door Michael Etherton. Het allerbekendste stuk uit de Joodse muziekgeschiedenis is waarschijnlijk Hava Nagila, een Israëlische folksong. Verder is uit deze sessie ook de versie van Shehechianu interessant, een liturgisch gezang.
 
 
The London Jewish Male Choir
 
 
De volgende sessie komt uit 1928, met de beroemde Berman dus als dirigent - en de opnamen zijn dus nog wat primitief, maar prachtig geremasterd en het resultaat klinkt uiteindelijk alsof het opnamen uit de jaren zestig betreft, daar doet het niet voor onder. Een vrolijke, joodse folksong onder de titel As Moshiach Vet Kuman, waarbij aan een rabbijn gevraagd wordt wat er zal gebeuren als de messias op aarde terugkeert. Met joodse humor antwoordt hij: 'Dan zal hij geëntertained worden door Mozes, Koning David en Miriam.'
 
In 1950 was Martin White de leider van het koor; we horen onder andere Umipneh Chatoenu, een solo van Rev Pinchas Faigenblum, een klassiek stuk. Uit 1952 komt Der Yid der Schmid - de joodse smid - met prachtige muziek van Vladimir Heifetz.
 
Verder nog mooi werk uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, zoals Osseh Shalom, met een solo van de zeer geliefde Moshe Korn. Het lied roept op tot vrede over de hele wereld en werd door Bill Clinton tijdens zijn presidentschap aangehaald en gequot tijdens een topoverleg met Israëlisch minister-president Rabin.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Tartit - Abacabok
Muziek | CD's | 11 Oktober 2006 | 09:30:50
 
 
 
De Tuaregs worden tot de Berbers gerekend. Hun bevolking werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw door droogte zwaar uitgedund en enkele stammen emigreerden naar de steden. Ze komen voor in Algerije, Tunesië, Libië, Mali en Burkina Faso, dus Noord Westelijk Afrika.
 
De Tuaregs is Mali noemen Azouad hun thuisland. Het huwelijk is bepalend voor de sociale status. De stam werd door de Arabieren tot de islam bekeerd, maar behield enkele oude gewoonten. Zo draagt bij hen niet de vrouw, maar de man een hoofddoek met sluier.
De zuidelijke stammen leven in de steppe- en savannegebieden van de Sahara en zijn actief in de teelt van kameel en zebu.
 
Niets roept meer de gevoelens van die fascinerende uitgestrektheid en leegte op dan de muziek van Tartit, een Tuaregstam bestaande uit vijf vrouwen en vier mannen uit de Timbuktu regio. Ze spelen hypnotiserende, aan trance verwante muziek, waarbij de vrouwen zittend zingen en cyclische ritmes bespelen op hun tinde drums. De man staan er in een halve kring gesluierd omheen en dansen en klappen de ritmes mee.
 
In het openingsnummer Tabey Tarate van de net uitgekomen cd Abacabok moeten de mannen hun kracht en elegantie tonen. De teksten moedigen hen aan dit zo goed mogelijk te doen. Er staan in totaal dertien tracks op dit album en ze klinken allemaal even spannend en intrinsiek.
Grofweg zijn de nummers te verdelen in twee soorten: de puur authentieke songs, waarbij alleen met handgeklap en getrommel het gezang wordt begeleid, en de meer westers klinkende liederen die ook gitaarbegeleiding kennen - maar altijd blijft die mystieke woestijnsfeer. 
 
 
Tartit in de saharawoestijn in Bamako (Mali) : de mannen gesluierd,
de vrouwen niet.
 
 
Tartit is dus een exponent van een feitelijk geëmancipeerde islamitische stammengroep, een van de weinige waar de vrouw absoluut volledige gelijkwaardigheid krijgt aan de man, en dit is dan ook in de teksten en thema's van de liederen terug te vinden.
Zoals in Al Jahalat over onwetendheid bij vrouwen: ' hee meiden, de tijd is aangekomen om de onwetendheid achter je te laten ...' en Assinaina, een lofzang waarin alle Tuaregs worden opgeroepen te streven naar economische onafhankelijkheid. 'Alleen werk kan een mens vrij maken.'
 
Een traditioneel nummer is Inbahwa, het oudste nummer van het repertoire, uitgevoerd op de eensnarige Imzard Gourd viool, het oudste Tuareg instrument. Enkel edelvrouwen mochten het vroeger bespelen.
Het titelnummer Abacabok gaat over een oude man die weg van zijn familie wilde zijn, maar door het muziekspel van een griot toch terugkeerde. Muziek kan wonderen veroorzaken.
 
En zo is het ook met dit album: Tartit brengt je in de ban van hun muzikale betovering, die je diep in de Sahara brengt, daar waar de gezangen ook zijn opgenomen, in Bamako, in het noorden van de Maliwoestijn.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


VPRO CD's
Muziek | CD's | 09 Oktober 2006 | 16:16:30
 
 
 
Tegenwoordig zendt de VPRO het radioprogramma De Wandelende Tak op zaterdagavond om 20.00 uur uit via de frequentie van De Concertzender. Het programma bestaat op de kop af 22 jaar en heeft de radicale bezuinigingen bij de publieke omroep dus voorlopig overleefd. Gelukkig maar, want het is een uniek project waarin aan wereldmuziek uit alle landen en streken aandacht wordt besteed.
 
Een mooie doorsnede hiervan is in 1994, bij het tienjarig bestaan van het programma, op cd gezet, en deze is nog steeds verkrijgbaar bij de VPRO. De vaste presentator en samensteller Walter Slosse leidt de cd in met een tekst waarin hij benadrukt dat het begrip volksmuziek langzaam vervangen is geworden door de term wereldmuziek, en dat wereldmuziek voor De Wandelende Tak geen modeverschijnsel is , maar een onmisbare schakel in de groei naar een universele samenleving waarin culturen en mensen gelijkwaardig zijn.
Een houtsnijdend statement.
 
Die kracht kun je ervaren bij het beluisteren van het voornamelijk met eigen veldopnamen gevulde album. Met name Afrika, Oostelijk Europa en het Midden-Oosten zijn goed vertegenwoordigd, hetgeen begrijpelijk is omdat daar zeer bijzondere, zelden gehoorde muziek wordt gemaakt en De Wandelende Tak als voornaamste doel altijd heeft gesteld om dat soort muziek breder toegankelijk te maken. We horen bijvoorbeeld boventoonzang uit Khakassië, waar nog een eeuwenoude sjaministische cultuur heerst. De jonge muzikant Yevgeni Ulugbashev zingt een episch verhaal en begeleidt zichzelf op citer.
 
Een ander apart geluid is de sjamaan bij de Yanomami stam uit het Braziliaanse dorp Maturaca. Met zijn zuchten, kreunen en kreten houdt hij de omgeving vrij van kwalijke invloeden.
Er zijn fluitende Papoea-vrouwen te horen, tatoïstische monniken uit China, en gezongen poëzie uit Libanon. Maar hoogtepunt voor mij was het timbilaorkest van de Chopi uit Mozambique. Op het ritme van deze traditionele muziek kun je je zelfbewustzijn behoorlijk op scherp zetten!
 
 
 
 
 
 
 
Begin mei van dit jaar overleed de musicus en programmamaker Han Reiziger.
Reizger maakte voor de VPRO vele radio- en televisieprogramma's waarin hij zijn liefde voor jazz en klassieke muziek altijd kon uitdragen.  
Zijn programma Reiziger in Muziek kende eerst alleen een radio-editie en later ook een versie op de televisie. Talrijke gasten kwamen langs om live te musiceren.
'En', zo schrijft Reiziger zelf in de compilatie dubbel-cd die van dit programma verscheen, 'na de uitzending zag je dan ook een verbroedering ontstaan tussen de muzikanten uit de klassieke muziek, jazz en wereldmuziek die nieuwsgierig waren naar elkaars muzikale achtergronden en speeltechnieken.'
 
De twee cd's kennen elk twaalf stukken.
Uiteraard opent de eerste cd met de tune van het programma die Han Reiziger zelf uitvoert. Daarna twee Nederlandse grootheden uit de jazzwereld: Hein van de Geyn en Bert van den Brink met de compositie North Sea Night. De Roemeense muziekgroep Taraf de Carancebes trad op met de Bretonse zanger en klarinettist Erik Marchand. Het werd een bijzonder vertolking van een treurlied over een overleden minnares.
Gustav Leonhardt speelt op zijn klavecimbel werk van Couperin, pianist Maarten Bon werk van Stravinsky en cellist Alexander Khramouchin werk van Rachmaninov.
 
Twee zusjes uit Madagaskar vertolken traditionele griots, en de accordeonist Régis Gizavo, eveneens geboren in Madagaskar speelt het nummer Malaso, waarin allerlei invloeden doorklinken, van Franse musette, Amerikaanse cajun en latin music.
Christina Branco zingt Saudade met begeleiding van Custodio Castelo op gitaar, een weemoedig gedicht op Portugese fado, uitgevoerd in de aflevering van 9 april 2000.
Zo zijn vele muziekstukken live uitgezonden nu bewaard gebleven als herinnering aan een bijzonder tv-programma en uniek mens/ programmamaker.
 
 
 
 
 
 
 
 
Deze cd kwam tot stand als gevolg van de Griekse muziekdag die in 1991 door de VPRO-radio werd uitgezonden. Er werd daarin aandacht gegeven aan de meerstemmige zangtraditie en klarinetmuziek uit Epirus, de Noord-Griekse bergstreek aan de grens met Albanië. De cd werd mogelijk dankzij de medewerking van de Griekse radio.
De uitgave heeft niet tot doel een overzicht te brengen van alle vormen van de miroloi, de Griekse klaagzang, maar om de mooiste opnamen van twee van de meest expressieve en virtuoze vertegenwoordiger van de Epirotische klarinetmuziek beschikbaar te maken: Petros Chalkias en Napoleon Damos.
 
Er staan zeven muziekstukken op het album, waarvan drie langer dan tien minuten. Dit geeft al aan dat een miroloi geen snel liedje is, maar een ritueel gebeuren dat tijd nodig heeft om tot volle ontwikkeling te komen.
Het zijn droevige liederen die thuishoren op feesten en partijen in Epirus, waarbij de aanwezigen herinnerd worden aan de belangrijke thema's van leven en dood.
 
Vrouwen zijn op het Griekse platteland verantwoordelijk voor afscheidsrituelen en de miroloia zijn daar een onderdeel van. Er zijn klaagliederen over emigratie, huwelijk, verandering van geloof en vooral: de dood.
Zowel de meerstemmig gezongen, als de geïnstrumenteerde miroloi roepen echter voornamelijk een sfeer van bezinning en meditatie op en het klagerige van de liederen gaat bij intensieve beluistering over in een trancegevoel.
Fijn dat zulke bijzondere muziek, al zo oud en zo ver verwijderd van onze hedendaagse sounds, nog steeds bestaat en ook in Nederland wordt uitgegeven dankzij de inspanningen van de VPRO.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Trilok Gurtu - Farakala
Muziek | CD's | 06 Oktober 2006 | 17:18:58
 
 
   
De Indiase meesterpercussionist Trilok Gurtu is één van de meest gewaardeerde krachten in de actuele wereldmuziek, jazz en pop. Voor dit project reisde Gurtu naar Farakala, een dorpje in het zuiden van Mali, om op lokatie in de bush te improviseren met Malinese musici. Typerend voor zijn artistieke integriteit: Gurtu besloot meteen alle routine te laten varen. Tot verbazing van de Malinezen bespeelde hij alleen Afrikaanse percussie-instrumenten die hij niet kende. Het resultaat is bijzonder geslaagd en in het oeuvre van Gurtu uniek.

Frédéric Galliano is één van de interessantste producers binnen de moderne West-Afrikaanse muziek. Galliano's label Frikyiwa bevat een keur van artiesten die steeds de grenzen tussen traditionele en moderne West-Afrikaanse muziek opzoeken. Dat resulteert in uitdagende contrasten en onverwachte overeenkomsten, tussen Malinese en Indiase percussietradities.


Trilok Gurtu: Indiase meesterpercussionist

 

Trilok Gurtu is misschien het meest bekend geworden door zijn werk met John McLaughlin. Hierin werd de traditie die Shakti met McLaughlin als Mahavishnu voortgezet in een moderne toonzetting. Gurtu muntte in deze bezetting uit in het gebruik van zijn percussie instrumenten. Gezeten op de grond met een enorme verzameling trommels, vazen en bellen. Vooral de waterdrum maakt indruk.

Nu dus weer opnieuw een bijzonder project samen met de Frikyiwa familie, met heerlijk relaxte bluesachtige nummers, zoals Di Blues Indian, Kalpana en het krachtige Roots no Fruits.

 
"Wij bouwen bruggen, geen grenzen" zegt de meesterpercussionist, "want dat is wat de wereld nodig heeft". Tijdens zijn loopbaan mocht hij al verschillende prijzen in ontvangst nemen voor zijn werk, waaronder reeds vijf maal de prijs voor de beste percussionist in de bekende DownBeat’s Critics Poll.


Trilok Gurtu and the Frikyiwa Family  (Nocturne)

 

 
 
 
 
 

 

bewerk | verstuur | kopieer


Abilgail's Party (Theatergroep Het Vervolg)
Theater | Toneel | 04 Oktober 2006 | 10:41:29
recensie
 
Mike Leigh is een in Engeland veel bekroonde film- en televisieregisseur, onder andere bekend van Naked en Secrets & Lies. Zijn toneelstuk Abigail's Party uit 1977 is in het Britse koninkrijk een klassieker. Momenteel toert Theatergroep Het Vervolg uit Maastricht met dit stuk door ons land en het is een zeer geslaagde versie geworden.  
 
 
 
 
Abigail's Party benadert wat thematiek betreft Who's afraid of Virginia Woolf van Albee, maar Leigh's stuk is minder destructief en snijdend. Een komedie waarin de relatie van twee stellen niet zozeer op de proef wordt gesteld, maar wel op een dood spoor is beland en dat wordt van alle kanten duidelijk gemaakt.
Opvallend is dat de tekst en inhoud, hoewel inmiddels ook weer bijna dertig jaar oud, nog heel actueel zijn: zo gaat het nog steeds als stellen van die verplichte vriendelijkheidbezoekjes afleggen. Een verdienste van de schrijver, maar ook van vertaler Martin van Veldhuizen, die levendig taalgebruik hanteert.
 
Er zit veel humor in dit stuk en het succes ervan valt of staat met de casting. De karakteristiek uitgeschreven types dienen door - ook uiterlijk - passende acteurs te worden vervuld. Daarin is Theatergroep Het Vervolg uitstekend geslaagd.
Als je de tekst alleen zou lezen, dan heb je ze precies voor ogen zoals ze op toneel staan. Als je ze alleen zou horen spreken, heb je ze ook precies zo voor ogen. Daar staan ze dus. Gastvrouw Beverly: drukbezet, vermoeid ogend, praatziek en vechtend tegen de saaie oetlul die haar man is; ze wil een  feestje geven. Deze party is haar idee en ze heeft feestelijke slingers weggehangen die de alledaagsheid van de moderne doorkijkwoning accentueren. Gitta Fleuren geeft een heerlijke performance aan deze rol en is zeer geloofwaardig.
 
Haar man Laurens, de oetlul dus, wordt meesterlijk geacteerd door Hans van Leipsig, die er een soort Kees van Kooten-typetje van maakt. Hij legt zijn saaiheid er dik bovenop en soms veinst hij opzet in zijn gedrag, bijvoorbeeld als hij het bier vergeten is mee te nemen. Het lijkt dan of hij blij is het huis weer te kunnen verlaten.
 
 
V.l.nr.: Suzan (Mieneke Bakker), Beverly (Gitta Fleuren) en 
Carla (Nanna Tieman); de drie vrouwelijke rollen in Abigail's Party 
 
 
Dan is er het burenstel Carla en Ruud dat door Beverly voor een borrel is gevraagd. Zij is het naïeve kippetje en hij een doortrapte, zich quasi nonchalant voordoende macho. Prima vertolkingen van Nanna Tieman, die vorig jaar afstudeerde aan de Toneelacademie in Maastricht en Romijn Conen.
En als kers op de taart, in tegenstelling tot bij Albees werk -, en wellicht maakt dat ook het wezenlijke verschil - is er de tuttige en kwetsbare buurvrouw Suzan, die op alle momenten dat de spanning tussen de onderlinge relaties precair wordt met onweerstaanbaar komisch in zichzelf gekeerd gedrag de boel wegblaast.
 
Meteen schakelt iedereen over op haar en haar puberdochter Abigail die in het naburige appartement een houseparty geeft. Mieneke Bakker speelt de rol van Suzan met verve en weet op een geraffineerde manier steeds de aandacht naar zich toe te trekken, hoewel ze schijnbaar het meest onbelangrijke personage op het feest is. Maar dat is een truc die Leigh heeft toegepast.
 
Door de volkse spelwijze van alle acteurs blijft het luchtig en dat effect wordt versterkt door de hilarische toepassing van karaokesongs die uit volle borst elektronisch versterkt door een microfoon de zaal in worden geslingerd. 'Heb je even voor mij?', brult Beverly om de nietszeggende, oppervlakkige gesprekken over auto's, aankoopsommen, hypotheken en aangeschafte huisraad te doorbreken.
 
 
De twee mannen in het midden: Ruud (Romijn Conen) en
Laurens (Hans van Leipsig)
 
 
Een discussie of er wel of niet in het appartement van Suzan moet worden geïnspecteerd, ontspint zich. Een heerlijk komisch tafereel vanwege de herkenbaarheid en ridiculiteit. Glashelder wordt de belachelijkheid van al dat sociaal wenselijk gedrag getoond. Met Tom Jones, Meat Loaf, Guus Meeuwis en Beethoven wordt de hele samenleving wel zo'n beetje samengebald. Dan wordt de sfeer grimmiger en spitsen de verwijten zich toe. Eerst rommelt Ruud met gastvrouw Beverly en later volgt een fikse ruzie tussen Laurens en Beverly over een schilderij. Op het laatst toont Beverly zich onuitstaanbaar als haar man het loodje heeft gelegd, ze denkt nog enkel aan haar eigen, kleine futiliteiten.
 
Een grauw slot geeft genoeg stof om het cynisme van dit stuk nog even na te voelen.
Maar het is een open einde, de bezoekers gaan de werkelijke wereld weer in en zullen morgen de Beverly's en de Laurensen opnieuw ontmoeten.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Putumayo cd's
Muziek | CD's | 03 Oktober 2006 | 10:26:16
 
Putumayo brengt wereldwijd wereldmuziek uit.
Het betreft mooie verzamelingen/ compilaties gerangschikt naar streek of thema en in karakteristiek herkenbare fleurige, kleurrijke hoezen gestoken - geïllustreerd door Nicola Heindl.
Spikesss bespreekt hieronder vier uitgaven:
 
 
 
 
Op de compilatie The Caribbean vinden we de diverse stijlen van de Caribische eilanden terug. De reggae uit Jamaica, evenals de mento en ska - stijlen die er aan vooraf gingen; de calypso van Trinidad en Barbados; de compas, biguine en zouk van de Franse Antillen, zoals Martinique; de Cubaanse son; de salsa van Puerto Rico; de merengue van de Dominicaanse Republiek en de unieke multiculturele fusies van de Nederlandse Antillen.
 
De originele bewoners van de Caribische eilanden waren Arawak, Cariben en Taino indianen.
De Europese kolonisten - vooral afgekomen op specialiteiten als suiker en specerijen - maakten van de Caribische eilanden het epicenter van de slavenhandel en derhalve werden vele Afrikanen overzee getransporteerd om op de plantages te gaan werken.
 
Deze mengeling tussen Afrikanen, Europeanen en oorspronkelijke bewoners zorgde onder andere voor nieuwe muziekvormen waarbij religies als rastafarianism, voodoo en santeria hun invloeden lieten gelden door de Europese theologiën,
Jean-Marc Monnerville, beter bekend als Kali, is geboren op Martinique en keerde na zijn studie in Parijs terug. Hij legde zich toe op de biguine, een muziekstijl die in de jaren dertig grote internationale faam verwierf  - door Cole Porter bekrachtigd in zijn song Begin the Beguine.
Kali is op deze cd vertegenwoordigd met het nummer Aline Volé. Een lekker swingend openingsnummer waarbij je tevens kunt horen dat de banjo, die Kali bespeelt, feitelijk een Afrikaans instrument van oorsprong is.
 
Een fraai staaltje van originele mentomuziek hoor je terug bij Stanley Beckford die opgroeide in het Jamaicaanse Kingston. Deze voorloper van reggae en ska is te horen in het nummer Sam Fi Man met een traditionele bezetting van banjo, gitaar en klarinet en een handpercussie. Het rumbaritme is duidelijk herkenbaar.
Andere hoogtepunten op deze cd zijn: Ska Cubano met Chango, een mix van Afro-Cubaanse son (jazzy salsa) en Jamaicaanse ska; de Dominicaanse merengue van Mika; en Freedom Sounds van Skatalites.
 
 
 
 
 
 
 
Zoals net beschreven is het eiland Jamaica via de mento en ska uitgegroeid tot reggae-eiland.
Door klimaat en ligging is het bovendien een ware toeristische trekpleister geworden en dat kwam de muzikale ontwikkeling van de eigen muziek zeker ten goede. De reggae veroverde op het eigen eiland de wereld - zo zou je kunnen stellen.
 
De Afrikaanse invloeden zijn duidelijk en diep ingebed. De funky beat en relaxte sfeer van deze muziek komen voort uit de instelling en levenswijze van wederom de oorspronkelijke slavenbevolking. Maar ook Engelse, Spaanse en Ierse invloeden en Amerikaanse pop en soul komen in allerlei menggedaanten terug. Reggae kun je op twee manieren benaderen: als universeel verklaarde feestmuziek of als de muzikale uitingsvorm van de Rastafari religie; dat laatste wordt steeds minder ervaren, maar is het wel van oorsprong.
 
Halverwege de jaren zestig trok de skamuziek veel aandacht op Jamaica en vanaf de jaren zeventig de reggae door toedoen van de legendarische Bob Marley. Laatstgenoemde ontbreekt op deze verzamelcollectie maar voor de rest staan vele grootheden en bekende bands erop, zoals: Jimmy Cliff, The Gladiators en Peter Tosh.
Een groot aantal wat oudere opnamen, zoals Tosh ' Babylon uit 1979, Rico's Midnight in Ethiopia eveneens uit 1979 en Toots and the Maytals Reggae got soul uit 1976. Maar deze datering doet niets af aan de frisheid en energieke uitstraling van de muziek op deze cd, de reggaeplaten uit de jaren zeventig hebben hun kracht volledig behouden en klinken smoothy, feestelijk en relaxt.
 
Uiteraard is er op deze verzamelaar ook een aantal recentere nummers te vinden als Why am I a rastaman van Culture en Rudeboy Shufflin van Israel Vibration.
Kortom: nog onvervalste reggae, zonder dat deze vervalt in R&B gedreun en hiphopgerap.
 
 
 
 
 
 
 
Een verrassende, spetterende uitgave van Turkse hedendaagse muziek, met duidelijke invloeden van oorspronkelijke Arabische klanken, zigeuner- en joodse tradities, gemengd met electronische beats uit de Westerse popmuziek. Tot de jaren zestig werd de Turkse muziek voornamelijk gedomineerd door regionale volksmuziekelementen als de overheersende Turkse luit en Centraal en Middenaziatische instrumenten, zoals de kanun (een oosterse citer), de saz (een lange luit) en de darbuka (klein soort trommel).
 
Deze instrumenten zijn in de moderne versies van de huidige danceachtige en groovy muziek zeker hier en daar terug te horen, maar wonderlijk geslaagd gemixt en opgenomen in de moderne klanken. Het Aziatische deel van Turkije heet Anatolië en in dit oostelijke deel van het land spreekt men over anatolian pop. In de jaren tachtig won Libanese popmuziek aan grote populariteit in Turkije en werd daar getransformeerd tot wat men arabesk ging noemen: een genre waarin besnorde crooners gingen praatzingen over verloren liefdes.
 
In de jaren negentig kwam dan plotseling een hele nieuwe lichting jonge muzikanten opzetten die moderne pop maakte, gebaseerd op eenvoudige thema's en structuren. Al snel vonden deze nieuwe superstars hun weg naar Europa waar ze door de geëmigreerde tweede generatie gastarbeiders werden opgepakt en omarmd. Er ontstonden cultsterren als Tarkan, Mustafa Sandal en Sertab Erener.
 
Op de hier besproken cd staan al deze sterren verzameld en het is daardoor absoluut een sterk album geworden dat bovendien een prima doorsnee toont van de moderne Turkse muziek van de afgelopen tien tot vijftien jaar.
Het openingsnummer Kirmizi Biber van Bendeniz vind ik persoonlijk het sterkste nummer van het album. Maar ook de jonge Nilgul overtuigt met haar Turkse vertaling van Spoil me. En de rijzende ster Goksel laat in Ayrilik Gunu horen dat de huidige Turkse muziek ook veel invloeden uit de Indiase Bollywood filmscene kent.
 
 
 
 
 
 
 
Puerto Rico en Cuba worden weleens omschreven als twee vleugels van dezelfde vogel.
Op een gegeven moment heeft de Afro Cubaanse son de oorspronkelijke Puerto Ricaanse salsa echter overvleugeld. Echter voor de ontwikkeling van de tegenwoordig zo populaire Latijns-Amerikaanse muziek is de invloed van de muziek uit Puerto Rico groter geweest.
De klank van haar traditionele nummers is er meer in terug te vinden.
 
Met dezelfde Spaanse achtergrond als Cuba en de Dominicaanse Republiek is de op het salsaritme voortgedreven muziek van Puerto Rico overeenkomstig met beide andere geworden, maar een groot verschil trad op toen Cuba zich van de Verenigde Staten ging afscheiden, daar waar Puerto Rico en met name haar hoofdstad San Juan de havens voor handel en invloeden van buitenaf juist openzette.
De VS hielpen Puerto Rico in haar onafhankelijkheidsstrijd tegen de Spaanse overheersers.
Er ontstond meer een smeltkroes dan in Cuba en de Puerto Ricaanse salsa werd daardoor in de New Yorkse barrio's populairder en bekender dan de Cubaanse son.
 
Zoals in alle Caribische muziek dus de Afrikaanse invloeden prominent terug te horen zijn, vind je dat bij de Puerto Ricaanse muziek vooral in de bomba en plena terug; stijlen waarin de percussie-instrumenten een dialoog aangaan met de dansers. Ook zijn er countryfolk-invloeden terug te vinden in de muziek van de jibaros, zoals bij Andrés Jiménez in zijn nummer Me voy pa'l campo.
 
Eddie Palmieri, één van de meest avontuurlijke en gerespecteerde figuren in de salsa en latin jazz horen we met het ruim zes minuten durende Café, zijn avant garde piano solo's worden soms vergeleken met Thelonious Monk.
Ook het indrukwekkende trombonewerk van de in New Jersey opgegroeide Jimmy Bosch is zeer de moeite. Zijn ouders zijn Puerto Ricaans en via die invloeden speelt deze halve Amerikaan zeer authentieke rootsy salsa in de traditie van Willie Colon en Barry Rogers.
 
Een ander hoogtepunt op deze cd is de uit 1959 stammende klassieker Una mujer en mi vida van Ramito, de meest belangrijke figuur in de historie van de Puerto Ricaanse muziek. Gekleed in de typische witte jibarodracht met grote strooien hoed gold hij als een symbool voor miljoenen.
Een cd vol heerlijke muziek, met ook: Plena Libre, Julius Melendez en Modesta Cepeda.
Bijna teveel van het goede!
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Als 't effe kan - Seth Gaaikema (Impresariaat Jacques Senf)
Theater | Cabaret | 02 Oktober 2006 | 11:40:26
recensie
 
Seth is er nog steeds. Later dit jaar zal er een jubileumbox uitkomen met daarin een verzameling van al zijn oudejaarsshows op dvd - een tijdsdocument. Seth is met die tijd meegegaan, heeft de politiek tot een bijaspect gemaakt van zijn theaterwerk en het persoonlijke verhaal alweer een aantal jaren voorop gesteld.
 
 
Zo ook in Als 't effe kan, een titel die willekeurig of onwillekeurig zijn grote leermeester Wim Kan nog eens aanhaalt. Dat gebeurt ook in de klassieke setting, een soort theaterkruk met standaard waarop enkele teksten geplaatst zijn.
Het liedje Zeg dan nee tegen Talpa op de wijs van Zeg maar ja tegen het leven doet ook terugdenken aan Kans Zeg dan nee tegen de NAVO. Mooi dat zo'n theaterlied met geschiedenis weer eens actueel wordt gemaakt.
 
Seth is trouw aan zijn voorbeelden en aan de dingen waar hij in gelooft.
Toon Hermans komt kort voorbij in een anekdote waarin Seth met hem in een nachtelijke dollemansrit door Den Bosch scheurde en in het lied Ze gingen nergens in, waarvan Hermans bij het uitspreken van die woorden door Seth ooit zei: daar moet je een liedje van maken.
 
Dat is nu dus alsnog gebeurd. En het lijkt dat Seth met het schrijven van deze voorstelling meerdere wensen van zichzelf in vervulling heeft laten gaan, als een soort slotgreep, want je weet maar nooit of de gezondheid nieuwe programma's toelaat.
Wat mij betreft kan Seth als 67-jarige nog best een tijdje door op deze manier: een manier, zoals hijzelf in de voorstelling aangeeft, waarin het voor hem allemaal niet meer zo nodig moet. Hij doet het zoals hijzelf wil, wat er verder allemaal van en over gezegd wordt kan hem niet meer schelen.
Maar wat hij doet, doet hij met honderd procent, zoals hij zingt in een lied waarmee hij ons de pauze instuurt.
 
 
 
 
Zijn grote liefde is de Nederlandse taal - altijd geweest, maar nooit zo nadrukkelijk in een lied uitgesproken. Dat moest dus ook eens gebeuren: het is zijn openingslied geworden. Verder een liefdesbetuiging aan twee mensen die hem in zijn studententijd vaak warmte en genegenheid bezorgden; hij heeft dat al meermaals in anekdotevorm vertelt, maar nu heeft hij er een lied aan gewijd. Ook een lang voorgenomen wens?
 
Ouderwets op dreef is Seth in zijn crosstalk met publiek over het vak van vertalen, en direct na de pauze als hij zijn politieke conférence doet, opgehangen aan het Islam in Nederland-vraagstuk,. Het gaat over Donner en de sharia en het Hirsi Ali-debat met Verdonk. Dat laatste wordt sterk vormgegeven in een kostelijke parodie op het Davidsnummer Mina - 't Is maar een meisje van alledag.
Dit is het echte ouderwetse cabaret in de goede zin van het woord, ambachtelijk humoristische taalgebruik. Kan zou er in de jaren zeventig weer zo gebruik van hebben gemaakt. Het lied is vakwerk vol spitsvondigheden en goede observaties, een kwaliteit die Seth Gaaikema heeft en waarin hij in Nederland zo'n beetje de enige is.
Niet voor niets wordt hij steeds weer voor musicalvertalingen gevraagd.
 
 
Een van de hoogtepunten uit Seths rijke carrière, de cabaretier
schudt onze toenmalige vorstin Juliana de hand.
 
 
Seth heeft oneliners, Groningers zijn hele aardige mensen, alleen ze laten het nooit merken, menselijke liedjes zoals Dit keer is 't anders over het ontmoeten van de ware liefde, en hoopvolle gedachten, bijvoorbeeld over een toekomstig ander soort onderwijs waarbij rapportcijfers worden gebaseerd op menselijkheid.
Hij sluit de voorstelling af met een ode aan het vak dat hij inmiddels bijna veertig jaar beoefend.
Met het lied Spring in het licht geeft hij zijn artiestenroeping perfect weer.
 
Ik zou deze voorstelling willen omschrijven als de voorstelling die Seth altijd nog eens moest maken.
Als het zijn laatste blijkt, dan is in ieder geval alles gezegd wat hij wilde zeggen.
Komen er nog meer, dan is dat mooi meegenomen, en elke seconde dat hij op het podium staat is er een sprankje van dat roemruchte tekstcabaret waar te nemen, dat zo lang in Nederland glorieerde en nu bijna uitgestorven lijkt.  
 
 
  
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Kelly Joe Phelps - Tunesmith Retrofit
Muziek | CD's | 27 September 2006 | 16:06:14
 
 
 
De eenvoud en soberheid zijn Kelly Joe Phelps eigen, hij is niet de man om van de daken af te schreeuwen 'kijk eens wat ik allemaal kan!' Des te verrassender is te constateren dat dit een geweldige singer-songwriter is met prachtige songs waar niets te veel aan is.
 
Hij tovert een serie ingetogen juweeltjes uit de hoge hoed waar hij flink aan geschaafd en geschuurd heeft. De songs zijn af, dat hoor je, ze glinsteren als parels. De drie belangrijkste ingrediënten ervan zijn: Phelps meesterlijke gitaarspel - verwant aan dat van Ry Cooder, Taj Mahal en Norman Blake; zijn soepele, altijd wat hese stem en vooral natuurlijk die prachtige liedjes.
 
Op Tunesmith Retrofit - zijn debuutalbum op het Rounder label - staan walsjes zoals The Anvil en Tight to the Jar, instrumentaaltjes MacDougal (lazy jazzy) en Scapegoat (een verfrissende banjo-solo) en een poëtisch juweeltje als Red Light Nickel.
 
 
 
 
De afsluitende titelsong, een ouderwets melodicadeuntje, laat in twee minuten horen waar Kelly Joe Phelps voor staat: het inpassen van het nieuwe in het oude.
In zijn teksten is hij een chroniqueur van het alledaagse en het doet goed dat hij geen typische stem van schuurpapier of een overdreven accent heeft. Hij mag dan een gitaarvirtuoos zijn, met een heerlijk gevoel voor zachtglijdende melodieën, zoals te horen in het zoele Spanish Hands en Plumb Line, toch is zijn spel totaal ondergeschikt aan de liedjes.
 
Het walsje Tight to the Jar had zo uit de pen van Tom Waits kunnen vloeien. Met dit soort sterke nummers weet Phelps uit zijn eigen schaduw te treden als instrumentalist en een nieuw imago te versterken: dat van kundig songschrijver.  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Dertien - David Mitchell (Boek)
Boek | Boeken | 26 September 2006 | 09:38:33
recensie
 
David Mitchell zet weet een belangrijke stap vooruit als schrijver van een bijzonder oeuvre.
De 37-jarige Britse auteur staat bekend om zijn gestructureerde romanopbouw, zoals in De Geestverwantschap en DroomNummerNegen, onderling gerelateerde verhalen, afzonderlijk leesbaar en het laatste zelfs met in elk hoofdstuk een andere gebruikte stijl. 
 
 
 
 
Dertien is een uitgeschreven portret in dertien hoofdstukken die elk een nieuwe blik werpen op het leven van de dertienjarige puber Jason Taylor. Wederom is elk hoofdstuk een verhaal apart, maar de verbondenheid en eenheid van de compositie is hecht en de thematiek wordt daardoor goed uitgewerkt. Bovendien wordt de kracht hiervan versterkt doordat Mitchell in het beschrijven van situaties meesterlijk is.
Het verhaal speelt zich af in 1982 in het dorp Black Swan Green op de grens tussen Zuid-Engeland en Wales. Doordat de auteur in dat jaar zelf ook dertien was, krijgt het verhaal autobiografische tintjes en worden de beschrijvingen zeer geloofwaardig: Mitchell heeft die tijd namelijk precies zo meegemaakt en heeft een goed geheugen.
 
Voor mij was dit boek eveneens een aha-erlebnis, want ik ben van hetzelfde jaar als Mitchell en was dus in 1982 ook dertien. Vanuit die beleving kan ik volmondig erkennen dat de schrijver een gevoelsportret heeft geschilderd zoals menig jongenshart in die tijd werkelijk klopte. De stoerheid van de Britse knullen die voor niemand willen onderdoen en elkaar daardoor voortdurend naar het leven staan, gold hier wellicht minder - maar van een hiërarchiestrijd is op die leeftijd natuurlijk wel sprake.
 
Jason heeft het knap lastig met die populariteitsrage, want hij heeft een spraakgebrek. Hij heeft Hangman, een soort inwendig wezentje dat hem doet struikelen en stamelen over woorden. Niet stotteren, dus, want Jason weet helder het verschil uit te leggen.
Lange tijd weet het dertienjarige mannetje echte pesterijen hierover te voorkomen en even lijkt het zelfs er op dat hij ook tot het bijzondere jongensgenootschap van de populairen gerekend kan worden - hij doorstaat een spannend uitgeschreven vuurdoop - maar als hij later met zijn moeder in de bioscoop gespot wordt, zijn al deze pogingen tevergeefs geweest.
 
 
 
 David Mitchell, auteur van Dertien
 
 
Hij is een watje en zijn enige status wordt in een mum tijd afgebroken. Dit verval gaat gepaard met de destructie van het gezin: vijf jaar oudere zus Julia is het huis uit en studeert in Edinburgh, vader en moeder gaan scheiden. Vader heeft een geheime minnaar en daar wordt gedurende het hele boek op gezinspeeld. Ook die opkomende echtscheidingsproblematiek was in de beginjaren tachtig een heet hangijzer, net als de voor haar rechten meer opkomende vrouw. Moeder gaat werken en voor haar eigen inkomen zorgen. Het doorbreken van het afhankelijkheidspatroon.
 
Het zit er allemaal in, in dit boek. Net als de ontluikende seksualiteit van een puber, zijn kind-volwassenstrijd die door een overwoekerende fantasie wordt opgedreven, het zoeken naar identiteit en eigen sterkte (Jason probeert het met gedichten, totdat de excentrieke Madame Crommelynck zijn aspiraties hierin volledig teniet doet), stiekeme verliefdheid, het opkijken tegen oudere jongens (bij Jason met name zijn twee jaar oudere neef Hugo die sigaretten bevrijdt, in plaats van jat!
Veel humor ook bij Mitchell, vooral in de eerste zes hoofdstukken, die ik persoonlijk het sterkst vind. Naarmate het boek vordert, wordt het wat minder. Misschien is het wel iets te lang geworden, op een gegeven moment weet je het allemaal wel.
 
Het beschreven familiebezoek van Oom Brian en Tante Alice met hun drie kinderen vormt één van de hoogtepunten van deze roman, net als de eerder aangehaalde test die Jason moet afleggen. Het eerste hoofdstuk kent een heel aparte, geheimzinnige sfeer en is om die reden ook een hoogtepunt. Jason schaatst in winterdonkerte baantjes op een in het bos gelegen meer en er blijkt zich dan opeens een raadselachtige schaduwschaatser loodrecht tegenover hem te bevinden. Mitchell benadert hier een sfeer die Reve in zijn vroege periode wist op te roepen in de verhalen: Eric verklaart de vogeltekenen en Eric raadpleegt het orakel, ook over een puberjongen.
 
 
David Mitchell won een paar jaar geleden
de Man Booker Prize
 
 
Er zit een vleugje Hary Potter in sommige hoofdstukken, zoals in Ruiterpad.
Mitchell zou echter wat minder bombastisch mogen formuleren. Zinnen als: Smerige wolken overhuifden de zonsopgang ...  en haar luchtpijp zwelt op terwijl haar ziel uit haar hart glipt, uit haar zwarte mond giert een sneeuwstorm naar buiten doen zinloos pathetisch aan en roepen de vraag op, mag het ietsje minder?
 
Sterk in dit boek zijn de latent aanwezige overeenkomsten in afbraak en destructie. Zoals gezegd tussen de status van Jason en de gezinsband, maar ook de politieke en militaire situatie van Engeland in de Falklandoorlog die op dat moment woedde. Mooi verweven dunne lijntjes voor de fijnproever. Heerlijk zijn verder de dialogen tussen Jason, vader en moeder. Je kunt ze zo inwisselen voor je eigen teksten met je ouders in je puberteit. Woorden als te gek en gaaf maken te tijdsbeeld van de jaren tachtig compleet.
 
Mitchell is een geweldige sfeerbeschrijver en weet lijnen ragfijn en haast onzichtbaar uit te zetten en te verweven door het hele verhaal, zelfs over meerdere boeken uitgesmeerd, want bepaalde verbintenissen met eerdere verhaalfiguren komen in Dertien terug. Met minder bombast en minder hoofdstukken zou dit boek nog aan sterkte hebben gewonnen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


De Parelduiker (Tijdschrift)
Punt-nl | Tijdschriften | 25 September 2006 | 16:21:25
 
Het derde nummer van het literaire tijdschrift De Parelduiker, jaargang 2006, heeft een foto van Gerard Reve uit 1969, genomen bij de brievenbus van zijn toenmalige Friese woonplaats Greonterp, op de voorkaft afgebeeld. Dit uiteraard ter nagedachtenis aan de dit jaar overleden auteur.
 
 
 
 
In het tijdschrift een afscheidsoverpeinzing over Reve, geschreven door Willem Melchior die ook bij de plechtige uitvaart in België aanwezig was. En twee niet eerder gepubliceerde foto's van Eddy Posthuma de Boer die Reve meerdere malen in zijn leven portretteerde.
 
Verder een uitgebreid verhaal van Marco Entrop over een destijds in Nederland onbelicht gebleven Duitse theatervoorstelling van De Avonden in 1993 door Theater Mahagoni. Entrop zet deze productie af tegen die van de Maastrichtse theatergroep Het Vervolg uit 1996 en komt tot de conclusie dat de Duitse versie niet de culturele en emotionele ballast meetorste die De Avonden sinds zijn verschijnen in 1947 in Nederland heeft ingenomen.
 
Daardoor durfden de Duitse bewerkers flink te schrappen in gesprekken tussen Frits en zijn vader en andere moeilijk verlopende conversaties die in Nederland juist als typerend voor het tijdsbeeld, net na de oorlog en in de kerstperiode, worden beschouwd.
Het Hollandse huiskamerrealisme en de sfeer van de naoorlogse jaren paste niet in de toneelopvatting van Mahagoni. Het stuk is niet tijdgebonden geworden, iets dat men in Nederland nooit heeft aangedurfd, ook niet in de speelfilm die er in 1989 werd gemaakt: het zou pure heiligschennis hebben betekend.
 
 
Karikaturen van Frits Muller: links Lodewijk van Deyssel,
rechts Arthur van Schendel
 
 
Nog meer afscheid. De gevierde Nederlandse karikaturist Frits Müller overleed ook dit jaar. Beroemd om zijn politieke tekeningen en herkenbare stijl. NRC Handelsblad-hoofdredacteur Folkert Jensma herdenkt hem: ' De lijnen van Müller waren helder en beperkt. Voor hem gold de gouden regel minder is meer. Typerend waren de mannetjes met de omhooggestoken neuzen - niet meer dan drie lijntjes, maar je voelde tot in je botten dat het over de LPF ging.'
Frits Müller tekende ook de boekomslagen voor het meeste werk van Jeroen Brouwers, en laatstgenoemde heeft uit respect en eerbied daarom een verhaal over hun samenwerking geschreven dat Müller goed typeert: een meesterlijk vakman die erg gesteld was op een persoonlijk contact en waardering van zijn opdrachtgever.
 
In korte tijd zijn nu drie prominente Nederlandse politieke tekenaars overleden en ze liggen dichtbij elkaar begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam: Müller, Hahn en Opland. Dat gegeven inspireerde Koos van Weringh tot het schrijven van een fictieve, postume samenspraak tussen de drie cartoonisten.
Hij baseerde zich hierbij op door hen in het verleden gedane uitspraken. Leuk bedacht.
 
Wie graag achtergronden en historie uit de uitgeverswereld verneemt, komt ruimschoots aan zijn trekken in het openhartige en goed gedocumenteerde verhaal van Sjoerd van Faassen over de verstoorde relatie tussen uitgever Stols en de auteur Bertus Aafjes in 1943. Stols werd opgezadeld met een aantal, deels onverkoopbare, poëziebundels, maar zag het lucratievere proza aan zijn neus voorbij gaan. Hij dreigde ook de dichter Jac. van Hattum bij de Gestapo aan te geven.
 
 
De familie Couperus beeldt in 1900 een tableau vivant uit met
Lancelot en Guinevere (Elisabeth Baud)
 
 
Het openingsartikel is van de hand van de Haarlemse schrijver Frédéric Bastet die daarin een opmerkelijke vondst beschrijft die Louis Couperus als auteur en persoon beter leert begrijpen. Het draait voornamelijk om de sagen over Koning Arthur en de ridders van de Ronde Tafel die op Couperus grote indruk hebben gemaakt en van blijvende invloed waren gedurende zijn schrijverscarrière. Het Lancelotthema komt in alle vormen terug in zijn roman Het zwevende schaakbord uit 1917.
 
In zijn jeugdjaren beeldde Couperus met familie verschillende tableaux vivants uit, waarbij zijn latere vrouw - en nicht - de secretaresse Elisabeth Baud de rol van de verleidelijke Guinevere, vrouw van Koning Arthur, op zich nam. Hiervan is een mooie prent uit 1900 bewaard gebleven, zie hierboven.
Middels een gedegen en geloofwaardig betoog komt Bastet uiteindelijk tot de hypotheseontknoping dat door de eerste twee letters van Guineveres naam te vervangen door de eerste twee van Elisabeths naam de titel verschijnt van het boek dat hij zo graag aan zijn 'secretaresse' heeft willen opdragen: Eline Vere.
 
Als afsluiter van deze uitgave van De Parelduiker de rubriek Laagwater met daarin een opgedoken verhaal - korte historie - over de Nederlandse filmdiva Annie Bos.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
bewerk | verstuur | kopieer


Home   weblog sinds: 2004-08-04

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.